Er ligt eten op straat, dus komen de ratten weer

Voor de zoveelste keer is een wijk in Amsterdam-West getroffen door een rattenplaag. De gemeente probeert van alles, maar niets lijkt te helpen.

Opengereten vuilniszakken liggen naast de ondergrondse vuilniscontainers. Lege blikjes en snoepwikkels zwerven in de perken tussen de portiekflats. Jordi de Jong van de Dierplaagbeheersing GGD kijkt er hoofdschuddend naar. „Zo gaat de rattenplaag natuurlijk niet over.”

De Akbarstraat in de Kolenkitbuurt in Amsterdam-West is „een paradijs” voor ratten. ’s Avonds verzamelen rattenfamilies voedsel en nestmateriaal zoals karton, en brengen dat naar hun uitgegraven nesten onder de perkjes. Daar brengen ze hun jongen groot. En intussen dijen ze zelf ook flink uit. Een volwassen rat uit de Kolenkitbuurt is zo groot als een konijn, zegt een buurtbewoner.

De mensen zijn bang, vertelt GGD’er De Jong tijdens zijn wekelijkse controleronde door de buurt. Op straat spreken ze hem aan. Moeten we ramen en deuren gesloten houden? Mogen de kinderen nog wel buiten spelen? Begrijpelijke vragen, vindt De Jong. Er zijn intussen zóveel ratten (zo’n duizend, verspreid over vier straten) dat de overlast groot is.

Twee maanden geleden hoorde De Jong voor het eerst over de rattenplaag in de Kolenkitbuurt. Verhalen over ratten die naar de balkons op vier hoog klommen om aan vuilniszakken te knagen. Een rat die probeerde een auto in te glippen toen de eigenaar wilde instappen. Of het waargebeurd is, weet de Jong niet: „Maar het klinkt voorstelbaar. Het zijn snelle en lenige dieren.”

De nood is hoog en dus moet de bestrijding van de ratten ook stevig zijn, vindt het stadsdeel. Dat betekent: gif in zwarte stalen dozen die verankerd zijn in de grond. Er wordt goed van gegeten, vertelt de Jong. Maar het duurt een aantal gifmaaltijden voordat de ratten bezwijken. Daarnaast is gif een tijdelijke oplossing voor het probleem, zegt de GGD’er. „Zolang er voedsel is, gaan ze niet weg.”

De rattenplaag van dit voorjaar is de zoveelste in een paar jaar tijd in de Kolenkitbuurt, die een paar jaar geleden het etiket kreeg van slechtste wijk van Nederland. De criminaliteit is hoog, de woningen zijn verouderd, en er ligt veel straatvuil. Ongeveer 80 procent van de bewoners is allochtoon, laag opgeleid en spreekt vaak slecht Nederlands. De islamitische achtergrond van veel buurtbewoners zorgt ervoor dat zij eten niet weggooien. Moslims mogen geen eten weggooien, schrijft de islam voor. Etensresten, meestal brood, worden ‘gevoerd’ aan de vogels.

Broodcontainers, dacht het stadsdeel drie jaar geleden, zouden rondzwervend brood voorkomen. Grote groene containers met op de voorkant de tekening van een grote rat. De containers hielpen maar even. Ze waren tot de nok toe gevuld. De klep ging niet meer dicht, en met een sprongetje waren de ratten binnen. Vaker legen hielp niet. Wat bleek: er zaten gaten onder de bakken waardoor de ratten toegang hadden tot kilo’s brood. Voor de gaten is nu stevig gaas geplaatst.

Het stadsdeel doet nog meer. Zogenoemde hotspots, plekken waar relatief veel vuilnis wordt verzameld, worden in de gaten gehouden. Door de wijkbeheerder én door buurtbewoners die een verzamelplek kunnen ‘adopteren’. Als vuilnis naast de container wordt gegooid, kunnen zij dat melden zodat het opgehaald wordt.

Een Marokkaanse buurtbewoner, die niet met zijn naam in de krant wil, zegt dat rattenoverlast óók komt door de slechte behuizing. De portiekflats uit de jaren vijftig worden langzaamaan opgeknapt of gesloopt, maar voor sommige blokken duurt dat nog wel acht jaar. GGD’er De Jong zegt dat ratten inderdaad ook hun toevlucht zoeken onder de fundering van de oude portiekflats. Hij laat een gat zien in de straat aan de zijkant van een woning. „Hier kruipen ze naar binnen.”

Stadsdeel-wethouder Godfried Lambriex (wijkaanpak, PvdA) zegt dat er veel wordt geïnvesteerd in de buurt. Hij laat de nieuwbouw in een paar straten zien. Lage flats gebouwd van afwisselend gele en rode baksteen met glazen balkonnetjes. Maar ook in die straten ligt vuilnis op straat – al is het minder dan in de Akbarstraat. „Het gaat al veel beter met de Kolenkitbuurt dan een paar jaar geleden. Het is ook zeker niet meer de slechtste buurt van Nederland.” Het stadsdeel wil blijven investeren, zegt hij. „Maar de mensen moeten hun buurt uiteindelijk zelf leefbaar houden.”