Tweetaligheid

‘Schenk me nog maar een keer in”, zegt de man aan de toog. „Op één been kan ik niet staan.”

Nou ja, wie heeft bovenstaand excuus niet eerder gehoord. Na de tweede verversing volgt altijd de derde, waarop het evenwicht hersteld moet worden met een vierde. Totdat de roeszoeker de tel kwijtraakt en na sluit niet meer weet of hij met een even of oneven aantal geëindigd is.

Robert Gesink zal zich vaak als de man in de kroeg hebben gevoeld. Nog maar één been om op te staan, maar dat andere moet ook terug in het gelid. Hoe? Toen hij vorig najaar zijn rechterdijbeen brak, kon ik een zorgelijk kreetje niet onderdrukken: ai, dat gaat nog lang pijn doen.

Een renner vertelde me eens dat hij zich lam was geschrokken toen zijn „poot” uit de gips kwam. „Het was een bezemsteel; er zat geen vlees meer op.” En nee, hij was er nadien ook niet meer in geslaagd beide benen op gelijk volume te krijgen. In de koers bleef het ene altijd in achtervolging op het andere. Zijn vertrouwde niveau had hij nooit meer bereikt.

Soms hoor je dat wanneer de kalk zijn helende werk heeft verricht rondom de breuk, het ene been opeens iets korter is dan het andere, of krommer. Het brengt een vervelende onevenwichtigheid in de pedaalslag waardoor de onderrug om de haverklap op slot schiet. Zelden zorgt een breuk in het onderstel voor een favorabele correctie.

Zelf heb ik nooit een poot in het gips gehad, maar door een gratis verkregen bekkeninstabiliteit ontwikkelde ik op zeker moment toch een soort van tweetaligheid beneden de navel. De spieren van het rechterbeen atrofieerden langzaam, tengevolge waarvan de linker- en rechterhersenhelft in voortdurende staat van oorlog kwamen te verkeren met elkaar.

Een been, laat staan twee benen, zijn ook niet te verzekeren. Tenminste niet tegen een menselijke premie.

In de nacht van zaterdag op zondag keek ik naar de beslissende bergrit in de Ronde van Californië. Als een arts in opleiding bestudeerde ik de tred van Robert Gesink. Het was zo’n typisch Gesink-tredje: licht, moeiteloos, elegant. Zeker weten dat de tegenstanders rondom zich enorm aan dat tredje ergerden. En zeker weten dat Dave Zabriskie in zijn leiderstruitje een onweersbui zag naderen. Zabriskie hing op zijn fiets alsof hem reeds een verschrikkelijk ongeluk was overkomen.

Dat tredje van Gesink, het was luchtig en frivool; rouw en verdriet leken eruit verdwenen. De plotselinge dood van zijn vader in 2010 had zijn existentie in de fundamenten aangetast. In zijn pedaalslag was het terug te zien.

Robert schakelde een paar tandjes bij voor de finale aanval. Ik zag een coureur bij zichzelf vandaan demarreren, twee benen in perfecte balans, beide hersenhelften in innige communicatie.