sPooRweNSdag

Ik heb in de afgelopen jaren een bloedhekel gekregen aan voorlichters en communicatiemedewerkers. Ik dacht eerst dat die van Vodafone het ergste waren, maar bij de afdeling Corporate Communication van NS liegen ze dus gewoon tegen je. Acht keer zeggen dat je bij Nienke een briefje op het bureau legt en dat dan niet doen.

Gisteren kreeg ik een persbericht van NS waarin stond dat het sPooRweNSdag was. Ik vond dat goed nieuws. Sterker: ik stond te popelen om af te reizen. Ik was helemaal lekker gemaakt met teksten als: ‘Tijdens de sPooRweNSdagen vervullen 150 vrijwilligers van NS en ProRail speciale spoorwensen, die op een gewone treindag niet altijd mogelijk zijn. Zoals omroepen op het station, de conducteur helpen met kaartjes knippen of zelf een locomotief rijden.’

Gebeld met de afdeling Corporate Communication van NS. Wat leuk dat ik daarover ging schrijven, echt leuk! Ik moest Nienke hebben, die was er speciaal voor vrijgemaakt. Alle anderen mochten er niets over zeggen, dit was Nienkes ding, ze ging een terugbelbriefje op haar bureau leggen. En dat ging zo de hele dag door.

Zo’n Nienke ga je dus al haten voordat je haar kent. Dat hele bedrijf trouwens, hoezo kon niemand anders antwoord geven op vragen over zoiets belangrijks als sPooRweNSdag?

„Daarom niet!”, zei een hele boze NS-mevrouw toen ik haar voor de vierde keer sprak. „Omdat ik niet op Nienkes terrein ga zitten.”

Daarna: „Een kwartier geleden zag ik Nienke voorbij vliegen.”

‘Vliegen’, die hadden we nog niet gehad.

In mijn kladblok stond al wel:

- ‘Nienke eet even een boterham’

- ‘Nienke is telefonisch in gesprek’

- ‘Nienke is niet op haar plaats’

- ‘Nienke zit in overleg’

- ‘Nienke is met iets bezig’

- ‘Nienke is in een andere ruimte’

- ‘Nienke staat media te woord’ (haha)

- En Nienke is een trut, maar dat had ik zelf verzonnen.

Wat ik ook zo debiel vond bij die afdeling Corporate Communication: ze gingen Nienke de hele tijd ‘aan haar jasje trekken’ en briefjes met mijn telefoonnummer op haar bureau leggen.

Uiteindelijk belde Nienke. Ze was hartstikke aardig en behulpzaam, maar sPooRweNSdag was bijna voorbij. In de omgeving Amsterdam waren nog nul activiteiten. „Ik werd pas een paar minuten geleden over uw vraag aan mijn jasje getrokken.”

Ik moest het woord sPooRweNSdag trouwens wel goed schrijven, het was met hoofdletters op hele vreemde plekken. „Zoals wij het schrijven weerspiegelt het de samenwerking tussen NS en ProRail.”

Ik dacht dat sPooRweNSdag bedoeld was voor kinderen en geestelijk gehandicapten, maar dat was een misvatting. Het was voor ‘alle spoorfans’ en ‘voor iedereen die het leuk vindt om bijvoorbeeld een dagje conducteur te zijn’.

Die zin bleef hangen.

Later mailde Nienke dat ik sPooRweNSdag het beste kon samenvatten als ‘tover een glimlach op een gezicht!’

Volgend jaar is het weer sPooRweNSdag. Dan wil ik bij de afdeling Corporate Communication op het hoofdkantoor van NS werken en de hele dag aan Nienke haar jasje trekken.