Schoolpleinstrijd om Telegraaf

In de strijd tussen de investeerders Boekhoorn en Botman zijn de partijen er niet milder op geworden. Meineed! Omkoping!

„Wie liegt over iets tamelijks onbenulligs, liegt zeker over iets belangrijks.” Advocaat Paul Olden van advocatenkantoor Nauta ging er hard in, in het pleidooi dat hij voor zijn cliënt Marcel Boekhoorn voor het Amsterdams gerechtshof hield. Frank Botman, directeur van investeringsmaatschappij Cyrte en opponent van Boekhoorn in een al jaren slepend conflict zou onder ede hebben gelogen tijdens een getuigenverhoor in deze zaak, begin 2010. De vraag of hij kort vóór dat verhoor contact had gehad met zijn raadsman had Botman stellig ontkend. Later bleken zij samen te hebben geluncht.

Die raadsman, Stibbe-advocaat Egbert Vroom, was in het hoger beroep gisterochtend al even weinig vleiend over de man die ruim 30 miljoen euro van zijn cliënt claimt: „Boekhoorn leeft in een wereld waarin hij meent dat alles te koop is.” Vroom veronderstelt – „Ik denk, nee, ik speculeer” – dat de miljardair belangrijke getuigen in deze zaak heeft betaald voor een hem welgevallige verklaring. Vroom typeerde Boekhoorn als „een feodale landheer, omringd met horigen”. En hij verweet hem in de eerste ronde van het gevecht, voor de rechtbank Amsterdam, de kwestie bewust in de media te hebben geplugd. „Boekhoorn maakte van deze zaak een schoolpleingevecht waarvan tout le monde kon meegenieten.”

Het conflict draait om een mondelinge afspraak die Boekhoorn met Botman zou hebben gemaakt rond aandelen in Telegraaf Media Groep. Boekhoorn kocht in mei 2008, op voorspraak van grootaandeelhouder Cyrte (20 procent), een belang van 5 procent in het krantenconcern. Zonder risico, dacht Boekhoorn, die rijk werd met de aan- en verkoop van telecombedrijf Telfort en twee maande geleden stopte met zijn gratis dagblad De Pers. Immers: Cyrte zou zijn belang altijd willen overnemen tegen ten minste de 21,90 euro die hij per aandeel had betaald.

Nadat het aandeel TMG snel in waarde was gedaald, klopte Boekhoorn aan bij Botman. Botman ontkende hierop ooit een afspraak over het „terugnemen” van aandelen te hebben gemaakt. Boekhoorn stapte vervolgens naar de rechter om zijn geleden schade te vorderen – die bedraagt met de huidige koers van 9,20 euro inmiddels 32 miljoen.

Boekhoorn verloor de zaak in eerste instantie. De rechtbank oordeelde vorig jaar dat de getuigen die de lezing van Boekhoorn hadden bevestigd „onvoldoende sterk” waren om de beweerde verkoopoptie van het pakketje Telegraafaandelen „adequaat te schragen”. Bovendien stelde de rechter vast dat alle getuigen in de eerste ronde tot de „entourage” van Boekhoorn behoorden: partner Philip van Wijngaarden van Boekhoorns investeringsfirma, Wilco Jiskoot (ex-ABN Amro) die daar adviseur is en Boekhoorns voormalige zakenpartner en vriend Victor Muller.

In voorbereiding op het hoger beroep had Boekhoorn nieuwe getuigen gevonden die níet tot zijn inner circle horen, waaronder een aantal voormalige Cyrte-medewerkers. De voornaamste daarvan was Willem Jansonius, die vier jaar geleden hoofd was van Cyrtes private-equityportefeuille. Hij had in die hoedanigheid gesleuteld aan een plan om TMG van de beurs te halen. Jansonius verklaarde eind april onder ede dat zijn baas Frank Botman hem destijds had verteld dat hij de toezegging aan Boekhoorn had gedaan om diens belang in TMG „altijd weer aan hem zou kunnen verkopen tegen de kostprijs”. Er was over deze afspraak zelfs „meermalen gesproken” binnen zijn team. Een andere ex-Cyrte medewerker noemde dat laatste in zijn getuigeverhoor weer „volstrekte lariekoek, tenzij het is gezegd in een vergadering waar ik niet aanwezig ben geweest.”

Botmans advocaat Vroom weet wel wie hij moet geloven, en vooral wie niet. „Het zou mij niet verbazen als Jansonius ooit nog eens adviseur van Boekhoorn wordt, [en] dat daar een stevige vergoeding voor wordt betaald.”

Uitspraak: 3 juli.