Reality-tv maak je met de locals

Realitytelevisie is televisie op locatie geworden: het liefst in Azië. De lokale bevolking werkt er ter plaatse mee aan de Nederlandse producties. Dat betekent hard werken voor weinig geld.

Redacteur Media

Elke keer als televisieregisseur Bart van Vilsteren op het vliegveld van Addis Ababa in Ethiopië aankomt is het afwachten. Hij heeft een stam nodig, voor zijn televisieprogramma’s Hollandse Krijgers (Veronica) en Groeten uit de Rimboe (SBS6). Realityprogramma’s waar Nederlanders bij Afrikaanse stammen verblijven en het lokale leven naspelen.

Maar een goede stam, hoe vind je die? Aan een stam die te westers is heb je niks. „Satellietschotels in het dorp moet je niet hebben”, legt Van Vilsteren uit. „Ze moeten er een authentieke manier van leven op nahouden. Grappige rituelen het liefst, die we in Nederland niet kennen. Van dansen tot geesten vereren.”

Op het vliegveld wordt hij opgewacht door een Ethiopische local, die hij vanuit Nederland geregeld heeft. Van Vilsteren heeft een lijstje bij zich, met adressen van stammen die hij via Google heeft gevonden. Samen gaan ze alle stammen af. Van Vilsteren: „Je komt aan bij zo’n stam en je krijgt weet ik veel hoeveel mensen om je heen.” En dan? „Dan vraag ik of zij er wat voor voelen.”

Een aantal maanden later kunnen de opnames beginnen. Na het draaien wordt er betaald: in koeien het liefst. Niet te veel, anders ontwricht je de stam. „Mensen die normaal op het land werken blijven nu bij ons”, zegt Van Vilsteren. „Daar worden ze voor gecompenseerd. Soms met geld, maar liever niet. Eén keer wilde een stam dat iemand kon gaan studeren. Dan heb je niks aan een kano of een koe.”

Waar realitytelevisie eind jaren negentig begon op intieme locaties in Nederland (Big Brother, De Bus) ontwikkelt het genre zich steeds verder tot locatietelevisie, liefst zo exotisch mogelijk. De Afrikaanse stammen waren een paar jaar geleden in, nu is Azië de trend. Peking Express (Net5), aanstaande zondag is de finale, speelt dit jaar in Zuid-Korea en de Filippijnen. De Schat van De Oranje (SBS6) op een eiland vlakbij Maleisië. Britt Dekker en de andere echte meisjes van Echte meisjes op zoek naar zichzelf (RTL) reizen naar Nepal. En vorige week vertrok de crew van Expeditie Robinson (RTL) voor opnames naar Maleisië.

Azië heeft een goede infrastructuur, spreekt tot de verbeelding en ligt cultureel verder van ons af dan Zuid-Amerika, zeggen televisiemakers. Vooral dat laatste is belangrijk. Hoe minder de locatie lijkt op thuis, hoe meer kandidaten uit hun comfort zone raken. Voor reality van groot belang: ongemakken en stress betekenen meer emotionele en ‘pure’ tv.

De nieuwe programmavormen hebben geleid tot een nieuwe vorm van televisie maken: samen met lokale autoriteiten en medewerkers. Televisieproducenten zoals het Nederlandse Eyeworks en het Vlaamse Kanakna Productions hebben vanwege hun filmlocaties in het buitenland de lokale bevolking nodig.

Hoe gaat dat in z’n werk? Een local kan op verschillende manieren worden ingezet. Soms in beeld, zoals bij Peking Express waar zeven koppels van A naar B reizen met hulp van de lokale bevolking. Maar ook achter de schermen. Bij een survivalprogramma als Expeditie Robinson hebben programmamakers de local production assistants (LPA’s) nodig voor het regelen van vergunningen, het timmeren van filmsets en het besturen van boten. Bij Expeditie Robinson werken honderd LPA’s mee aan een opname van series voor twee landen. De LPA’s krijgen betaald en mogen na afloop van de opnames bruikbare spullen als hout, medicijnen en printers houden. „Wij zijn te gast in hun land en geven iets terug”, zegt uitvoerend producent Geraldine Smink van Expeditie Robinson-producent Strix Television.

