EIB is Europees smeermiddel voor groei

Europa wil de crisis bestrijden, niet alleen met bezuinigingen, maar ook met groei. Vanavond is daarover overleg tussen de regeringsleiders. De Europese Investeringsbank kan helpen, zegt president Werner Hoyer. „Er is privaat geld. Als de staat goede stimulansen geeft, zal de zakenwereld dat geld investeren.”

De EIB financiert 900 miljoen euro (looptijd 30 jaar) van de aanleg van de Tweede Maasvlakte. President Werner Hoyer stelde de laatste tranche van dit bedrag op 10 mei officieel beschikbaar bij een bezoek aan het Havenbedrijf Rotterdam. Het project beoogt de economische bedrijvigheid in Nederland en Noordwest Europa te stimuleren. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold

Vanavond komen regeringsleiders van de 27 landen van de Europese Unie in Brussel bijeen voor een speciale top over ‘groei’. Burgers geloven niet meer dat Europa uit de crisis komt met alleen maar bezuinigen en hervormen. Dus beloven steeds meer regeringsleiders banen te scheppen en de economie te stimuleren. Maar waar halen zij banen vandaan? En wie gaat dat betalen?

Regeringen hebben geen geld. Dus kijkt iedereen plotseling naar de Europese Investeringsbank in Luxemburg. De EIB is een van de meest solide banken van Europa. De aandeelhouders, dat zijn de 27 lidstaten van de EU zelf.

De EIB staat erom bekend dat ze voorzichtig opereert en weinig risico’s neemt. Omdat ze de hoogste status heeft op financiële markten, kan de EIB bij wijze van spreken van een dubbeltje een kwartje maken.

Werner Hoyer, sinds januari president van de EIB, zit er vanavond niet bij. Maar de voormalige Duitse onderminister van Europese Zaken, heeft afgelopen weken met velen van hen gesproken over groei en wat zijn bank kan doen.

Hoyer vindt het leuk dat „de EIB eindelijk eens uit de Luxemburgse bossen komt, en de aandacht krijgt die ze verdient”. Toch waarschuwt hij voor overspannen verwachtingen: „Wij zijn géén panacee voor de problemen van Europa, hooguit een deeltje van de oplossing.”

Is begrotingsdisicipline ‘uit’ en groei ‘in’?

Werner Hoyer: „Het pad van begrotingsdiscipline verlaten zou een misser zijn. Daar is geen meerderheid voor. Maar je kunt het één doen zonder het ander te laten. We moeten de Europese positie op het wereldtoneel versterken door te innoveren, te moderniseren en door voor groei en werk te zorgen. Veel Europese bureaucratieën zijn te log. Arbeidsmarkten moeten flexibeler worden. Dit soort maatregelen passen onder het kopje ‘begrotingsconsolidatie’ én onder het kopje ‘groei’.”

Vullen ze elkaar aan?

„Ja. En ze zijn niet alleen nodig in probleemlanden, maar in álle landen. Als één terrein onder de crisis lijdt, is het innovatie. Dat wordt nu als luxe gezien. Daar snijdt men het eerst. Dat is verkeerd, want op dat gebied onderscheidt Europa zich van andere landen op het wereldtoneel. Als we niet uitkijken, raken we die voorsprong kwijt. Dus het groeipact [waar Frankrijk om vraagt, red.] heeft mijn zegen, zolang het gepaard gaat van oprechte ambitie om de maatschappij en economie te veranderen.”

Wie betaalt dat?

„Er ís geld voor investeringen: in het bedrijfsleven. We moeten af van het idee dat de staat alles betaalt. Als de staat de goede stimulansen geeft, zal de zakenwereld dat geld investeren.”

Suggereert u dat dit geld klaarligt?

„Dat is ook zo. In 2011 heeft de EIB 76 miljard euro aan particulier kapitaal geleend. 46 procent kwam van investeerders buiten Europa. Dat duidt erop dat er geld is en dat er vertrouwen is in Europa. Als je goede projecten hebt, kun je geld bij elkaar krijgen.”

Wat zijn ‘goede projecten’?

„Grote infrastructuurprojecten zoals transport- of energienetwerken in meerdere landen. Of steun aan kleinere bedrijven die succesvol zijn, maar nu in veel landen dreigen te verstikken omdat ze geen bankleningen meer krijgen. Ik ben met u eens: de zoveelste snelweg op een mediterraan eiland lost het Europese probleem niet op. Het moet slimmer, holistischer. Je moet kijken: waar staat Europa in de wereld, wat heeft ze nodig om die positie te versterken?”

Econoom Daniel Gros zegt dat snelwegen nodig zijn in Duitsland, niet in Spanje.

„Ik vraag me weleens af waarom dat de beste infrastructuur in het land waar ik vandaag kom in de meest afgelegen, onproductieve streken is gebouwd. Na de val van de Muur waren er goede redenen om te investeren in het oosten van Duitsland. Nu, dertig jaar later, moeten we in Duitsland nieuwe speerpunten kiezen. Dat geldt ook voor Europa ook.”

Uw aandeelhouders, Europese landen, vinden het vast niet leuk als u bepaalde landen geld leent en andere overslaat?

„Dat is correct. In principe investeren we in alle Europese landen.”

Komt het alleen door de crisis dat investeerders geen geld uitgeven?

„Ze zitten op hun geld omdat ze geen vertrouwen hebben. Misschien ook omdat ze niet genoeg leiderschap zien. Niemand geeft Europa duidelijk richting. Dat maakt het voor investeerders minder interessant, zeker nu de rente laag is. Dan helpt het als je hen veilige langetermijncontracten biedt. De EIB kan dat.”

