Waarom mensen lijden aan modeziekten

Vroeger heette RSI ‘schrijverskramp’. Modeziekten, weet psychiater Hans van der Ploeg, zijn van alle tijden. En dat niet alleen; mensen laten zich zulke ziekten ook aanpraten. Dat is niet zonder gevaar. Want een juiste diagnose blijft dan uit.

Modeziekten zijn van alle tijden. Ze lijken zich te verspreiden als infectieziekten, zoals RSI (muisarm) en burn-out. Ze worden gekenmerkt door het ontbreken van een duidelijke medische oorzaak. Veel modeziekten zijn reprises van ziekten van vroeger datum. Zo lijkt de schrijverskramp, bijna driehonderd jaar geleden beschreven door de Italiaanse arts Bernardino Ramazzini in zijn boek De Morbis Artificum over beroepsziekten, sprekend op RSI.

Door het ontbreken van een biologische oorzaak is menige psychiatrische aandoening uitermate geschikt als modeziekte. Veertig jaar geleden kregen mensen en masse last van hyperventilatie. Dertig jaar geleden verschenen de eerste patiënten met een ‘borderline persoonlijkheid’ en kinderen met ADHD in de spreekkamer van de psychiater. Twintig jaar geleden dook de meervoudige persoonlijkheid op. En de laatste tien jaar zie je in de geestelijke gezondheidszorg een toenemend aantal gevallen van ADHD en autisme bij volwassenen. Eenzelvige, saaie heren die meer dan eens de verjaardag van hun kinderen vergeten en urenlang op zolder voor hun computer zitten, zijn plotseling de sigaar. Niet lang geleden beschouwde men zulke lieden nog als excentriek. Nu worden ze op aandringen van hun lieftallige echtgenotes getest op ASS (Autisme Spectrum Stoornis). Bij een aantoonbare afwijking moet de man in therapie of stimulantia slikken. Niet zelden leidt de diagnose ASS tot echtscheiding.

Autisme in de betekenis van contactstoornis en in zichzelf gekeerd gedrag (in 1911 gelanceerd door de Zwitserse psychiater Bleuler als een basiskenmerk van schizofrenie) biedt in onze tijd een verklaring voor het feit dat je als volwassen man niet kunt meekomen in de groep, én in onze van hypes en emoties overspoelde babbelmaatschappij.

Dat modeziekten zich massaal verspreiden, is behalve van tijd en context tevens het gevolg van psychische besmetting, suggestie, de media. Als in de supermarkt gaan mensen met hardnekkige klachten op zoek naar een passende ziekte, op internet. Ze zien op tv anderen met precies dezelfde klachten, bespreken de nieuwe ziekte met familie en vrienden. Daarbij helpt het als er een speciale therapie voor de ziekte bestaat. Deskundigen met scoringsdrift, ambitieuze wetenschappers, actieve patiëntenverenigingen, maar bovenal de DSM (het Amerikaanse diagnostisch classificatieboek van de psychiatrie) en de farmaceutische industrie treden op als virulente aanjagers van modeziekten.

Een duik in de geschiedenis levert diverse staaltjes op van modeziekten. Zo was hysterie, eind negentiende eeuw met veel bravoure gepropageerd door de Franse neuroloog Charcot, typisch het gevolg van suggestie en psychische besmetting. De ziekte verdween in de twintigste eeuw bijna geheel. Een andere modeziekte uit die tijd was neurasthenie. Geestelijk vader was de Amerikaanse neuroloog George Beard, die neurasthenie aan het grote publiek ‘verkocht’ als zenuwinzinking, ten gevolge van de hevige stress in de moderne samenleving. Deze stress beroofde mensen van hun reserves aan zenuwkracht. Het wijdverbreide aantal gevallen van neurasthenie had volgens Beard alles te maken met de opkomst van de telegraaf, de spoorwegen en de pers. De genadeloze concurrentie op de vrije markt en de beurs hadden het leven ondraaglijk gemaakt. Neurasthenie was oude wijn in nieuwe zakken. De kwaal was al in 1733 beschreven, door de Schotse arts George Cheyne, als ‘Engelse ziekte’.

