Waarom mag ik niet meedoen?

Tofik Dibi is ongeschikt bevonden als lijsttrekker van GroenLinks, maar hij mag zich toch kandidaat stellen. Waarom ik dan niet?

Voormalig Statenlid voor GroenLinks

Vorige week werd bekend dat Tofik Dibi partijleider wil worden van GroenLinks. De kandidatencommissie, onder leiding van senator Tof Thissen, vindt hem ongeschikt. Na ingrijpen van het partijbestuur mag Dibi toch meedoen aan de verkiezingen. De website van GroenLinks meldt dat er behalve Sap en Dibi nog twee andere kandidaten waren voor het lijsttrekkerschap. Dit kan kloppen. Ik ben zelf een van die twee kandidaten.

Toen Dibi’s kandidatuur bekend werd, stonden partijmastodonten in de rij om hem zelfoverschatting te verwijten. Ongetwijfeld vellen ze eenzelfde, waarschijnlijk zelfs sterker oordeel over mij. Ik heb tenslotte slechts ervaring als fractievoorzitter in de Provinciale Staten en niet als Kamerlid. Binnen GroenLinks geldt ervaring in de lokale politiek niet of nauwelijks als een pluspunt.

De kandidatencommissie weigerde ook mij de toegang tot het ledenreferendum. Ik werd hierover geïnformeerd in een kort telefoongesprek. De commissie was tot dit besluit gekomen zonder met mij in gesprek te gaan. Toelichting of argumentatie werd niet gegeven. Ik was niet verrast: ik draai al een tijdje mee en weet hoe deze dingen lopen bij GroenLinks. Zelfs als de kandidatencommissie mij wel had toegestaan naar het partijleiderschap mee te dingen, zou ik vrij nuchter zijn geweest over mijn kans om de gunst van een meerderheid van de leden te verwerven. Deze kans zou vrij gering zijn geweest. Met die zelfoverschatting valt het dus wel mee.

Intussen brak de mediacommotie rond de kandidatuur van Dibi los, mengden partijprominenten zich in de discussie en velde de geschillencommissie een hard oordeel over de zorgvuldigheid van de beoordeling van Dibi. Onder deze druk nam het partijbestuur een merkwaardig besluit. Dibi mag meedoen aan het ledenreferendum, maar het partijbestuur neemt geen afstand van het oordeel dat hij ongeschikt is. Het moet van tweeën één zijn: of Dibi is ongeschikt en je draagt hem niet voor, of je draagt hem voor, maar je neemt afstand van het oordeel dat hij ongeschikt is. Partijvoorzitter Heleen Weening zegt inmiddels zelf dat ze geen oordeel heeft uitgesproken, al heeft ze eerder de indruk gewekt tegen Dibi’s kandidatuur te zijn.

Ik heb deze gang van zaken gevolgd met de nodige verwondering. De argumentatie van de geschillencommissie gaat ook op voor het oordeel over mijn kandidatuur. Als Dibi ongeschikt is en toch mee kan doen, waarom zou ik dan niet kunnen meedoen? Kennelijk mogen ongeschikte kandidaten in GroenLinks alleen meedoen als zij in staat en bereid zijn om een controverse te veroorzaken in de media. Of mogen alleen zittende Kamerleden meedingen naar het lijsttrekkerschap? Waarom staat dit dan niet in het profiel?

GroenLinks staat op een historisch dieptepunt in de peilingen. Gebrek aan draagvlak is een structureel probleem. Behalve Dibi lijken weinig mensen in de partijtop zich al te veel hierover op te winden. Dibi denkt dat hij kiezers kan terugwinnen, maar hij profileert zich nadrukkelijk niet op inhoudelijke verschillen. De keus tussen Sap en Dibi is een keus tussen verschillende stijlen en geen keus tussen verschillende koersen.

De potentiële kiezers van GroenLinks zijn doorgaans zeer goed geïnformeerd. Zij laten GroenLinks niet in de steek vanwege de vorm, maar vanwege de inhoud. Ik bepleit geen radicale koerswijziging, maar wil GroenLinks een politieke factor van belang zijn, dan is bijsturen hard nodig. Een kandidaat-lijsttrekker die kritische noten durft te plaatsen bij het Lenteakkoord en die zich openlijk tegen de steun voor de politiemissie in Kunduz uitspreekt, had een verrijking kunnen zijn voor de debatten. Het zou een stuk boeiender zijn geweest dan de discussie of die stekkerdoos slecht bedacht of slecht uitgevoerd was, en of je wel of geen stropdas moet dragen.