Liefde tussen de snob en de proleet

Mon pire cauchemar. Regie: Anne Fontaine. Met: Isabelle Huppert, Benoît Poelvoorde, André Dussolier, Virginie Efira. In: 9 bioscopen. ***

De hautaine Agathe voert het hoogste woord bij een oudervergadering als Patrick komt binnenvallen. Hij valt haar meteen in de rede: de schoolkantine moet vetter koken. „Groente is voor homo’s.” En als Agathe protesteert: „Wat weet u ervan? U bent een garnaal, u eet plankton.” Wie is deze man, zie je de beschaafde ouders zich afvragen. Hoe komt hij op deze keurige school?

Patrick, gekleed in een trainingsjack, T-shirt met mannendecolleté waar zijn borsthaar uitpuilt en gouden ketting, is het tegendeel van de in keurig mantelpakje gestoken Agathe. Zij kan hem meteen al niet uitstaan, maar krijgt zeer tot haar verdriet toch met hem te maken. Haar zoontje blijkt bevriend met zijn zoon. De twee zijn onafscheidelijk en spelen onophoudelijk videospelletjes. Agathe is verbaasd als Patricks zoon uiterst intelligent blijkt. Hoe kan zo’n beleefde en slimme jongen nou het product zijn van zo’n onbehouwen hork?

De Franse komedie Mon pire cauchemar (‘Mijn grootste nachtmerrie’) laat twee werelden botsen die normaliter strikt gescheiden blijven. Amsterdam-Zuid ontmoet de Albert Cuypmarkt. Zoiets, maar dan in Parijs. Agathe is de snobistische eigenaar van een even pretentieuze als levenloze kunstgalerie, haar man François een uitgever van romans die in kleine kring zeer geprezen worden. Patrick is een gescheiden uitkeringstrekker die zwarte klusjes doet als hij niet in de kroeg hangt. De aimabele François, die stiekem om Patrick moet lachen, huurt hem in om hun woning te verbouwen. Agathe ziet Patrick dus veel vaker dan haar lief is.

Nadat Mon pire cauchemar zijn personages bijna heeft uitvergroot tot karikaturen volgt de nuancering en blijkt dat Agathe en Patrick misschien toch niet zo ver van elkaar afstaan als ze zelf denken. De vrouw die Patrick ‘IJskoningin’ heeft gedoopt ontdooit, en ook hij heeft onvermoede – zelfs kunstzinnige – trekjes. Zelfs in een ranzige Waalse stripclub voelt ze zich thuis.

Een groot deel van het plezier van deze komedie komt door de botsing tussen hoge en lage cultuur, eentje die een beetje doet denken aan de recente Franse filmhit Intouchables waarin een beschaafde invalide miljonair bevriend raakt met een hondsbrutale Senegalees en hierdoor revitaliseert. Best voorspelbaar natuurlijk, zulke tegenpolen die elkaar aantrekken. En iets van elkaar leren: zij joi de vivre, hij levensernst. Maar wat Mon pire cauchemar vooral leuk maakt, is de combinatie van Isabelle Huppert en Benoît Poelvoorde. Zij vormen een uitstekend duo dat van hun stereotype personages weer echte mensen maakt. Als Agathe tegen Patrick zegt „ik heb je nodig”, is dit voorbij de lach.