Ze kennen nog geen drie bloemen bij naam

Miljoenen kinderen mogen niet meer ‘lekker buiten spelen’. Kwalijk, want: wie de natuur niet leert kennen, zal haar later niet beschermen.

De rampzalige boerderijvakantie in de Franse Elzas staat me nog helder voor ogen. Op de tractor rijden en meedoen met hooien was prachtig. Maar elke dag drama, omdat het meisje haar melk niet „van die vieze koe'” wilde. Snikkend: „Ik wil gewone melk – uit een pak!”

Het is een harde confrontatie met een wereld die altijd buiten het bereik was gebleven van de galerij-flat-in-de-stad waarin ze was opgegroeid. De Britse National Trust, bezitter van enorme stukken landschap en natuur, herkent haar probleem, dat ze zorgelijk als een bijna-ziekte heeft bestempeld. In navolging van de Amerikaanse auteur Richard Louv toont de Trust zich bezorgd dat de huidige generatie kinderen vrijwel geen ‘kennis van de natuur’ heeft. Een rapport, in haar opdracht gemaakt, spreekt, van ‘nature deficit disorder’ (natuurtekort-afwijking) als een aandoening met schadelijke gevolgen voor het kind. De afwijking kan bovendien directe gevolgen hebben voor natuur en natuurbescherming in de nabije toekomst, want – citaat van de beroemde documentairemaker David Attenborough: „Niemand gaat iets beschermen wat hem koud laat en niemand loopt warm voor iets wat hij niet kent.”

Echte natuur – meer dan alleen een stukje groen – is op de Britse eilanden in ruimere mate en veel woester voorhanden dan in het ruimtelijk geordende Nederland, waar het verkeer zich tussen met geluidsschermen afgezette sleuven door steeds minder open landschap perst. Dat die onthechting tussen mens en natuurlijke omgeving niet goed is, en dat die speciaal kinderen wel eens zou kunnen schaden, is een gedachte die in Nederland pas een jaar of tien oud is. De Gezondheidsraad kon in 2004 nog geen wetenschappelijk aantoonbaar verband ontdekken, maar beval nader wel onderzoek aan. Dat kwam er: omgevingspsychologe Agnes van den Berg, inmiddels hoogleraar in Groningen, wordt algemeen gezien als de Nederlandse grondlegger van onderzoek tussen natuur en gezondheid.

In 2009 promoveerde de sociologe Jolanda Maas op een proefschrift met de titel Vitamine G, waaruit blijkt dat mensen in een groene omgeving zich gezonder voelen en gezonder zijn. ‘Groen’ vermindert stress, leidt tot meer sociale contacten (de wandeling met de hond) en vooral kinderen gaan meer bewegen. Dit laatste is een niet gering voordeel in de strijd tegen ziekmakend overgewicht, zoals ook de constatering dat kinderen met concentratiestoornissen (ADHD) na een ‘dosis natuur’ veel beter in staat zijn leerstof op te nemen. Waardoor dat komt, moet nog worden onderzocht.

Opmerkelijk: in Nederland is ‘natuur’ al verschoven naar ‘groen’. Jolanda Maas heeft het over de manier waarop de ruimtelijke ordening de afgelopen tien jaar meer in „parken en perkjes” is gaan voorzien. De afgelopen vijf jaar heeft groen op steeds meer plekken in woonwijken een centrale rol gekregen, bijvoorbeeld door de komst van moestuinen. Kinderdagverblijven hebben steeds vaker ‘natuurspeelplekken’, scholen krijgen ‘groene schoolpleinen’ – alle bedoeld om kinderen in een veilige omgeving tot „creatiever speelgedrag” te brengen.

Maas: „Je ziet dat met name de groene sector reageert, maar de gezondheidssector heeft nog niet veel interesse. Daar moet het kwartje nog vallen.”

‘Schokproef ingepakte’ kinderen

Het Britse rapport spreekt over een generatie van ‘schokproef ingepakte’ kinderen met overbezorgde, angstige ‘helikopterouders’ die hun kind tegen alle vermeende gevaren willen beschermen. En de overheid doet mee. Bang als die is aansprakelijk te worden gesteld, legt ze regels op die ‘gevaarlijke’ spelletjes als conkers (met kastanjes aan een touwtje tegen elkaar slaan tot er één kapot gaat) verbiedt, of die waarschuwt tegen het gevaar van klimmen in bomen. En van alles mag niet: bloemen plukken, te veel lawaai maken in een park, tikkertje of verstoppertje spelen – alles wat bij vorige generaties gold als onderdeel van opgroeien, geldt nu als hinderlijk of gevaarlijk.

„Verkeer is een fysieke bedreiging voor kinderen, wat niet moet worden onderschat”, schrijft bioloog Stephen Moss in de Trust-studie. „Maar er zijn andere vormen van risico die kinderen moeten kunnen nemen. Drie keer zoveel kinderen belanden jaarlijks in het ziekenhuis doordat ze uit bed zijn gevallen dan dat ze gewond zijn geraakt door klimmen in een boom.”

Kennismaking met ‘de natuur’ moet volgens onderzoek bij kinderen tussen 7 en 12 jaar beginnen. In die levensfase wordt belangstelling gewekt waarvan een mens de rest van z’n plezier kan hebben. Wie na zijn twaalfde nog nooit zijn naam in sterrekers heeft gezaaid, of een boomhut heeft kunnen bouwen, of door een rivier heeft gewaad, of kikkervisjes heeft gevangen, is daarna meestal ook niet meer geïnteresseerd. Tegen die tijd zijn de meeste kinderen al verslaafd aan elektronica. ‘Ga naar je kamer!’ is al lang geen straf meer. Britse kinderen tussen 11 en 15 jaar zitten dan allang achter de computer of de televisie, meestal in hun eigen kamer, en zijn niet langer naar buiten te branden.

De National Trust begint nu een ‘50 things to do before you’re 11 & 3/4’-campagne. Met: minder verbodsbordjes, minder georganiseerde activiteiten en exposities en meer ‘echte countryside’, waarin kinderen zelf spelletjes kunnen doen en meer kans hebben wild life te zien. Dit laatste past in het beeld dat veel mensen hebben: ze geloven dat ze de natuur alleen nog kunnen tegenkomen in een natuurreservaat, met een verrekijker om hun nek en met de correcte kleding aan.

Is het ernstig als een kind niet weet dat melk van een koe komt? Of dat het alles weet van ‘milieu’ en ‘vervuiling’, maar een paardebloem niet van een madeliefje kan onderscheiden?

Jolanda Maas: „Het is heel aannemelijk dat kinderen, dankzij het veelzijdige spel dat ze in de natuur kunnen spelen, meer zelfvertrouwen krijgen. Dat het goed is voor hun sociale, cognitieve en emotionele ontwikkeling. Kinderen hoeven echt niet alles van de natuur te weten en hoeven ook niet elke week te gaan wandelen, maar enig contact met de wonderen van de natuur is wel belangrijk. Al is het alleen al omdat we de natuur uiteindelijk allemaal nodig hebben om te overleven.”