Illegaal vissen moeilijker door DNA-test

Illegale vissers kunnen betrapt worden op basis van DNA-bewijs. Voor kabeljauw, tong, haring en heek hebben Europese biologen DNA-tests gemaakt die aantonen in welke zee de vissen leefden.

Zij presenteerden die tests gisteren in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications. Het herkennen van de vispopulaties is belangrijk, want de visserij op dezelfde vissoort kan in de ene zeeregio toegestaan zijn en in de andere verboden.

DNA-bewijs wordt al lang niet meer alleen toegepast om menselijke verdachten te identificeren. Zo wisten walvisbeschermers met DNA-tests aan te tonen dat er in restaurants soms zeer zeldzame walvissen op tafel komen. Ook illegale kap van beschermde tropische boomsoorten is zo op te sporen. Er is zelfs een test die echte basmatirijst van minder exclusieve rijstrassen onderscheidt.

Maar om een haring uit de Oostzee te herkennen in een trawler vol Noordzeeharing, is ingewikkelder. De genetische verschillen binnen de populaties van een vissoort zijn niet groot. Een van de redenen is dat er in zee geen sterke barrières bestaan, waardoor populaties soms mengen.

Daarom lukte het lange tijd niet om zulke tests te ontwikkelen. In 2008 schetste de Britse visserijbioloog Rob Ogden in het blad Fish and Fisheries nog: „De genetische technieken voor herkomstbewaking [van vis] staan in de kinderschoenen.”

Dat is nu veranderd. De Europese visserijbiologen, met Ogden als mede-auteur en aangevoerd door de Deense visserijbioloog Einar Nielsen, vonden de beperkte groep genen waarmee zo’n herkomsttest te maken is. Het zijn genen die de overlevingskansen voor, zeg, een kabeljauw in hetzij de Oostzee of de Noordzee vergroten. Van zulke genen zijn er niet zo veel. Nielsens team bracht van drie van de vier vissoorten zelf het DNA (deels) in kaart om de bruikbare genen te vinden. Dat is de afgelopen jaren veel gemakkelijker geworden.

Met die techniek ontwierp de groep rond Nielsen vier gentests (zie kaartjes). De test voor heek bepaalt bijvoorbeeld of die in de Middellandse Zee of in de Atlantische Oceaan is gevangen. De regels voor ondermaatse vis verschillen tussen de regio’s.

De tests maken zo’n duidelijk onderscheid dat de biologen denken dat de uitkomst in de rechtszaal standhoudt. De kabeljauwtest leidde al tot de veroordeling van een Deense visser voor illegaal vissen.

De tests kosten 20 euro per vis en kunnen in een normaal genetisch lab uitgevoerd worden. Nielsen: „Het lijkt misschien duur, maar je hoeft van elke partij vis maar enkele vissen te testen.”

Het team ontwikkelt nu tests voor zeebaars, goudbrasem en tarbot.