Het comfort van het platte, maar wél de extra lengte

Wie: Fleur Ouwerkerk (25), autonoom beeldend kunstenaar

Waar: Utrecht CS, op weg naar een concert van Teophilus London in Paradiso, Amsterdam

Wat: Creepers (schoenen met een ultradikke plateauzool)

Hoe duur: 100 of 120 euro op het Waterlooplein

„Dit zijn ‘underground creepers’, hele Engelse schoenen. Ik houd heel erg van wedges (sleehakken). Omdat je dan het comfort van het platte hebt, maar wél de extra lengte. En stiekem vind ik het grove ook wel cool. Ik zou nooit op ballerina’s lopen, dat vind ik suf.

„Eigenlijk wilde ik de ‘triple sole’, maar dat trok mijn voet niet. Er hangt zoveel gewicht aan je wreef en mijn voeten zijn best wel smal. Dan krijg je kramp. De verkoper zei: voor jouw lengte heb je nog geluk met een maat 39. Maat 40 was gangbaarder geweest voor iemand van 1.75 m. Naarmate ze groter worden, zijn ze nog zwaarder.

„De tattoos zijn lijntatoeages, daar houd ik heel erg van. Je laat zien: dit is een plek op het lichaam waar ik wat mee wil doen. Ik heb ze zelf ontworpen. Sommige zijn als een sieraad, sommige zijn symbolisch. Zoals die op mijn vinger, daar staat Dik, de naam van mijn opa. En de tekens in mijn nek vormen de initialen van mijn vader, F.T.O.

„Het hoedje is gewoon van de Bijenkorf. Veertig euro heb ik er een paar jaar gelden voor betaald. Ik kan hem nu eindelijk weer op. Hiervoor was ik kaal en toen was hij te wijd. Twee jaar geleden heb ik mijn haar afgeschoren. Ik had er zo’n beetje al het andere mee gedaan wat mogelijk was. Toen dacht ik: ik scheer het af. Maar de laatste tijd zie ik er steeds meer mensen mee, en het is natuurlijk ook wel heel erg één look. De kameleon in mij wil dan toch iets anders. Nu laat ik het gewoon groeien.

„Misschien is mijn lichaam ook een beetje onderdeel van mijn eigen kunst. Ik onderzoek hoe belangrijk uiterlijk is voor identiteit. Zo vragen mensen mij vaak waar ik vandaan kom, terwijl ik helemaal Nederlands ben. Ik voel me ook helemaal niet zo Nederlands. Voor een project rond dat thema heb ik twee filmpjes van mezelf in een video-installatie verwerkt. Op het ene eet ik voor het eerst een haring, op het andere knoop ik een hoofddoek om. En op mijn visitekaartje draag ik bijvoorbeeld een kaas, typisch Nederlands, maar wel op mijn hoofd. Zo probeer ik het binnenlandse met het buitenlandse te verenigen.”