‘Politici moeten niet bang zijn voor burgers’

De pogingen van de overheid om burgers bij het maken van beleid te betrekken, zijn „teleurstellend”. En dat is slecht, omdat burgers politici en bestuurders scherp houden en vaak met goede ideeën komen. Dat schrijft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in een vandaag uitgebracht advies. „De Raad maakt zich zorgen over de grote groepen burgers die het vertrouwen in de overheid en in hun eigen vermogen daar invloed op uit te kunnen oefenen dreigen te verliezen.”

De Raad wijst een aantal oorzaken aan. Zo vindt de WRR marktwerking bij de overheid bezwaarlijk. „Het klantdenken duwde de burger in een passieve rol en nam zo prikkels weg voor actieve betrokkenheid.” En als burgers zich geen mede-eigenaar voelen van publieke instellingen of de publieke ruimte, zullen ze zich er ook niet om bekommeren.

Ook blijven ambtenaren en politici het, ondanks alle goede voornemens, moeilijk vinden om daadwerkelijk naar burgers te luisteren. Bestuurders moeten leren maatschappelijke initiatieven te „verwelkomen”, ook als die niet „gladjes” passen bij hun eigen ideeën.

De overheid wil burgerbetrokkenheid vaak nog via oude kanalen reguleren. Maar, schrijft de Raad: „Niet langer gebeurt dat alleen op uitnodiging van beleidsmakers, maar steeds vaker op eigen initiatief.”

Bestuurders moeten ook niet bang zijn voor kritiek: „Goede beleidsmakers hechten aan tegenspel.” Maar dan moet de overheid wel bereid zijn om informatie met burgers te delen, en genoeg weten over de eigen burgers om te beseffen wat ze willen. „Op beide terreinen zijn aanzienlijke verbeteringen wenselijk.” Een advies van de WRR aan bestuurders: bezoek eens wat vaker ‘de vier K’s’. „Kerk, Kantine, Kapper en Kroeg.”