‘On the Road’ als de moeder aller roadmovies

On the Road. Regie: Walter Salles. Met: Sam Riley, Garrett Hedlund, Kristen Steward, Kirsten Dunst, Viggo Mortensen. In: 35 bioscopen

Hoe maak je een roadmovie over het boek dat aan de basis stond van datzelfde filmgenre? Want dat deed Jack Kerouac in april 1951 tijdens zijn legendarische schrijfsessie van drie weken op koffie, wiet en benzedrine: het basisscript schrijven voor elke roadmovie die volgde. Pas in 1957 werd On the Road gepubliceerd: een onmiddellijke sensatie. De stem van een generatie, de bijbel der beatniks, rusteloos op zoek naar ‘het’: extase, leven, kicks, muziek.

In On the Road verlaat Sal Paradise, het alter ego van de schrijver Kerouac, keer op keer zijn veilige middenklassebestaan om Amerika te doorkruisen: naar Denver en San Francisco, New Orleans en Mexico City. Zijn idool en obsessie is vriend Dean Moriarty (Neal Cassady): autodief, zwendelaar en levenskunstenaar. De roman is een mijlpaal: niet eerder werd het moderne levensgevoel zo neerzet. William Burroughs, Old Bull Lee in het boek, schreef later bijtend: „Het verkocht een biljoen Levi's, een miljoen espressomachines en zond bovendien talloze jongeren on the road.” Met rugzak en Lonely Planet op zoek naar ‘het’.

Full disclosure: deze recensent heeft weinig met On the Road. De roman etaleert inderdaad loepzuiver de mentaliteit van de burgerlijke bohémien die zo dominant werd. Tot niets verplichtende rebellie. Quasi-spiritueel hedonisme, extase door overmatige consumptie van drank, drugs en popmuziek. Ontzag voor (andermans) authenticiteit, spontaniteit en extremisme. („mad to love, mad to talk, mad to be saved”). Exotisme: Kerouac schreef – als eerste blanke? – over zijn diepe verlangen een neger te zijn. Al moet die uiteraard wel deel blijven van de „basic primitive, wailing humanity”, anders is hij niet echt zwart - in exotisme schuilt omgekeerde racisme. Als Sal Paradise in On the Road een tijdlang leeft als katoenplukker met het Mexicaanse meisje Terry, die hij heel terloops weer verlaat, zie je de werktoerist voor je die even komt ‘slummen’ bij de autochtonen in het veilige besef dat thuis de espressomachine wacht. En zo eindigt Sal Paradise ook: keurig in pak, aan zijn arm de „girl with the innocent and pure eye” die hem inpalmde met warme chocolademelk: hoe huiselijk.

En toch is de verfilming van Braziliaan Walter Salles een visionair product. Francis Ford Coppola, die sinds 1979 de rechten heeft op On the Road, benaderde hem, en Salles nam het karwei niet lichtvaardig op – terecht als je de moeder aller roadmovies moet maken. Salles vertelde onlangs in Brussel dat hij er zes jaar aan werkte. Hij interviewde kennissen van Kerouac en las het tiental scripts dat er al lag, inclusief een plan om een camera op de motorkap te zetten en de vrienden twee uur onophoudelijk te laten kleppen.

Salles koos uiteindelijk een simpele oplossing: hij houdt zich aan het boek. De film opent met Sal die de blues zingt („Home I’ll never be”), waarna zich onderweg geleidelijk een groepsportret vormt van de ‘Beats’, een groep vrolijke zoekers die een kolossale culturele invloed zouden hebben. Onder de schuilnamen Sal Paradise, Dean Moriarty, Old Bull Lee en Carlo Marx geeft Salles trefzekere portretten van muurbloempje Jack Kerouac (Sam Riley), de man van de daad Neal Cassaday (Garret Hedlund), de gedrogeerde mysticus William Burroughs (Viggo Mortensen) en de dionysische woordenspuwer Allen Ginsberg (Tom Sturridge).

Sfeervol is On The Road: daarin excelleert Salles altijd. Huiskamerfeestjes met wiet, drank, benzedrine en veel praten. Extatisch dansen op bebop. Groepszang achterop de pick-up, met whisky en de zon laag boven de prairie. Met zijn drieën naakt masturberen op de voorbank van een auto. Drugsparanoia in de bayou. Fraaie Americana, en scènes die beklijven als je jezelf overgeeft aan het meanderende ritme van de weg, aan het reizen om te ervaren.

Maar Walter Salles heeft ook visie: zijn film legt de nadruk op een homo-erotische onderstroom in On the Road. Het grote doel van Sal op zijn spirituele ontdekkingsreizen lijkt ook om Dean helemaal voor zichzelf te hebben. Hij is jaloers op vrienden die tussen hen staan (Carlo Marx) en neerbuigend over Deans vrouwen: de seksuele avonturierster Marylou, de zelfstandige Camilla. Hoeren of obstakels zijn het. Voor groepsseks is Sal weer te bleu, al biedt Dean dat royaal aan. Het is in lijn met de roman, waarin Kerouac zijn seksuele onzekerheid vaak lijkt te maskeren met stoere machotaal over de ‘fags’ en ‘queers’. Interessant is ook dat Salles in de film Dean seks tegen betaling laat hebben met een „lang, mager mietje” (Steve Buscemi) terwijl Sal – verlangend? – vanuit de badkamer toekijkt. Walter Salles verfilmt hier niet On the Road, maar een roddel van Allen Ginsberg.

Dat maakt deze verfilming, naast tijdbeeld en groepsportret, ook tot tragisch liefdesverhaal, een ‘Nader tot U’ dat nooit voltooid wordt omdat Sal Paradise te bleu is. Als hij Dean eindelijk voor zichzelf heeft in Mexico – opnieuw anders dan in de roman! – nadert hij hem het dichtst tijdens een orgie in een bordeel. Waarna Dean hem genadeloos dumpt terwijl Sal ijlt van de dysenterie in Mexico City. Zoals Dean al zijn vrouwen in de steek laat.

Walter Salles was verbaasd toen ik hem in Brussel met deze uitleg confronteerde. Voor hem gaat zijn film over de passage van jeugd naar volwassenheid, over de opwinding en pijn die daarbij horen. „Maar ik denk dat ik On the Road goed heb verfilmd. Het boek betekent voor iedereen iets anders, als een soort Rashomon.” Misschien maakt het ook niets uit of Kerouac zijn verloren jeugd of verloren liefde gedenkt in de befaamde eindzin van On the Road: „I think of Dean Moriarty.”