Het IJ is opnieuw een hotspot rijker

Kunstencentrum de Appel is niet langer gevestigd in een schooltje in De Pijp, maar in een prachtig verbouwd pand aan het IJ. Reden voor feest.

Amsterdam, 22 mei 2012 Opening nieuwe locatie De Appel arts centre aan de Prins Hendrikkade 142, met de tentoonstelling Topsy Turvy Foto: Walter Herfst

Directeur Ann Demeester van hedendaags kunstcentrum de Appel in Amsterdam is meer dan opgelucht. De acht jaren durende ‘zoektocht’ naar nieuwe huisvesting, die al werd ingezet door haar voorgangster Saskia Bos, is vandaag beëindigd met de opening door prinses Máxima van de nieuwe, permanente locatie van de Appel aan het IJ. Het internationaal vermaarde centrum voor hedendaagse kunst is verhuisd van een benepen locatie in een oude jongensschool in de Amsterdamse Pijp naar een tot in de puntjes verbouwd historisch pand aan de Prins Hendrikkade.

Er is dus reden voor feest – al heeft dat feest een fikse rouwrand. Juist deze week maakte de Raad voor Cultuur zijn advies bekend aan staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra. De Appel blijft als één van de weinige culturele instellingen in Nederland gespaard. Maar wat zich daaromheen uitstrekt, zegt Demeester, is „een gebombardeerd landschap”.

De gemeente Amsterdam ondertussen tekende voor de renovatie van het casco van het uit 1728 daterende patriciërshuis. Na de dood van de eerste eigenaar zwierden zeemannen rond in de sociëteit die in het pand werd gevestigd, haalden weduwen er hun pensioen op, debatteerde de Maoïstische Jeugd er, zetten de popgroepen Pink Floyd en Jefferson Airplane er hun eerste schreden op het concertpad, en ook kon je je er laven aan de geestelijke en lichamelijke genoegens van New Age-centrum De Kosmos, compleet met blote-voetendisco in het souterrain.

Het interieur is – met financiële steun van kunstenaars zelf – onder handen genomen door architectenbureau denieuwegeneratie en ADP architecten. Zij maakten er een publieksvriendelijk, ruim en vooral comfortabel kunstpaleis van met ‘rimpels’: de wit gesausde balken mogen best nog scheuren vertonen en de vloer mag hier en daar hellen. Er is een restaurant in het souterrain, een boekwinkel bij de entree en een grote kunstbibliotheek op de tweede verdieping. Daarmee is de Appel beslist een nieuwe culturele hot spot aan het IJ.

Op de begane grond en de eerste verdieping zijn grote, maar toch intiem ogende tentoonstellingszalen, waar de openingsexpositie Topsy Turvy, leve de omgekeerde wereld lonkt. Daarnaast is er een, zoals Demeester dat zegt, ‘kabouter-turbinehal’ in het midden van het pand. Die hal is uiteraard vele malen kleiner dan die van grote broer Tate Modern in Londen, maar biedt wel de mogelijkheid voor de expositie van bijzondere installaties.

Dat laatste is goed gelukt met het werk van de Nederlandse performance-, geluid- en installatie-kunstenaar Allard van Hooren. Van Hooren laat met Skies over Snaefell een steeds wisselend panorama zien van geabstraheerde wolkenluchten boven de IJslandse vulkaan Snaefell. Met behulp van 1800 driedimensionale lichtpixels en een uitgekiend computerprogramma worden foto’s die door anonieme toeristen zijn gemaakt bij de vulkaan en geüpload op internet, omgezet in een subliem neplandschap.

Topsy Turvy, over carnaval, maskerade en allerhande gedachtevluchten, biedt een mengeling van installaties, tekeningen, sculpturen en video’s van oude en hedendaagse kunst. Dat is verrassend voor de Appel, die bekend staat om zijn vrij hermetische conceptuele kunst en videowerken. Uit Teylers Museum in Haarlem zijn burlesken van de vroeg zeventiende-eeuwse Jacques de Gheyn geleend. Het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft een van de carnavalsschilderijen van James Ensor (1860-1949) afgestaan.

Daaromheen hangt, ligt en staat het hedendaagse werk. De Amerikaanse filmmaker Matthew Barney toont zijn enige maatschappijkritische werk: een film over een activistische performance tegen het kappen van het Braziliaanse regenwoud. Ugo Rondinone laat een in geel trappelpakje gestoken clown van fiberglas slapen op de grond. Wendelien van Oldenborgh laat in een korte super-8 loop de bezopen carnavalsvierder steeds maar zwalken en vallen.

De meest indrukwekkende werken op Topsy Turvy zijn echter niet geëngageerd van toon en hebben niets met carnaval te maken. De video-installaties van Maja Borg en de vorig jaar aan de Rietveld afgestudeerde Toshie Takeuchi zijn compleet verschillend. Maar ze slagen er beiden in om in een kleine twintig minuten een micro-universum te scheppen, waarin de vraag wat echt is en onecht er helemaal niet meer toe doet.

‘de Appel Arts Centre’: Prins Hendrikkade 142, Amsterdam. Opening 25 mei met een groot publieksfeest: 18u-2u. De tentoonstelling ‘Topsy Turvy’ is t/m 23/9 te zien. Di t/m zo 12-20u. In de openingsweek performances van Spartacus Chetwynd en theatermaker Eric de Vroedt (ism Asko|Schönberg). Inl.: deappel.nl.