Sap en Dibi blijven vooral aardig

Kandidaat-lijsttrekkers Jolande Sap en Tofik Dibi van GroenLinks debatteerden gisteren voor het eerst met elkaar. Tot een inhoudelijk debat kwam het amper.

Nederland, Amsterdam, 21-5-2012. Foto Maarten Hartman. Lijsttrekker debat Groen Links in Rode Hoed. Jolande Sap en Tofik Dibi.

Realistisch links en dus gaan voor resultaat? Of dwars denken, activisme en begeestering? Kandidaat-lijsttrekkers Jolande Sap en Tofik Dibi van GroenLinks gingen gisteravond voor het eerst met elkaar in debat in Amsterdam. De eerste in een reeks van drie debatten. Wie van de twee wint, wordt 6 juni bekend.

De pijn en gêne van het afgelopen weekend, over de ophef rond de kandidatuur van Tofik Dibi, waren nog bepaald niet weggeëbd bij de leden. Ze waren nog boos. Dat hadden partijvoorzitter Heleen Weening en campagneleider Jesse Klaver goed begrepen. Weening zei dat ze „echt heel erg baalde” van het gedoe en nodigde de leden uit haar te bellen om te vertellen hoe zij vonden dat de procedures verbeterd moesten worden. En Klaver vertelde wat voor „kloteweek” hij had gehad.

Na deze publiekelijke boetedoening waren Sap en Dibi zelf aan de beurt. Wat bleek: ja, GroenLinks-leden hebben nu iets te kiezen. Niet zozeer wat verschillen in standpunten betreft, wel in debatstijl en persoonlijkheid. Tofik Dibi was snel en had de lachers op zijn hand. „Het beeld dat GroenLinks bestaat uit allochtonenknuffelaars, dat is nu toch wel van de baan. En daar heb ik hard mijn best voor gedaan.” Sap kwam minder snel uit de hoek, maar had de feiten op een rij.

Sap probeerde haar resultaten als onderhandelaar van het Lenteakkoord uit te buiten. Natuurlijk is dat Lenteakkoord niet „the World according to GroenLinks”, gaf ze toe. Maar „we hebben wel de tien pijnlijkste bezuinigingen van het kabinet-Rutte van tafel gekregen”. Dibi wilde op zijn beurt profiteren van de aandacht voor zijn betwiste geschiktheid als partijleider. Autonoom denken, durven schuren, de barricades op. En: „Als ik leider ben, hoeven Kamerleden niet mij te gehoorzamen, maar mogen ze met hun eigen ideeën en bravoure komen.”

Tot een inhoudelijk debat kwam het amper. Dibi en Sap bleven vriendelijk tegen elkaar, net zoals de kandidaten bij de lijsttrekkersverkiezingen van andere partijen dat deden, afgelopen weken bij het CDA en daarvoor al bij de PvdA. Dibi gaf Sap wat credits, bijvoorbeeld toen het over zorg ging: „Ja, zij heeft voortreffelijk werk geleverd.” En Sap zei over onderwijs dat Dibi natúúrlijk gelijk heeft als hij zegt dat GroenLinks een onderwijspartij moet zijn.

Jolande Sap maakte verder van elke gelegenheid gebruik om te laten zien dat zij dienstbaar is en het beste voorheeft met GroenLinks: op naar regeringsmacht. En zou ze het kabinet ingaan of in de Kamer blijven als GroenLinks dan eindelijk eens aan een regering zou deelnemen? „Ik ben daar waar de partij me nodig heeft.”

Tofik Dibi was meer op zichzelf gericht. Hij versprak zich, tot hilariteit van de zaal: „Ik dacht na: wát is de plek waar alle waarden van GroenLinks samenkomen? En toen dacht ik aan mezelf.” Een paar minuten daarvoor zei hij veel subtieler waarom hij eigenlijk leider wil worden en toen lachte niemand: „Ik wil bewijzen dat iemand als ik in staat is om met deze partij tot oplossingen te komen.”

‘Waarom mag ik geen lijsttrekker worden’: pagina 15