Orkesten in het zuiden meteen in gesprek

Klassieke muziekVoor de orkesten stuurde de Raad voor Cultuur aan op samenwerking in het zuiden en minder ambitie voor Rotterdam.

19 miljoen bezuinigen op een orkestbestel van 66 miljoen, dat gaat niet zonder pijn. Maar wie meer publiek trekt, krijgt meer subsidie. Concertbezoek piekt in de Randstad en daar gaat de helft van de rijkssubsidie dus naartoe. In de regio is samenwerken onontkoombaar. Voor het zuiden stuurt de Raad voor Cultuur aan op verregaande samenwerking tussen het Brabants Orkest en het Limburgs Symfonie Orkest. Overleg daarover liep eerder vast maar vanochtend zaten directeuren Henri Broere (LSO) en Arthur van Dijk (HBO) bij het ministerie om verder te praten.

Broere is „blij” met de poging hen dichter bijeen te brengen, zegt hij. „Ik heb goede hoop dat we het nu snel eens kunnen worden.”

Voor het LSO is behoud van de identiteit essentieel. In die visie lijkt het gesteund te worden door de raad, die aanstuurt op één organisatie (één directie, één chef-dirigent) met twee kernensembles en behoud van beider identiteit. „Voor ons is dat winst”, zegt Broere. „Het gaat toch om de muziek. Door met Brabant samen te werken kunnen we in Limburg straks eindelijk ook het grote repertoire uitvoeren.”

In het westen overheerst bij het Residentie Orkest „een positief gevoel”. En dat terwijl het straks, gemeentesubsidie meegerekend, toe moet met een derde minder.

„De raad is positief over ons gekozen profiel”, zegt directeur Veenhuijzen. „Wij willen een accent leggen op eigentijds en klassiek repertoire, de Raad zegt: maak er pijlers van. Maar dan moeten we ook realistisch zijn over publieksbereik. Moderne muziek brengt geen hordes op de been. Het kan dus nooit de helft van onze activiteiten worden.”

Opvallend in het raadsadvies is de ontmoediging van de ambities van het Rotterdams Philharmonisch, dat inzet op artistieke groei – ook internationaal. De raad vindt dat één internationaal toporkest volstaat en dat Rotterdam moet focussen op het binden van eigen publiek. Directeur Hans Waege: „Hoe kun je de orkestsector dynamisch houden als je ambitie staatsgeorganiseerd afremt omdat internationale kwaliteit voor één instelling is gereserveerd? Nodeloos bevoogdend; Holland op z’n smalst. We zetten onversaagd in op behoud van onze koers en worden daarin gesteund door de regio en de stad.”

Maar ook het Concertgebouworkest gaat niet vrijuit. Het moet meer doen aan educatie, vindt de raad. Tot nu toe focust het (jaarlijks één familieconcert) op toptalentontwikkeling vanuit het idee dat educatie al wordt ingevuld door het NedPhO, ook in Amsterdam gevestigd.

Onzeker is de toekomst voor dansbegeleidingsorkest Holland Symfonia, dat zijn aanvraag afgewezen zag. Directeur Stan Paardekooper: „Ons opheffen en 130 musici ontslaan kost 34,1 miljoen euro. Geef ons geen 3,5 maar 4,5 miljoen en we kunnen aan de wens van de Raad, ernaast ook (educatieve) concerten geven, voldoen.” De Raad lijkt aan dat scenario ook de voorkeur te geven met zijn opmerking dat de „bestaande regeling onvoldoende is”.

Efficiënt lijkt de optie dat het Nederlands Philharmonisch Orkest, nu al het beste operaorkest – dansbegeleidingen erbij gaat doen. „We zullen de mogelijkheden onderzoeken met alle betrokken partijen”, aldus directeur Rob Streevelaar. „Maar dans erbij doen, lukt niet met onze huidige bezetting.”

Zelfs als Holland Symfonia verdwijnt en Limburg en Brabant samengaan in één organisatie behoudt Nederland een vrij vergelijkbaar orkestbestel. Op het oog. Maar die suggestie wordt vooral gewekt door tijdelijke doekjes voor het bloeden. Pas als over acht jaar alle startsubsidies voor meer onafhankelijkheid van de provincies en extraatjes van het Rijk voor meer samenwerking zijn opgedroogd, ontsnapt de valse lucht. Dan pas wordt duidelijk wat werkelijk de consequenties zijn van veel meer ondernemerschap in de orkestsector.