Column

Plan B voor de euro

Europese regeringsleiders komen morgen samen voor een top – de zoveelste. Het wordt een chantagetop. Griekenland koerst af op een faillissement in een politiek vacuüm. Griekse politici persen de Europese Unie af: meer geld, of een chaotisch failliet dat het einde kan inluiden van de euro. Frankrijk perst Duitsland af: geen fiscaal pact zonder groeipact. Spanje en Italië eisen door de AAA-landen gegarandeerde euro-obligaties. Bondskanselier Merkel wordt geïsoleerd. Alle schulden-makende landen willen dat Duitsland en Nederland hun komende generaties verplichten tot een Europese schuldenunie, tot fiscale slavernij. Het is tijd voor Plan B.

In The Economic Consequences of the Peace schreef econoom John Maynard Keynes over de economische gevolgen van het Verdrag van Versailles (1919). Hij citeerde toenmalig Sovjetleider Lenin: „Er is geen subtielere en meer doeltreffende methode om de bestaande fundamenten van een maatschappij omver te werpen dan de ontsporing van een munt.” Dit gebeurt in de eurozone – niet door Lenin, maar door de ‘eenheidsmunt’ zelf.

In de monetaire zone zaten vanaf het begin structuurfouten. Deze wreken zich. De euro veroorzaakt divergenties omdat de monetaire zone te veel landen omvat, met botsende opvattingen over economisch beleid en te uiteenlopende monetaire tradities. De goedkope geldstroom – mediterrane landen lenen tegen Duitse rentetarieven – heeft in deze landen de loonkosten opgejaagd, de schulden verhoogd en de concurrentiekracht om zeep geholpen. Hierbij kwam nog een Spaanse vastgoedbubbel.

Juist omdat de euro niet kan devalueren, zitten veel landen in een proces van ‘binnenlandse devaluatie’ – korting op overheidsuitgaven, sociale voorzieningen en salarissen. Niet de munt, maar het land wordt gedevalueerd. Dit veroorzaakt politieke en sociale erupties, die in Griekenland zelfs de democratie in gevaar brengen. Spanje, Portugal en Italië zitten in dezelfde dwangbuis. Frankrijk preekt nog vanaf de pof. Als de eurozone zich niet conform economische realiteiten hervormt, volgt implosie. Terugkeer naar nationale munten is onwenselijk. Dit proces is onbeheersbaar, te vergelijken met paniek in een voetbalstadion.

De Duitse econoom Markus Kerber lanceerde onlangs in Berlijn een Plan B. Hij bepleit dat kernlanden met een overschot op de lopende rekening – Duitsland, Nederland, Luxemburg, Finland en Oostenrijk – binnen de eurozone een parallelle munt invoeren: de guldenmark. Deze munt wordt de kern van een harde muntzone met fiscale discipline. Hiertoe kunnen mogelijk ook landen als Denemarken, Zweden, Estland, Tsjechië en Slowakije zich rekenen. Tegelijk devalueert de euro, opdat mediterrane landen hun concurrentiekracht herwinnen.

De theorie van de parallelle munt is niet nieuw. Begin jaren negentig bepleitte gouverneur Leigh-Pemberton van de Bank of England de „harde ECU” als parallelle munt naast de nationale munten van de toen twaalf lidstaten. Deze ‘harde ECU’ zou zich gradueel ontwikkelen, maar de Fransen weigerden dit. Om greep te krijgen op het herenigde Duitsland moest de D-mark worden vervangen door één wettig betaalmiddel: de euro. Ironisch genoeg gebeurde precies het omgekeerde. Nu dicteert Duitsland de koers.

De guldenmark brengt lucht in het monetaire systeem. Dit systeem verstikt groei, omdat de euro voor mediterraan Europa te duur is. Uiteindelijk wordt de hele eurozone een recessiezone. Dit leidt tot politieke en sociale explosies. De harde guldenmark leent tegen lage rente. De import wordt goedkoper. Bedreigt een harde munt de exportsector? Duitsland had met de D-mark altijd revaluaties, maar het bleef exportkampioen. Voor Nederland gold hetzelfde. Een harde munt trekt investeerders aan en versterkt innovatie en productiviteit. Mediterraan Europa kan met de zachte munt weer exporteren en toeristen aantrekken. Een zachte munt past beter bij de economische mentaliteit van mediterraan Europa dan een harde. De eurocrisis bewijst het.

Het voordeel van de guldenmark binnen de eurozone is dat de eurozone niet hoeft te worden opgebroken. Een evolutionair proces ontstaat. Hierin bepalen burgers en bedrijven welke munt het best bij hen past. Duitsers willen hun salaris in guldenmark. Italiaanse bedrijven kiezen de zwakkere euro. Een automatische filtering ontstaat, conform economische realiteiten – in de guldenmarklanden wordt de euro vanzelf weggeschoven. Is het hebben van twee munten verwarrend? In de praktijk zal dit meevallen. Met het toenemende elektronisch betalen, lopen burgers minder met grote hoeveelheden contant geld op zak.

Harvardprofessor Robert Barro bepleitte in januari in The Wall Street Journal dat Duitsland de D-mark herinvoert als parallelle munt in de eurozone, maar Duitsland zal deze stap nooit alleen zetten. De Duitse politieke elite verkrampt, met de last van het verleden, bij het woord ‘alleingang’. Duitsland durft dit slechts met andere landen, in een fluwelen transitie. Kerber biedt met de guldenmark een intellectueel concept dat de Duitse denkwijze incorporeert.

De Europese elite zal Plan B onmiddellijk afwijzen. Brusselse bureaucraten rijden nog liever met 100 km/h tegen een muur dan dat ze erkennen dat hun ‘eenheidsmunt’ is mislukt. Voor hen is de euro een geloofsartikel waarvoor Europa bloedt. Hoe langer de eurozone doormoddert, hoe eerder Plan B onafwendbaar wordt.