Songfestival bevordert kennis van Azerbajdzjan

Laten we eerlijk zijn: als Azerbajdzjan niet vorig jaar het Eurovisie Songfestival gewonnen had, zouden we nu veel minder weten van de schendingen van de mensenrechten in de olierepubliek aan de Kaspische Zee.

In de week dat heel Europa (met uitzondering van Polen, Tsjechië en aartsvijand Armenië) zijn teams naar Bakoe zendt voor het best bekeken niet-sportevenement op de internationale televisie, laten verschillende zenders ook de achterkant van de glamour zien.

Zowel Liesbeth Staats voor Brandpunt (KRO) als Paul Kenyon voor Panorama (BBC1) bezocht de inmiddels vrij beroemde Chadija Ismajilova, een kolossale mensenrechtenjournaliste, van wie het regime met verborgen camera’s in haar eigen huis sekstapes opnam en als chantagemiddel inzette.

Maar er zijn meer fantastische verhalen over de „maffiafamilie” van president Ilham Alijev, die van Bakoe graag het nieuwe Dubai zou maken, over de vastgoedbezittingen, ook in Panama, van zijn 15-jarige zoon en de interesse in showbusiness van first lady Mehriban Alijeva, voorzitter van het songfestivalorganisatiecomité.

Kenyon sprak ook met de Zwitserse van Nederlandse afkomst Ingrid Deltenre, die als algemeen directeur van de European Broadcasting Union (EBU) verantwoordelijk is voor de toewijzing van de finale aan Azerbajdzjan. Ze kon moeilijk verbergen dat het propaganda-evenement in haar ogen nauwelijks strookte met de doelstellingen van de EBU, maar je moet nu eenmaal de afgesproken regels respecteren, zoals dat de winnaar het volgende feestje mag geven.

De Nederlandse deelneemster Joan Franka was in Op weg naar het songfestival (TROS) vooral onder de indruk van de omvang van de voor het festijn gebouwde Crystal Hall en de intensiteit van de politiebegeleiding, die de weg van het vliegveld voor de Nederlandse delegatie schoonveegde.

Het is misschien heel goed dat Nederlandse voetbalsupporters eens snuffelen aan de gang van zaken in Oekraïne en Nederlandse songfestivalbezoekers kennis maken met dictatoriale efficiëntie. In dat opzicht kunnen culturele en sportfeesten inderdaad een brug vormen tussen culturen.

Intussen staken in de eerste halve finale gisteren minstens drie deelnemende landen een middelvinger op naar Europa, zoals ook in de politiek steeds vaker gebeurt. Oostenrijk en Rusland smeten ons voorbeelden van slechte smaak in het gezicht, maar nog bonter maakte het de Montenegrijnse inzending.

Zanger Rambo Amadeus bespotte in een cabareteske breakdance Euro Neuro. De verfoeide munt is in Montenegro het enige betaalmiddel, zonder dat het land deel uitmaakt van de Eurozone, dus zonder bankdekking. Een gotspe, dus.