Robert M.'s zaak was uniek, dus is zijn straf uitzonderlijk zwaar

Robert M. kreeg gisteren 18 jaar cel én tbs opgelegd. Tot nu toe is een dergelijk vonnis alleen in moordzaken uitgesproken. In zedenzaken worden de straffen zwaarder.

De rechters van Robert M. schrijven het zelf in hun vonnis. Er zijn wel strafrichtlijnen voor het bezit van kinderporno, maar „niet voor langdurig en ernstig misbruik van zeer jonge kinderen”.

Het Openbaar Ministerie concludeerde eerder ook al dat de wet „niet op voorhand duidelijk is” over het strafmaximum voor de feiten in deze zaak. Die feiten zijn: zeer langdurig en ernstig misbruik van veel baby’s en peuters, het maken, bezitten en verspreiden van kinderporno.

Toch kwam zowel de rechtbank als het OM, na een ingewikkelde rekensom, tot hetzelfde strafmaximum: twintig jaar en tbs. De maximumstraf voor verkrachting (twaalf jaar) wordt onder meer tot twintig jaar verhoogd omdat het feit samen met anderen is gepleegd en meerdere malen is gepleegd.

De rechtbank trok van dat strafmaximum gisteren twee jaar af omdat psychiatrische observatiekliniek Pieter Baan Centrum Robert M. verminderd toerekeningsvatbaar vindt. Door zijn hyperseksualiteit en pedofiele stoornis heeft hij maar gedeeltelijk een vrije wil. Overigens bracht de rechtbank daar meteen tegen in dat M. wel degelijk over „heldere denkkracht en heldere besluitkracht” lijkt te beschikken. Dat bleek onder meer uit de geordende manier waarop hij het misbruik vastlegde en er verslag van deed in chats.

De straf voor de 28-jarige kindermisbruiker is „uitzonderlijk hoog” zegt de Groningse strafrechtadvocaat Niek Heidanus. „Er is, naar mijn weten, in Nederland nog nooit zo’n hoge gevangenisstraf mét tbs opgelegd voor een zedendelict.” De precieze combinatie van deze straffen is in het verleden alleen voorgekomen bij moordzaken, bijvoorbeeld in de Schiedammerparkmoord en in een Zoetermeers familiedrama, waarbij een vader zijn twee dochters van 3 en 5 jaar oud doodde.

Volgens Heidanus past de straf in de Amsterdamse zedenzaak in „een trend” om zedendelinquenten zwaarder te straffen. „De samenleving vraagt erom. En hoewel de rechters zich niet laten leiden door emoties speelt vergelding wel een grote rol.”

De Nijmeegse hoogleraar Henny Sackers noemt het vonnis ‘goed en afgewogen’. „Zoals van deze rechters viel te verwachten.” Hem viel wel op dat de rechtbank de schadeclaims van de ouders niet heeft toegewezen omdat zij officieel geen slachtoffer zijn. „Dat is keurig volgens het boekje, maar lijkt niet in lijn met hun eerdere besluit om de ouders spreekrecht te gunnen.”

De Amsterdamse rechtbank stelde dat slechts „een fractie” van het bewijsmateriaal zou zijn gevonden als M. niet zelf zijn wachtwoorden had verstrekt, maar gaf hem voor die coöperatieve houding geen strafvermindering. Dat vindt Sackers jammer. „Door er niet een klein premietje op te zetten, kun je toekomstige verdachten de moed ontnemen om mee te werken aan het onderzoek.”

Volgens de rechtbank waren er wel meer straf verlagende omstandigheden, maar „verbleekten” die bij de afschuw die de daden van M. hadden opgeroepen. Die redenering volgde het Openbaar Ministerie ook al, met een verwijzing naar de straf die het gerechtshof in 2003 oplegde aan Volkert van der G. In zijn geval oordeelde het hof dat de zware detentieomstandigheden en de publiciteit over zijn zaak „nauwelijks gewicht in de schaal” legden tegenover de ernst van het feit, de moord op politicus Pim Fortuyn.

Komt M. ooit nog vrij? Dat ligt aan hemzelf, spiegelden de rechters hem gisteren voor. „Verdachte dient de gelegenheid te krijgen terug te keren in de maatschappij.” Hij zal daarbij echter intensieve begeleiding nodig hebben en het hangt „mede van hemzelf af hoeveel tijd hiermee is gemoeid”. Met deze passage leek de rechtbank volgens Sackers duidelijk te willen maken dat het vonnis ‘Straatsburgproof’ is. Uit Europese wetgeving vloeit voort dat geen straffen mogen worden opgelegd die uitzichtloos zijn.

Robert M. kan nog in beroep tegen de uitspraak van de Amsterdamse rechtbank. Henny Sackers sluit niet uit dat de strafmaat dan anders uitvalt, omdat deze zaak „zonder precedent” is. Ter vergelijking: De Bossche zwemleraar Benno L. kreeg in hoger beroep zes jaar gevangenisstraf zonder tbs opgelegd voor 37 gevallen van ontucht met jonge of zwakbegaafde kinderen.

Heidanus denkt dat M. weinig te verliezen heeft door in beroep te gaan. „Als de uitkomst voor hem tegenvalt, krijgt hij misschien alsnog wat het OM eiste: 20 jaar en tbs. Dat is is nauwelijks meer dan hij nu heeft gekregen.” Omdat M.’s straf zo dicht bij de eis ligt, verwacht de advocaat niet dat het OM in beroep gaat.

De officieren van Justitie Frieke Dekkers en Maaike Bienfait hebben in de zaak tegen M. op vrijwel alle punten gelijk gekregen van de rechtbank. Maar dat geldt niet voor de zaak tegen Richard van O. Tegen hem was twaalf jaar geëist en er is zes jaar opgelegd. Dat verschil kwam vooral omdat de rechtbank níét vindt dat hij als medepleger kan worden aangemerkt. Zijn rol was kwalijk, maar faciliterend.

Henny Sackers begrijpt de rechtbank. „De Hoge Raad heeft het begrip medeplegen de laatste tijd behoorlijk afgebakend: er moet sprake zijn van bewuste en nauwe samenwerking met een gezamenlijk oogmerk.”

In de zaak tegen Richard van O. is al vrijwel zeker dat er hoger beroep komt. Zowel hij als het OM heeft dat gisteren aangekondigd. Heidanus vindt dat Van O. daarmee een aanmerkelijk risico neemt. „Hij heeft nu veel minder gekregen dan werd geëist.”