‘Ook al ben ik stervende, ik heb alleen mijn eigen laarzen opgegeten’

Waterstofballon, gestrand tussen Spitsbergen en Noordpool, gefotografeerd in 1897 door Nils Strindberg, een van de drie expeditieleden die 33 jaar later werden teruggevonden, samen met een camera vol foto’s Uit Han Nabben: Lichter dan lucht, los van de aarde

Op 11 juli 1897 stegen de Zweedse ontdekkingsreizigers Salomon August Andrée, Knut Fraenkel en Nils Strindberg op uit Spitsbergen met een waterstofballon. Naar de Noordpool vliegen, dat hadden ze voor ogen. Maar hun reis kreeg een dramatische wending, laat Alec Wilkinson zien in zijn enerverende De ijsballon.

Deze winter zat ik te lezen in Lichter dan lucht, los van de aarde, het dikke boek van Han Nabben over de geschiedenis van de ballonvaart. Ik bleef hangen bij een prachtige zwart-wit foto van een luchtballon op een ijsvlakte. Het leek wel een prent. Ik zag wat mistflarden, en de mand van de ballon, op zijn kant. Ik zag een groot doek dat als een guirlande om de touwen zat gedrapeerd. En ik zag de huizenhoge donkere ballon, nog niet leeggelopen, fier staand op het ijs. En twee mannen die er wat beduusd bij stonden.

Dit waren Salomon August Andrée en Knut Fraenkel, uit Zweden, die zojuist waren gestrand met hun waterstofballon, honderden kilometers verwijderd van de bewoonde wereld – en ook honderden kilometers verwijderd van de Noordpool. De foto werd genomen door Nils Strindberg. Drie dagen eerder, op 11 juli 1897, waren de drie mannen vanaf Spitsbergen opgestegen met de bedoeling om, gedragen door de krachtige wind, in een paar dagen naar de Noordpool te vliegen – de magische en mysterieuze plek waar op dat moment nog nooit iemand was geweest, ondanks allerlei pogingen daartoe.

Ook Andrée en zijn twee bemanningsleden zou het niet lukken. Toen de ballon strandde, probeerden de mannen over het ijs terug te keren naar de bewoonde wereld – maar ook dat zou niet lukken. Niemand hoorde meer iets van deze expeditie, totdat in 1930, door een onwaarschijnlijk toeval, de resten van hun laatste kamp werden gevonden. Een walvisvaarder legde aan op het witte ijseiland Kvitoja. Een paar mannen gingen op zoek naar water en vonden toen in the middle of nowhere een aluminium deksel. En nog veel meer. Drie door ijsberen verminkte lichamen. Dagboeken, waarmee de ballonvlucht gedetailleerd gereconstrueerd kon worden. En de camera van Nils Strindberg met negatieven die nog ontwikkeld bleken te kunnen worden – zodat de drie mannen drieëndertig jaar na hun dood alsnog op foto’s tot leven kwamen en via die foto’s alsnog verslag konden doen van hun heroïsche en dramatische tocht.

U kunt de hele recensie hier lezen en het boek bestellen.