Abstracte solidariteit

In de media sloven politici en deskundologen – om dit, in deze tijden van verwarring, toepasselijke woord maar eens uit de kast te halen – zich uit in analyses over de eurocrisis. Het niveau van het debat kenmerkt zich door koffiedik kijken en het uitvergroten van eigen en andermans emoties en pseudokennis. Dat betekent dat de interviewer dingen vraagt – ik verzin dit niet – als „wat denk jij, nu je die boze Grieken ziet, zullen ze in de euro blijven of niet?”. Een nog ergere variant is: „vind je dat de Grieken in de euro moeten blijven?”. Aangezien niemand dat weet, vooral de Grieken niet, is dat het schoolvoorbeeld van een zinloze vraag.

Ondertussen begint de campagne voor de verkiezingen, en die gaat ogenschijnlijk over heel andere dingen. Over Nederland, natuurlijk, op het bekende huis-tuin-en-keukenniveau waarbij wij ons zo aangenaam voelen. Ik wil hiermee de Nederlandse situatie van dalende koopkracht – de laagste inkomens die daarvoor net wel of net niet worden gecompenseerd – niet bagatelliseren, maar toch.

SP-ideoloog Ronald van Raak (de typering is van deze krant) presteert het om in een interview van twee volle pagina’s, afgelopen zaterdag, niet eenmaal het woord Europa of Griekenland te laten vallen. Ondanks eerdere, sussende woorden van Jan Marijnissen dat de SP echt niet tegen Europa is, is deze lacune omineus in een gesprek dat de filosofie van de partij in haar volle breedte schildert.

Tegelijkertijd heeft van Raak bezwaar tegen de term ‘kosmopolitisch’. Hij zegt: „Zij die zo opgeven over hun eigen kosmopolitisme koesteren vaak een abstracte solidariteit met mensen uit Afrika en Afghanistan, maar een angst voor mensen en hun opvattingen uit de achterstandswijk een paar straten verderop.” Mogelijk heeft hij gelijk en bestaan deze mensen werkelijk. Alleen heb ik dergelijke pseudokosmopolieten nooit eerder opgemerkt (maar ja, misschien zaten die thuis te bibberen op de divan, bang om een paar straten verderop te gaan, en ongetwijfeld nog banger voor loslopende Afrikanen).

Maar dan komt er een merkwaardige wending. In een passage waarin hij zich afzet tegen het neoliberalisme en de partijen die dat omarmen, stelt van Raak dat „alle opiniepeilingen laten zien dat mensen trots zijn op Nederland omdat de tegenstellingen hier niet erg groot zijn [...] Een meerderheid van Nederlanders is bang voor meer tegenstellingen en afbraak van sociale zekerheid”. In combinatie met de afwezigheid van enige verwijzing naar Europa en een wegwerpendheid tegenover „Afrika en Afghanistan” – zeg maar Verweggistan – komt dat voor mij als een schok. We mogen, niet moeten, dus solidair zijn binnen Nederland, en de verzorgingsstaat beschermen, maar dat daarbuiten nog een wereld bestaat, wordt gemakshalve vergeten.

Diezelfde mensen een paar straten verderop worden beïnvloed, of de SP het wil of niet, door wat er in Griekenland gebeurt, en zelfs ook door wat er in Afrika en Afghanistan plaatsvindt. Ja, het wordt „minder gezellig” in Nederland, om van Raak nog een keer te citeren. Als er ergens solidariteit nodig is, dan is het op dit moment in Europa en in Griekenland. Juist daar lopen de tegenstellingen gigantisch op, tussen noord en zuid, tussen arm en rijk, tussen wie werk heeft, of spaargeld of relaties, en wie niet. Dat is geen abstracte solidariteit, maar één waarvoor wij zullen moeten bloeden.

Want dat is nu eenmaal het hart van solidariteit, dat je iets voor elkaar over hebt. In voorspoed en in tegenspoed. Zoals dat in de verzorgingsstaat Nederland geldt. Net zo goed als wij accepteren dat iemand die te veel drinkt en rookt of gevaarlijke sporten onderneemt, recht heeft op medische hulp, ook al vallen veel van haar of zijn gezondheidsproblemen in de categorieën ‘zelf aangedaan leed’ en ‘eigen stomme schuld’, evenzo hebben de Grieken recht op onze steun. Ook al hebben ze er een potje van gemaakt, kennen ze geen arbeidsmoraal, worden ze geleid door dubieuze leiders, zijn ze koppig en kortzichtig en zijn ze onder valse voorwendselen de eurozone binnengedrongen. Allemaal waar, maar daarin verschillen ze niet van, zeg maar, illegale asielzoekers die ook recht op medische verzorging hebben.

Het beroep dat de SP doet op solidariteit met de zwakken kan nooit alleen gelden voor Nederlandse burgers. Als we die weg opgaan, dan dreigt pas werkelijk de afbraak van de Nederlandse samenleving. Juist het land dat er trots op is dat er geen grote sociale tegenstellingen bestaan, en dat altijd als filosofie heeft uitgedragen in al zijn internationale uitingen, moet pal staan voor de solidariteit met de zwakke landen in Europa. En niet alleen uit welbegrepen eigenbelang, zoals sussend door deskundologen wordt gezegd. Maar omdat het een fundamentele waarde is van onze beschaving.

Daarom is het op zijn minst tendentieus, zo niet erger, dat de SP tegenover de eigen fraaie solidariteit met die achterstandswijken een paar straten verderop Afrika en Afghanistan noemt, en de abstracte solidariteit van een kosmopolitische, pseudolinkse elite.