Gezamenlijke rekening

- Schattebout, loop je even mee naar de flappentap?

- Hoezo?

- Gewoon, heb even wat geld nodig.

- Je weet dat we al krap zitten, hè? Wat is er?

- Niks. Moet even wat vrienden uit de brand helpen.

- Vrienden? Bedoel je die Griek? Toch niet weer voor dat project van je?

- Noodgevalletje. Is tijdelijk. Soort van tijdelijk. Permanent-achtig tijdelijk.

- Hoeveel heb je nodig dan? Honderd?

- Nou, ik dacht meer aan 1.000. Of wacht, maak er anders maar 2.500 van.

- Maar dat is meer dan een maandsalaris!

- Joh, het vakantiegeld komt er zo aan. Kom ’s met de pinpas.

- Krijgen we het van ze terug?

- Tuurlijk. Geef nou.

- Dat zei je vorige keer ook. Je zei dat we alles terug zouden krijgen.

- Ga je het daar nou wéér over hebben. Het gaat wel om onze vrienden.

- Jóuw vrienden.

- Het líjkt veel, maar… Laat maar. Jij snapt dat niet. Wat is de pincode?

- Het voelt gewoon niet goed, zomaar ergens een kruisje achter zetten.

- Je hóeft helemaal geen kruisje te zetten, schat. Dat is het ’m juist. Maar jij snapt nooit iets van geld.

- Ik wil er gewoon heel even over nadenken. Wat is er mis met nadenken?

- Je denkt ook alleen aan jezelf. Samen uit, samen thuis. Geef nou die code.

- Laatst in de Ikea vond je wel dat ik er over moest nadenken.

- Schat, als je van me houdt, toets je nu godverredomme die code in. Ik tel af.

- Lief, ik…

- EEN!

- … ben soms zo bang dat...

- TWEE!

- …als het zo verder gaat...

- DRIE!

- …dit misschien onze...

- Hè, hè. Dank je. Was dat nou zo moeilijk?

- ...laatste zomer is samen.

- Bonnetje? Schat, wil je een bonnetje?