Rendementen op infrastructuur staan onder druk

De markt voor beleggingen in infrastructuur trekt aan. Beleggers hebben veel belangstelling voor grote, betrouwbare projecten in de stabielere delen van Europa. Veilingen als de verkoop door energiemaatschappij E.On van zijn Duitse netwerk voor gaspijpleidingen zijn populair. Maar zelfs als de biedingen minder spectaculair zijn dan tijdens de bloeiperiode van vóór 2008, de rendementen zullen lager uitvallen.

Het prijskaartje van 3,2 miljard euro voor het ‘Open Grid Europe’ van E.On lijkt niet al te extravagant: het is in lijn met de boekwaarde en komt overeen met ongeveer tien maal de winst vóór belastingen. De lage schuldenlasten helpen: het infrastructuurfonds van Macquarie, het staatsfonds van Abu Dhabi en een Duitse verzekeraar, heeft van een aantal banken 2,2 miljard euro aan goedkope leningen losgekregen, in de aanloop naar een waarschijnlijke obligatieverkoop.

Niettemin betekenen populaire veilingen over het algemeen hogere prijzen. Om te kunnen winnen moest Macquarie drie andere consortia de loef afsteken. Concurrenten en waarnemers denken dat de Macquarie-groep minstens 200 miljoen euro méér heeft betaald dan wat de eerstvolgende bieder had geboden, en vragen zich af hoe het consortium het beoogde rendement van 10 procent wil realiseren.

Ondernemingsplannen verschillen natuurlijk, ook al kunnen de toezichthouders de manoeuvreerruimte van een koper aan banden leggen. Macquarie zou ook optimistischer kunnen zijn over de uiteindelijke exitprijs. En het huidige klimaat van lage rendementen leidt ongetwijfeld tot lagere verwachtingen over de rendementen voor álle beleggers, niet alleen die in infrastructuur.

Net als bij de verkoop door de Zweedse energiemaatschappij Vattenfall van zijn Finse bezittingen eind vorig jaar blijkt uit de verkoop door E.on hoeveel geld er op de markt is. Dat bevindt zich bij infrastructuurfondsen, institutionele beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen, en de beheerders van petrodollars.

De Europese schuldencrisis betekent dat er meer dan genoeg bezittingen te koop zijn in de zwaarst getroffen landen. Maar de economische krimp en de politieke wanorde – om maar te zwijgen van het risico van een vertrek uit de eurozone van één of meer landen – zorgen ervoor dat luchthavens en nutsbedrijven in de landen van de Europese periferie niet bepaald aantrekkelijk zijn. Ook hebben beleggers weinig trek in bezittingen als parkeergarages of telefoniebedrijven, die tijdens de vorige financiële crisis te instabiel zijn gebleken. Bezittingen als TIGF, het gasnetwerk van Total, kunnen op een warm onthaal rekenen als ze te koop worden aangeboden. Maar bieders zullen rekening moeten houden met lagere rendementen.

Vertaling Menno Grootveld