‘Raad bedreigt toekomst musea’

MuseaVolgens bestuurders uit de museumwereld uit de Raad voor Cultuur zich in dubieuze termen over hun sector.

„Een belastingformulier” noemt Rijksmuseum-directeur Wim Pijbes het formulier voor de subsidieaanvraag. „Onmogelijk om daarop al onze activiteiten te beschrijven.” De Raad voor Cultuur vond zijn aanvraag „onder de maat”.

„Verwerpelijk”, „aanmatigend”, „onjuist” en „oneerlijk”. De reacties vanuit de museumwereld op het advies van de Raad voor Cultuur zijn fel. Met name de indeling van musea in vijf categorieën, en de daaraan gekoppelde ‘strafkortingen’ zijn de museumsector in het verkeerde keelgat geschoten. Een gerenommeerd museum als het Rijksmuseum in Amsterdam is op de vingers getikt en moet zijn aanvraag opnieuw schrijven. Andere topmusea, waaronder het Mauritshuis en het Teylers Museum, kregen van de raad „op bepaalde onderdelen” een onvoldoende en worden gekort met 11 procent. Rijksmuseum Twenthe krijgt zelfs alleen nog subsidie voor behoud en beheer van de collectie.

Directeur Toine Berbers van de Vereniging van Rijksgesubsidieerde Musea (VRM) noemt het „verwerpelijk” dat de raad „een aantal musea in hun voortbestaan bedreigt”. De VRM vreest dat op deze manier een waardevol deel van de rijkscollectie achter slot en grendel zal verdwijnen. „De raad zet de bedreigde musea nu al buitenspel, terwijl de staatssecretaris pas dit najaar de discussie over het museale bestel zal starten.” Siebe Weide, directeur van de Museumvereniging, is het daarmee eens. „Musea die nu al subsidie wordt ontzegd, krijgen geen eerlijke kans. Voorstellen voor sluiting passen niet in het advies van de raad.”

Rijksmuseum-directeur Wim Pijbes is woedend. Volgens de raad mist zijn museum een heldere focus en „verdient de governance de nodige aandacht”. Pijbes begrijpt dat alle musea moeten inleveren. „Deze Raad voor Cultuur verdeelt de schaarste”, zegt hij. „Daar doet het Rijksmuseum niet moeilijk over. Maar de tekst van het advies doet op geen enkele wijze recht aan wat het Rijksmuseum allemaal doet. Op dit moment exposeren wij die op 120 plekken in de wereld. The New York Times kwalificeerde ons laatst nog als ‘Best compact museum in the world’. We hebben het afgelopen jaar een miljoen bezoekers getrokken met een deels gesloten museum. De raad heeft gewoon geen idee.”

De kritiek van de raad betreft opvallend vaak musea voor oude kunst, zoals Teylers Museum en het Museum van Oudheden. Ook het Mauritshuis is ingedeeld in de categorie van 11 procent en loopt daardoor 370 duizend euro mis. Dit omdat het museum „geen vernieuwend plan voor het verbouwde museum heeft”, en de activiteiten „conservatief” zouden zijn. Directeur Emilie Gordenker zegt „verbijsterd” te zijn. De bevindingen van de raad noemt ze „subjectief, onvolledig en onjuist”. „We zitten middenin een uitbreiding, waarvoor we zelf 22 miljoen euro hebben binnengehaald. Dat is een uiterst ondernemend project. En toch noemt de raad onze ‘governance’ suboptimaal. Dat vind ik onaanvaardbaar en onverantwoord.”

Het Teylers Museum loopt door de 11 procent korting 300 duizend euro op jaarbasis mis. Het Haarlemse museum focust volgens de raad te veel op mogelijke plaatsing op de Werelderfgoedlijst en doet te weinig aan zijn museale functie. Een eindoordeel dat volgens Teylers „onjuist en onterecht” is. „Wij geloven al meer dan 200 jaar in kennisoverdracht in de vorm van een museum”, aldus directeur Marjan Scharloo. „Op deze manier wordt Teylers gestraft voor zijn ambitie.” Net als het Mauritshuis is Teylers van plan in een brief aan de staatsecretaris de onjuistheden en kritiek te weerleggen.

Het Scheepvaartmuseum krijgt ook een korting opgelegd van 11 procent. De raad maakt zich zorgen over „de balans tussen de zakelijke en inhoudelijke kant van het museum”. Ook heeft de raad kritiek op het educatiebeleid. Directeur Willem Bijleveld begrijpt het niet. „Onze tentoonstelling is helemaal doorspekt met educatieve elementen. Alles wat een kind nodig heeft kun je vinden in de tentoonstelling zelf. De raad heeft een ouderwets idee van educatie: een A4’tje met een speurtocht erop en een leskist met materiaal.” Ook de kritiek op het ondernemerschap vindt hij onlogisch. „Er wordt van musea verwacht dat ze ondernemender zijn. Wij doen dat, en dan is het weer niet goed.”