Voor Peking Express is het van belang dat er voor elke serie steeds nieuwe routes worden bedacht. Het kiezen van een land begint thuis met ‘internetonderzoek’, vertelt Kanakna-producer Sander Herbers, betrokken bij Peking Express. „Eerst lezen over nieuwe landen. Beelden bekijken. Dan bedenken we een route, die proberen we aan zenders te verkopen.” Daarna worden de ambassades ingeschakeld. „Zij vertellen ons waar het gevaarlijk is en waar we op moeten letten.”

Als de route eenmaal op hoofdlijnen is bedacht wordt er een ‘prospectie’ gepland: twee medewerkers vliegen naar de locaties, om ter plekke met een rugzak de route uit te stippelen. Daarna worden de filmvergunningen aangevraagd, meestal via de ambassade of een lokale toeristenorganisatie. Deze voorbereidingstijd duurt twee tot vier maanden. Van de crew van 85 man die Peking Express maken helpen er in elk land 35 lokale medewerkers mee aan de productie.

LPA’s zoals Gus Al-Zabri (38) uit Jordanië en Anshul Gupta (27) uit India. Mannen, die dromen van een televisiecarrière en een Nederlands realityprogramma gebruiken als springplank. Ze werkten mee als LPA aan De Pelgrimscode (EO) en Peking Express.

Eén van de belangrijkste taken van een LPA bij Peking Express is het buiten beeld houden van nieuwsgierige omwonenden, vertelt Gupta: „We hadden een opnamedag in een klein dorp, het was bijna zonsopgang: een interview met één van de deelnemers. Iedereen stond eromheen. Ik vroeg of ze even stil wilden zijn. Later bleek dat het dorp was uitgelopen omdat ze nog nooit een blanke hadden gezien.”

Eén keer, zegt Gupta, stonden er Indiërs te wachten aan de zijkant. „Te wachten op een vechtscène. Ze dachten dat we een Hollywoodfilm opnamen en dat Hollywoodfilms alleen maar om vechten draaien. Maar die scène kwam nooit.”

De samenwerking met locals verloopt niet altijd even soepel. Eén keer ging het goed mis. Op de set van het geflopte Vlaams-Nederlandse survivalprogramma Terra Incognita werd vijf jaar geleden tijdens de opnames een overvaller van de crew gedood door een lokaal ingehuurde bewaker, onthulde KRO-programma Reporter in 2008. De opnames gingen gewoon door en de moord werd nooit opgehelderd.

Er verdwijnen weleens spullen. Soms, vertellen medewerkers van Peking Express die anoniem willen blijven, rijden de chauffeurs van de volgwagens zo hard om de auto’s van kandidaten bij te houden dat ze door de Nederlandse crew tot de orde moeten worden geroepen. Een verslaggever van Peking Express vertelt dat hij eens „een machinepistool op zijn hoofd gezet kreeg” door lokale politieagenten, die hen aanzagen voor overvallers. „De LPA moest te hulp schieten. Er zijn soms problemen in het veld. Dat weten de LPA’s.”

Ook de hoge werkdruk zou soms tot oververmoeidheid leiden bij zowel crew als locals. Om de kosten te drukken wordt er gewerkt volgens een strak productieschema. Binnen gemiddeld vier tot zes weken moet alles gefilmd zijn. „De dagen waren crazy”, vertelt LPA Gus Al-Zabri via Skype. „Ik stond erg vroeg op en zorgde dat alle auto’s volgetankt en schoon waren en dat er water was. Daarna stond de crew op en moest ik helpen. Alle accu’s verzamelen en bij me houden. Routes regelen met de chauffeurs. Ik had misschien vier uur slaap per nacht.”

Maar zo werkt het bij een realityprogramma, zeggen de LPA’s. Anshul Gupta mocht vanwege zijn goede verdiensten als beloning nog drie keer aan Peking Express meewerken. Voor 30 euro per dag. „Een goed salaris in India.”

Gus Al-Zabri, die honderd dollar per dag verdiende: „Ik had na De Pelgrimscode een realityshow op mijn cv. Dat wordt in Jordanië gezien als iets heel positiefs.”