Studeren en tv kijken

Met de uitspraak op zak keerde Robert M. terug naar zijn cel in Vught. Wat voor leven gaat hij nu in gevangenschap tegemoet?

Verslaggever

Amsterdam. Het is een vurige wens van Robert M.: studeren in detentie. De 28-jarige Letse crèchemedewerker wil zijn hersens bezighouden. Tot nu toe bestudeerde hij vooral zijn strafdossier, samen met zijn advocaten, maar er is meer mogelijk. Op verzoek sturen de LOI en de Open Universiteit studieboeken op. Het is mogelijk schriftelijk examens af te leggen in detentie, waarbij een bewaarder surveilleert. Maar daar houdt het wel een beetje op. Mondelinge tentamens kunnen níet worden afgelegd in de gevangenis. Bovendien moet er voor de studie betaald worden. Een gedetineerde verdient 0,76 euro per uur met werken in de gevangenis. Robert M. heeft schulden nadat zijn appartement met verlies werd verkocht.

Tot nu toe was M. gedetineerd in het psychiatrisch penitentiair centrum (PPC) van de gevangenis in Vught. Er zijn vijf van dat soort centra in Nederland, bedoeld voor gedetineerden met psychische problemen. Binnen die centra worden zedenplegers meestal bij elkaar op één afdeling opgesloten. Ze staan onderaan in de pikorde en lopen daardoor gevaar. In Dordrecht bewerkten gedetineerden vorig jaar een kindermisbruiker met een blik ananas in een sok.

Het regime in een psychiatrisch centrum is huiselijker dan op een gewone gevangenisafdeling. Alle bewoners hebben er – gratis – tv en ze krijgen therapie en de mogelijkheid om dramales te volgen. Er werken gemiddeld meer bewakers per gevangene. Een gedetineerde in een PPC kost 175 euro per dag meer dan die in een gewone gevangeniscel. De minister hoopt dat terug te verdienen met dalende recidive. Hij denkt dat behandelde gedetineerden minder snel opnieuw een misdrijf zullen plegen.

Na twaalf jaar gevangenisstraf (tweederde van de 18 jaar) kan de tbs-behandeling van Robert M. beginnen. Zedendelinquenten gaan meestal naar één van de gespecialiseerde tbs-klinieken zoals de Pompekliniek in Nijmegen, de Van der Hoevenkliniek in Utrecht of de Van Mesdagkliniek in Groningen.

Rechters beoordelen iedere twee jaar of M.’s tbs verlengd moet worden op basis van advies van de kliniek. Elke zes jaar beoordelen externe gedragswetenschappers de tbs’er.

In theorie kan M. na enkele jaren in een tbs-kliniek verlof krijgen. Eerst begeleid, en als dat goed gaat, onbegeleid. Maar de kans dat M. dat wordt gegund, is klein. Voor elk eerste verlof is toestemming nodig van de kliniek, een landelijke adviescommissie én de minister. Die laatste mag rekening houden met de maatschappelijke geschoktheid die het oorspronkelijke delict heeft veroorzaakt. M. mag wel bezoek krijgen, zowel in de gevangenis als in de tbs-kliniek.

Als M. zich niet wil laten behandelen of de behandeling slaat niet aan, kan de kliniek hem na zes jaar voordragen voor plaatsing in een longstayafdeling. Als hij dat zelf eerder wil, hoeft geen zes jaar gewacht te worden. Sommige tbs’ers willen niet langer behandeld worden. Verblijf in een longstaykliniek is niet meer gericht op terugkeer in de samenleving, maar alleen nog op het bieden van een zo menswaardig mogelijk bestaan.

Binnen de hekken van een longstaykliniek hebben bewoners relatief veel vrijheid. Ze mogen bijvoorbeeld hun kamer inrichten met eigen meubels. Ze mogen een computer hebben, maar geen internetverbinding. Ze kunnen werken of knutselen, maar het hoeft niet.

Een belangrijk nadeel ten opzichte van verblijf in een gewone tbs-kliniek is dat je niet op verlof mag. Onbegeleid verlof was voor deze categorie al lang uit den boze, maar sinds 1 april van dit jaar is ook begeleid verlof niet meer toegestaan. Het is niet nodig om te wennen aan vrijheden, vindt staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD), omdat een longstayer niet geacht wordt terug te keren in de samenleving. Uitzonderingen worden soms gemaakt voor het bijwonen van begrafenissen van bijvoorbeeld ouders of partners. In het geval van M. zou dat ingewikkeld zijn, omdat zijn familie in Letland woont.

Onder longstayers zitten relatief veel zedendelinquenten. Dat komt deels omdat seksuele geaardheid niet te genezen is. Het hoogst haalbare is dat ze hun impulsen leren beheersen, bijvoorbeeld met medicatie en gedragstherapie. Mocht M. ooit weer vrijkomen, dan kan hij nog negen jaar onder toezicht worden gehouden. Staatssecretaris Teeven probeert dat te veranderen in levenslang toezicht.