Moord op Afrikaner extremist was niet politiek

Er is geen bewijs dat de moord op de Zuid-Afrikaanse extreemrechtse voorman Eugene Terre’Blanche in 2010 politiek was. Dat was gisteren de belangrijkste conclusie in het vonnis tegen zijn twee verdachte landarbeiders.

De oudste van de twee, Chris Mahlangu, werd schuldig bevonden aan moord en roof, terwijl tegen de jongste verdachte, die destijds pas 15 was, alleen ‘inbraak met intentie te stelen’ bewezen kon worden. Mahlangu heeft de leider van de Afrikaner Weerstands Beweging (AWB) in zijn slaap op zijn boerderij met een ijzeren pijp doodgeslagen en van zijn telefoon beroofd, zei de rechter. In juni bepaalt hij de strafmaat.

De moord op de blanke leider riep in Zuid-Afrika en vooral ook daarbuiten heftige reacties op. Het WK-voetbal was in gevaar, kopten Britse kranten, met de ‘regenboognatie’ leek het definitief bekeken en rassenrellen lagen op de loer. Twee jaar later is van die opwinding weinig over.

Nog één keer trokken witte en zwarte demonstranten gisteren naar het plattelandsdorpje ten westen van Johannesburg. Het werd een rituele dans. Een cordon agenten hield de twee groepen uit elkaar. Geen moment was er de spanning die in 2010 rondom de door duizenden bezochte begrafenis van Terre’Blanche in ditzelfde dorp gevoeld werd.

De moord, zeiden boeren destijds, was politiek. Jongerenleider Julius Malema van het ANC had een apartheidslied met de tekst ‘Dood de Boer’ in zijn repertoire opgenomen. Daarmee zou hij zwarte landarbeiders aanzetten tot moord op hun bazen.

Mahlangu zei dat hij na een salarisconflict uit zelfverdediging handelde. Dat achtte de rechter onwaarschijnlijk. Dit was een roofmoord, zoals er zoveel waren. Naar schatting 1.500 blanke boeren zijn sinds 1994 vermoord. Criminologen zeggen dat roof vaak het enige motief is.