Een neurastheen kind

Vanaf 1900 ontdekten pedagogen de diagnose neurasthenie voor lastige kinderen met leerproblemen. In 1949 vroeg een Nederlandse moeder advies aan het maandblad Moeder over de gedragsproblemen op school van haar achtjarige dochter. Het meisje stoorde zich niet aan regels en vertoonde een gebrek aan concentratie. De moeder noemde het meisje ‘een neurastheen kind’. De redactie reageerde sceptisch: ‘Neurasthene kinderen geven last, maar daarom zijn alle moeilijke kinderen nog niet direct neurastheen.’ Hier dringt zich de vergelijking op met ADHD. Alleen is dat een stoornis die eerst ‘ontdekt’ werd bij kinderen en later bij volwassenen. Bij neurasthenie ging het andersom.

In de psychiatrie is neurasthenie nooit helemaal verdwenen. Het komt vooral voor bij de pietjes precies, mensen met een ‘psychastheen’ karakter, die het uiterste van zichzelf vergen en constant te veel hooi op hun vork nemen. Door uitputting storten ze volledig in. Moderne varianten van neurasthenie: ME, chronisch vermoeidheidssyndroom en burn-out. Vooral burn-out lijkt sprekend op neurasthenie. Kandidaten voor burn-out zullen niet snel nee zeggen, hebben een groot plichtsbesef, lijken volledig vergroeid met hun werk. Vaak zijn ze perfectionistisch en hebben ze moeite werk aan collega’s over te laten. Ze stellen hoge eisen aan zichzelf en anderen. Op zekere dag is de accu leeg, met extreme moeheid als gevolg.

Net als in de handel en economie heb je voor de groei van modeziekten behalve de markt een tot de verbeelding sprekend concept nodig. En geloof. Degene die er last van heeft, moet een aannemelijk verhaal kunnen opdissen: „Ik ben druk, want ik heb ADHD. Ik mis een stofje in mijn hersenen.” Wetenschappelijk hoeft het niet te kloppen, maar het belangrijkste is dat het verhaal wérkt. Je houdt er een spreekbeurt over in de klas. In plaats van een drukke jongen en lastpak, promoveer je tot een persoon die respect verdient. Een paar klasgenoten herkennen de symptomen. De oplossing: Ritalin (methylfenidaat), waarvan de werking in 1944 is ontdekt door de chemicus Leandro Panizzon. Zijn vrouw Marguerite, ‘Rita’, merkte dat ze er uitstekend van ging tennissen. Daarom noemde Panizzon het middel Ritalin.

Lusteloze bejaarden

Aanvankelijk kwam Ritalin op de markt als oppepper van lusteloze bejaarden. De psychologe Laura Batstra beschrijft deze anekdote in haar boek Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen. Het duurde tot begin jaren tachtig voordat Ritalin zijn toepassing vond bij kinderen. Via diagnosen als neurasthenie, neuropathie, nervositas en MBD kwamen de samenstellers van de DSM III (1980) uit op ADHD. Sindsdien groeit het aantal gevallen nog steeds.

Mensen hebben last van modeziekten omdat ze zich die laten aansmeren én omdat hun omgeving, of zijzelf, er belang bij hebben, door ‘secundaire ziektewinst’. De enorme populariteit van modeziekten is niet zonder nadelen. Critici wijzen erop dat te veel mensen onnodig stimulantia slikken. Wie eenmaal het stempel van ADHD of ASS bezit, komt er niet zo maar van af.

Ernstiger is dat meer dan eens de juiste diagnose wordt gemist. ADHD is dan de dekmantel voor psychopathie. En in plaats van ASS lijdt de persoon aan een psychose of schizofrenie. Door de verkeerde diagnose komt de juiste behandeling niet van de grond.