De Ombudsman is beschadigd

De verhouding tussen de Nationale Ombudsman en een meerderheid in de Tweede Kamer is volledig verstoord. Er is geen andere conclusie mogelijk na een zeer roerig overleg met de vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken gistermiddag.

Dergelijke bijeenkomsten zijn eerder bedoeld als informatief werkoverleg, niet meteen als politiek forum. Maar gisteren ging een meerderheid onder leiding van de VVD als een stoomwals over de Nationale Ombudsman heen. En wel uit boosheid over een vraaggesprek in deze krant. Dat interview ging over de constitutionele verhoudingen: het afnemend respect van de politiek voor de rechtspraak, het tanend gezag bij het kabinet van adviesorganen, het monisme in de Tweede Kamer, de ‘kadaverdiscipline’ bij de coalitie en de gebrekkige kwaliteit van sommige wetsvoorstellen. Ombudsman Brenninkmeijer nam geen blad voor de mond. De Kamer bleek dat gisteren niet te willen horen. Althans niet van hem. Brenninkmeijer werd verweten de onafhankelijkheid van zijn ambt te hebben beschadigd door ‘politieke’ uitspraken te doen. Ten minste één fractie, de VVD, zei feitelijk het vertrouwen in hem op. Maar ook PvdA en PVV vonden zijn uitspraken volstrekt onacceptabel.

Zoiets is in 30 jaar Nationale Ombudsman niet voorgekomen. De Ombudsman is als Hoog College van Staat in beginsel de bondgenoot van het parlement bij de controle op een behoorlijke uitvoering van de wet. Het instituut heeft zijn waarde bewezen: niet alleen voor individuele gevallen, ook in zijn systeemkritiek. Voor de Kamer is de Ombudsman een barometer van de kwaliteit van het openbaar bestuur. En een rem op de neiging om wetgeving steeds maar te verfijnen. Dankzij de Ombudsman is ‘behoorlijkheid’ van overheidsoptreden een nieuw ijkpunt geworden.

Een vertrouwenscrisis in die relatie heeft potentieel grote gevolgen. En dan niet alleen voor de ombudsman zelf, die zich nu op zijn positie zal (moeten) beraden. Ook de drie Kamerfracties hebben met hun felle kritiek schade aangericht. De burger heeft niets aan een Ombudsman op wiens aanbellen bij het Binnenhof niet wordt opengedaan.

Ergernis in de Kamer over zijn inderdaad puntige kritiek is op zich nog te volgen. Maar de deur woedend dichtsmijten is ten minste onvoorzichtig en feitelijk niet behoorlijk. De Kamer wekte gisteren vooral de indruk uit ergernis over de boodschap de bron aan te pakken.

Unverfroren de waarheid gezegd krijgen wordt in de politiek zelden geapprecieerd. Maar het is voor de democratie zeer waardevol als het toch gebeurt, zeker door een Ombudsman. De burger moet nu tegen zijn zin kiezen tussen parlement of Ombudsman. Dat is ongewenst.