W-Afrika maakt zich op voor militair ingrijpen

Regiomachten Ivoorkust en Nigeria willen troepen naar Mali sturen, om extremisten te verslaan. Ontwrichting van de regio lijkt onvermijdelijk.

De vergaderingen van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Landen, ECOWAS, rijgen zich aaneen sinds legerofficieren de macht grepen, eerst in Mali en daarna in Guinee-Bissau. Over Guinee-Bissau is het samenwerkingsverband het eens geworden: daar arriveert deze week een groep militairen die orde op zaken moet stellen. Over de crisis in Mali maakt ECOWAS zich meer zorgen. Die kan overslaan op een of meer van de zeven buurlanden als de wankele interim-regering aan haar lot wordt overgelaten.

In zekere zin is dat al gebeurd: Burkina Faso, Niger en Mauretanië geven honderdduizenden vluchtelingen onderdak terwijl de eigen bevolking mort over slechte oogsten en torenhoge voedselprijzen. De helft van Mali is nu een wetteloze, ontoegankelijke vlakte waar islamitische groepen de buit verdelen met separatistische Toeareg. Het lijkt een kwestie van tijd voordat de onrust de rest van de regio ontwricht.

Onder voorzitterschap van de Ivoriaanse president Alassane Ouattara is ECOWAS minder besluiteloos dan vroeger. Misschien omdat Ouattara vorig jaar zelf maandenlang vergeefs aandrong op buitenlands ingrijpen toen Ivoorkust op een burgeroorlog afstevende. Door met economische sancties te dreigen, slaagde ECOWAS er vorige maand in de junta tot een compromis te dwingen.

Maar Mali is volgens ECOWAS niet in staat de rebellengroepen in het noorden te verslaan. De twee landen die in de regio het meest gewicht in de schaal leggen, Ivoorkust en Nigeria, sturen daarom aan op een militaire interventie. Dat is geen grootspraak, zegt een Ivoriaan die namens de regering de gesprekken volgt.

„Wij hebben als eerste gezegd dat we militairen kunnen leveren, en wij bereiden ons al actief voor op deelname.” Nigeria wil voorkomen dat Mali een uitvalsbasis wordt voor de Nigeriaanse terreurgroep Boko Haram, die ook in Mali is opgedoken.

Het land toont zich bovendien graag als regionale grootmacht die kleinere landen tot de orde roept.

Intussen wordt achter de schermen druk onderhandeld. President Blaise Compaoré van Burkina Faso, een ex-putschist die bij jonge potentaten veel respect afdwingt, houdt alle lijnen open: met de Malinese junta, met de leiders van Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb (AQIM) en met de afscheidingsbeweging van de Toeareg. Aan zijn zijde staat een invloedrijke Mauretaniër die de vrijlating regelde van een Italiaanse en een Zwitserse gijzelaar, die in handen waren gevallen van AQIM.

„Compaoré en zijn vertrouwensman zijn uitstekende onderhandelaars”, zegt een West-Afrikaanse diplomaat die nauw betrokken is bij het overleg. „Juntaleider Sanogo kunnen zij wel aan, en met de Toeareg kan misschien een compromis worden gesloten. AQIM is het grootste probleem. Dat zijn overtuigde extremisten die nog zeven westerse gijzelaars vasthouden. Een interventie is niet aan de orde zolang die mensen niet zijn vrijgelaten. We kunnen het ons niet veroorloven westerse landen tegen het hoofd te stoten.”

Het noordelijk gelegen Algerije zal zich afzijdig houden, voorspelt de diplomaat. „Velen denken dat Algerije het niet per se ongunstig vindt om moslimextremisten aan de andere kant van de grens te hebben. De regering kan dat gebruiken om de eigen moslimpartijen onder de duim te houden. Of het waar is, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat er bij de ECOWAS-vergaderingen altijd een paar Algerijnen meeluisteren.”

Niger is het meest kwetsbaar, omdat het niet alleen veel Toeareg telt, maar ook veel inwoners heeft die dezelfde taal spreken als de aanhangers van Boko Haram. De Nigerese minister van Buitenlandse Zaken bracht dit weekeinde een bezoek aan Ouattara om hem eraan te herinneren dat AQIM zich op nog geen 400 kilometer van de Nigerese hoofdstad Niamey ophoudt. Mogelijk drong ook hij aan op actie. Ondanks protest in Mali is ECOWAS bezig met het optrommelen van troepen, zegt de diplomaat. „Uiteindelijk is de enige oplossing een militaire oplossing.”