Euro noopt tot diplomatieke massage

Op de informele euro-groeitop moet de as Berlijn-Parijs worden hersteld. Het echte thema is hoe de euro de stap van nationaal naar Europees kan zetten.

Voor de derde keer dit jaar houden de 27 Europese regeringsleiders een top over groei. Wederom dreigen de gesprekken vanavond te worden overschaduwd door de acute problemen van de euro. De leiders staan voor grote keuzes.

De echte reden dat Europees president Herman van Rompuy de regeringsleiders bijeenriep voor een informeel diner, is om de Franse president François Hollande de gelegenheid te geven zijn collega’s te ontmoeten. Eind juni houden de regeringsleiders een top waarop ze maatregelen bekendmaken om de economische groei aan te zwengelen. Hollande heeft daar uitgesproken ideeën over. Na twee jaar begrotingsdiscipline, gedicteerd door Duitsland en de ECB, wil hij een Groeipact. Hollandes komst bezegelt een accentverschuiving in de Europese crisisbestrijding die toch al aan de gang was. Daarom bedacht Van Rompuy voor vanavond een ‘voorbereidende’ top, waarop géén besluiten worden genomen. Zie het als diplomatieke massage – om Hollande en de Duitse bondskanselier Angela Merkel te helpen een nieuwe balans te vinden in Europa. Het is voor Merkel niet eenvoudig, verzekert een betrokkene in Brussel, dat veel regeringsleiders het met Hollande eens zijn: ineens vinden zij hun stem en dagen ze haar collectief uit. „Duitsland was dominant de laatste tijd. Dat verandert. Daardoor krijgt de Frans-Duitse as, waarop het Europese bouwwerk rust, een klap. Als dit problemen oplevert, kan het beter op een informele top gebeuren dan op een formele.”

Maar het ‘resetten’ van de as tussen Berlijn en Parijs dient niet alleen om ‘snijden en groeien’ met elkaar te verzoenen. Plannen voor Europese infrastructuurprojecten en extra kapitaal voor de Europese Investeringsbank garen al. Ook het plan om Europese subsidies minder naar arme sectoren en meer naar kansrijke sectoren te sluizen, accepteert Merkel. Zij ziet in dat krimpende economieën niet kunnen blijven snijden – al was het maar omdat mensen anders boos worden en de hele gevestigde orde omver werpen. Zie Griekenland.

Want dat is het wérkelijke thema van deze top. Wat de eurozone met Griekenland doet, is van kardinaal belang voor de toekomst van Europa. Officieel zeggen regeringsleiders dat ze de Griekse verkiezingen, op 17 juni, afwachten. Griekenland is een democratie. Het volk beslist. Maar wat als het volk kiest voor politici die de euro willen houden, maar willen stoppen met hervormen en bezuinigen? Je kunt een land niet uit de eurozone zetten. Een land kan alleen beslissen zelf uit de EU te stappen. En dat wil Griekenland niet.

Veel andere landen willen dat evenmin, om politieke en financiële redenen. Europa heeft zoveel in Griekenland geïnvesteerd, dat het financieel een te grote aderlating zou zijn om het land te laten gaan. Niet alleen vanwege de leningen van eurolanden aan Athene. Daar komt Europa wel overheen. De kwetsbaarheid zit hem meer in het inadequate management van de euro. Dat maakt dat investeerders de hele zuidelijke eurozone uitvluchten. Zij zien hoe politici experimenteerden, soms blunderden, met Griekenland. Hoe bang leiders waren om één euro en één interne markt voor het bankwezen te matchen met noodzakelijke regelgeving op Europees niveau. „Wij dachten: als dit zo doorgaat, gaan Spanje en Italië er ook aan. Wegwezen!”, zegt een bankier.

Daardoor houdt de Europese publieke sector het zuiden nu overeind. De ECB, die banken besproeit met goedkope leningen. Nationale centrale banken, die gigantische claims hebben op het zuiden. De last stijgt elke dag. Zoals voormalig ECB-bestuurslid Tommaso Padoa Schioppa eens tegen deze krant zei: „De eurozone is een schip dat de rivier oversteekt. We hebben de ene oever verlaten maar de andere nog niet bereikt. Nu steekt er een storm op: crisis. We moeten kiezen: gaan we terug naar de oude oever, waar alles nationaal was? Of varen we maar de andere, Europese oever?” Terugvaren is het eind van de euro, misschien van de interne markt. Doorvaren betekent radicale maatregelen nemen waar burgers niet klaar voor zijn: euro-obligaties, Europese banksupervisie, Europese depositogarantie. Dit is de fundamentele, politieke keus waar leiders voor staan. Niet kiezen is onmogelijk, zei Padoa Schioppa: „Dan blaast de storm ons om.” Dan gaat de Europese orde teloor.

Vandaar dat Hollande vanavond euro-obligaties wil bespreken. Jean-Claude Juncker, Mario Monti en veel anderen steunen hem. Merkel begrijpt dit. De Duitsers hebben altijd gezegd dat politieke unie dé voorwaarde is voor een monetaire unie. Onder Franse dwang hebben ze het toch andersom gedaan. Maar Merkel durft euro-obligaties niet aan haar kiezers te verkopen. Nog niet.

Voorlopig dobbert het schip dus midden op de rivier. Daar horen allerhande non-oplossingen bij. Zo zou Griekenland naar een ‘Montenegro-model’ kunnen: een land dat officieel geen euro heeft, maar wel alles in euro’s doet. Anderen willen verdergaan om het Europese financiële kaartenhuis niet te laten instorten. Zo suggereert de vorige ECB-president, Jean-Claude Trichet, dat de eurozone in noodgevallen een land failliet moet kunnen verklaren en het begrotingsbeleid moet overnemen. „Federation by exception” noemt hij deze ondemocratische ingreep. Dat Trichet zoiets propageert, zegt misschien weinig over wat er vanavond tussen voorgerecht en toetje wordt besproken. Maar over wat er op komende Europese toppen ter tafel moet komen, des te meer.