Verwacht iedereen wonderen van u?

„Wij mobiliseren meer kapitaal dan de Wereldbank. Velen ontdekken dat eindelijk en dat doet me plezier. Wat me beangstigt is dat iedereen zó desperaat op zoek is naar instrumenten om groei en innovatie aan te zwengelen, dat ze de EIB als redder zien.”

Wat kunt u bieden?

„De EIB kan veel geld mobiliseren op de kapitaalmarkten en dat tegen aantrekkelijke tarieven de economie insluizen. Zelfs als ik Keynesiaan was geweest, had ik moeten erkennen dat overheden dit momenteel niet kunnen. Ze hebben geen budgettaire ruimte. Dus als Europese instellingen en landen hun kapitaalbasis een beetje versterken, kunnen wij de markt op om goedkoop veel bij te lenen. Als je onze vuurkracht matcht met Europese structuurfondsen, kun je bedragen vermenigvuldigen. Wij kunnen meer ophalen dan wie ook. Ik stel wel twee voorwaarden. Eén: het moeten goede projecten zijn die passen in de toekomstvisie van Europa. Twee: aan onze conservatieve financiële standaarden wordt niet getornd. We laten ons niet verleiden mee te doen aan projecten die politiek wenselijk zijn maar weinig economische impact hebben. We hebben een AAA-rating. We willen onze sterke positie op kapitaalmarkten handhaven. We moeten strikt zijn.”

Wilt u meebeslissen over wie die Europese subsidie krijgt?

„Precies. Niet als laatste evaluatie, als de Europese Commissie alles al goedgekeurd heeft. Maar meteen in het begin. De bankability van projecten moet uitstekend zijn, anders gaat onze reputatie…”

U klinkt alsof u ervoor moet vechten. Wil de Commissie u er niet bij hebben?

„Ik heb dit besproken met Commissievoorzitter Barroso. Hij begreep het, geloof ik. Hij ziet dat het in niemands belang is als we verkeerde projecten steunen.”

Hiervoor moet de EIB zogeheten ‘project bonds’ uitgeven: projectobligaties. Euro-obligaties, maar dan voor een specifiek project. Waren Duitsland en Nederland niet mordicus tegen euro-obligaties?

„Projectobligaties worden vaak verward met euro-obligaties. Zolang Europa de moed en de voortvarendheid niet heeft om een politieke unie te vormen, méér te integreren, kunnen euro-obligaties helaas niet werken. Lidstaten willen nu de aansprakelijkheid niet delen. Maar particulier geld aantrekken voor grote Europese infrastructuurprojecten, wat wij met de projectobligaties gaan doen, is iets anders.”

Zo kun je met één euro publiek geld tien, vijftien euro privaat geld trekken?

„Dat is het idee. Deze zomer beginnen we met een experiment van 230 miljoen, om te kijken hoe het gaat. Alle landen staan daarachter.”

Klopt het dat u lidstaten ook vraagt om 10 miljard euro extra kapitaal?

„Ik heb het niemand gevraagd. Maar iedereen praat over zo’n kapitaalverhoging, dus ik krijg vragen. Mijn antwoord is dat de EIB beter in staat is van een beetje geld een heleboel te maken als onze bankbalans versterkt wordt.”

Veel landen raken hun triple-A status kwijt en moeten dan meer rente op leningen betalen. Heeft de EIB daar last van?

„Natuurlijk. Daarom hamer ik op goede projecten. Een ander gevolg van de crisis is dat we veel kleine bedrijven steunen, bijvoorbeeld in Griekenland. Normaal financieren wij de ene helft en banken de andere helft, maar nu klampen we ons niet als ayatollahs aan die percentages vast.”

Hoe staat het met uw idee om een ‘Marshallplan’ voor Griekenland te beginnen, met een Duitse industrieel?

„Dat woord schept verwachtingen, fantasieën, misschien wel illusies. Wat de EIB in Griekenland doet, lijkt op wat ze eind jaren vijftig in Italië deed. Daarom werd de EIB toen opgericht, wist u dat? Omdat Italië extra hulp nodig had. Later regelden we ook particuliere financiering voor de andere vijf lidstaten van de toenmalige Europese Economische Gemeenschap [voorloper van de Europese Unie, red.]. Ons businessmodel lijkt op dat van het Marshallplan. Europa doet overigens best veel voor Griekenland. Co-financieringsregels voor subsidies zijn aangepast, zodat ze die subsidies makkelijker krijgen. Er is een taskforce die de Grieken helpt allerlei hobbels te slechten. Maar dat is een lang, lang proces, dat alleen kan slagen in een stabiel politiek klimaat. Het is moeilijk om zakenlui nu te vragen in Griekenland te investeren terwijl de Grieken zelf hun geld naar het buitenland brengen.”

Als Griekenland de eurozone verlaat, blijft de EIB het land dan helpen?

„Daar ga ik nog geen minuut over speculeren.”

Waarom niet? Daar moet u toch rekening mee houden?

„Mijn prioriteit is helpen de muntunie bijeen te houden. Het zou een ramp zijn als de bakermat van Europese beschaving en democratie een ongewisse en gevaarlijke toekomst buiten de Unie tegemoet ging. Een enorme ramp voor Griekenland én voor ons. Erger dan velen denken.”

Waarom?

„Neenee, tot zover. Ik probeer mijn bescheiden bijdrage te leveren aan de oplossing van dit probleem. Verder doe ik er het zwijgen toe.”