Ontroerd door de historie

De Koran telt 114 soera’s, de Bijbel telt 66 boeken. Stel: de tijd is rijp voor een nieuwe canon van wijsheidsliteratuur, voor een universele levensvisie. Welke teksten verdienen hierin dan een plek? Vandaag leggen we de vraag voor aan emeritus hoogleraar Oude Geschiedenis Fik Meijer. Hij schreef onder meer De Middellandse Zee. Een persoonlijke geschiedenis. Meijer beveelt aan: The Decline and Fall of the Roman Empire (1776-1788) door Edward Gibbon.

‘Religie, politiek, geschiedenis: alles komt in dit boek samen. Het is fascinerend om te lezen, schitterend geschreven allemaal. Ik heb de zes delen in een driedelige Penguinuitgave met in totaal 4.500 pagina’s. Een enorm werk, waarin Gibbon het verhaal van de ondergang van het Romeinse Rijk vertelt, tot aan de val van Constantinopel in 1453. Zoiets was toen nog nooit gedaan.

„Gibbon consumeerde volkomen de klassieke bronnen en schreef op grond daarvan zijn eigen verhaal, vol persoonlijke oordelen en met veel humor. En het mooie is, dat kon toen. Redmond O’Hanlon zei ooit dat hij het liefst in de 19de eeuw had geleefd, toen er nog zo veel te ontdekken was. Dat gevoel heb ik ook. Vroeger kon je nog grote verhalen vertellen. Nu moet dat in een boek vol voetnoten, om aan andere wetenschappers te laten zien dat je echt alles gelezen hebt. Dat begrijp ik wel, maar als verhalenverteller vind ik dat jammer. In de tijd van Gibbon was er niet eens secondaire literatuur! Ik durf in mijn eigen boeken nu meer dan vroeger, dat is het voordeel van de ouderdom.

„Gibbon kreeg het idee voor dit levenswerk toen hij op het Forum Romanum was, in 1764. Hij werd overvallen door de gedachte: hoe is deze immense beschaving ooit in puin gevallen? Die ontroering herken ik volkomen. Historische grond! Zo word ik geroerd in Delphi als ik daar het standbeeld van Antinoös zie, de verdronken minnaar van keizer Hadrianus. Antinoös moest als een god worden vereerd. Wat bezielde die Hadrianus, denk ik dan.

„Als oorzaak voor de ondergang zag Gibbon vooral de ontworteling van de Romeinse mentaliteit: doordat de christenen de oude goden niet meer eerden, maar ook door de nog veel oudere decadentie van de Praetoriaanse Garde, de lijfwacht van de keizer.

„Gibbon brengt de oudheid echt tot leven. Natuurlijk was hij naïef in zijn bronnenkritiek. Hij geloofde gewoon wat er stond. Maar er was nog helemaal geen economische kennis, er was zelfs nog geen archeologie! Gibbon schreef ook gewoon alle roddels over van de Historia Augusta. Dat kan nu echt niet meer. En bijna zeg ik: jammer.”