Vakbeweging in crisis – en de échte crisis is buiten

Vanmiddag is de top van de vakcentrale FNV bijeen voor het zoveelste crisisberaad. De Nieuwe Vakbeweging, op 1 mei gepresenteerd als oplossing voor een gespleten vakbeweging, gaat er waarschijnlijk niet komen. Het onderlinge wantrouwen is te groot.

„Het is erop of eronder”, zegt voorzitter John Kerstens van FNV Bouw. Vandaag is de top van de FNV in Zoetermeer bijeen voor alweer crisisberaad. Dit keer gaat het over de contouren van de nieuwe vakbeweging die oud-staatssecretaris Jetta Klijnsma voor ogen heeft. Die nieuwe vakbeweging moet de FNV ook bevrijden van de vertrouwenscrisis in de top die de grootste vakcentrale van Nederland al een jaar in de greep heeft.

Maar het is de vraag of de 19 bondsvoorzitters er vanmiddag ook uitkomen. De interne verdeeldheid over Klijnsma’s plan is groot. Net als het wantrouwen tussen de voorzitters onderling. „De kans dat we er niet uitkomen, is groter dan de kans dat het wel lukt”, aldus Kerstens. „Het is de vraag of de FNV niet meer baat zou hebben bij een relatietherapeut of een scheidingsbemiddelaar dan bij Klijnsma. ”

Klijnsma zou er vanmiddag bij zijn. Om te horen wat de FNV-top nog van haar verwacht. Want haar missie om in een half jaar tijd een nieuwe vakbeweging van de grond tillen, lijkt te mislukken. Terwijl dat wel haar bedoeling was toen zij in januari de opdracht van de FNV-top aanvaardde om de bond te moderniseren. Op 23 juni, zo was haar planning, zou het oprichtingscongres die nieuwe vakbeweging concreet maken. Inclusief de benoeming van een nieuwe voorzitter en een nieuw bondsbestuur.

Maar de trein die Klijnsma op de rails heeft gezet, lijkt te ontsporen. Het is volgens direct betrokkenen in de top van de FNV nog maar de vraag of dat oprichtingscongres wel doorgaat.

Op 1 mei, de Dag van de Arbeid, presenteerde Klijnsma in Den Haag haar contourennota. De FNV moest vernieuwen naar een vakbeweging waarin de leden het voor het zeggen hebben. Met een direct gekozen voorzitter en een ledenparlement waaraan die voorzitter verantwoording moet afleggen.

De machtstrijd in de top moest geslecht worden door de twee grootste bonden, FNV Bondgenoten en Abvakabo FNV op te splitsen in kleinere bonden. De 19 bij de FNV aangesloten bonden kregen van Klijnsma een maand de tijd om te reageren. Daarna kon de nieuwe vakbeweging in juni van start gaan, althans volgens de planning.

Maar de bonden reageerden niet op de contourennota, ze kwamen met eigen plannen. Bondgenoten en Abvakabo presenteerden een anderhalf jaar oud plan voor een vakbeweging waarin beide bonden het samen met FNV Bouw voor het zeggen hebben, het zogeheten combinatiemodel. De overige 16 bonden mogen in de marge van die vakcentrale meedoen, met behoud van autonomie.

Die 16 bonden zien niets in dat voorstel. Zij willen een vakbeweging waarin besluitvorming in de top inhoudelijk bepaald wordt. Gaat het over bijvoorbeeld onderwijs, dan krijgt de onderwijsbond AOB een doorslaggevende stem. Een ledenraad, waarin elke bond twee vertegenwoordigers heeft, moet het hoogste orgaan van die nieuwe vakbeweging worden. Ze hebben ook al een naam voor die nieuwe bond: De Nederlandse Belangenbeweging. En ook dit plan staat haaks op de contourennota van Klijnsma.

Klijnsma wil vanmiddag bij het crisisberaad aanwezig zijn omdat het volgens haar woordvoerder „een belangrijk moment is en er knopen moeten worden doorgehakt”. Maar voorafgaand aan de bijeenkomst weet niemand wat er eigenlijk op de agenda staat: de contourennota van Klijnsma, het voorstel van die ongedeelde FNV van Bondgenoten en Abvakabo of de reactie daarop van de 16 kleinere bonden?

Klijnsma zal vooral duidelijkheid willen hebben over haar positie. Want als niemand gehoor wil geven aan haar plannen, komt de vraag aan de orde of zij haar opdracht om de nieuwe vakbeweging gestalte te geven, moet teruggeven. Anders loopt ze het risico dat de kleine bonden afhaken en dat die dus verstek laten op het oprichtingscongres.

Als de missie van Klijnsma mislukt, woedt de strijd om de macht in de top van de FNV voort. Wat vorig jaar begon als een leiderschapscrisis als gevolg van het pensioenakkoord, is inmiddels uitgegroeid tot een vertrouwenscrisis waarin de 16 kleine bonden lijnrecht tegenover de twee grote bonden staan.

„De hoofdrolspelers moeten leren om hun pensioenbril af te zetten”, zegt Kerstens. „We kunnen eruit komen. Maar dan moeten we elkaar weer leren vertrouwen. Dit is onze ultieme kans om te laten zien of er voldoende goede wil is.” Als dat niet lukt, wil Kerstens afspraken maken over de manier waarop partijen dan uit elkaar gaan. „Dan moeten we samen die conclusie trekken en kijken hoe we dan omgaan met die nieuwe situatie.”

De FNV valt dan waarschijnlijk uiteen in een gematigde vleugel en een door de SP gedomineerde vleugel van Abvakabo en Bondgenoten. Maar het is de vraag of zo’n gecontroleerde scheiding lukt. En of scheiding de vertrouwenscrisis inderdaad oplost. De FNV heeft zichzelf al in de marge van het sociaal overleg geplaatst. Zo speelde de bond nauwelijks een rol in het Catshuis-overleg.

De partijen die daarna het lenteakkoord sloten, D66, GroenLinks, ChristenUnie, VVD en CDA, deden dat zonder de FNV daarbij te betrekken. Het laatste wapenfeit van de FNV in het sociaal overleg was het pensioenakkoord, dat de vakcentrale vervolgens in de vertrouwenscrisis stortte.

Een crisis die vooral het gevolg was van falend individueel leiderschap in de top, constateerden PvdA-prominent Han Noten en voormalig SER-voorzitter Herman Wijffels eind vorig jaar in een eerste analyse. .„We zitten nog steeds midden in onze eigen crisis”, zegt Kerstens. „Terwijl de échte crisis buiten is.”