'Ons niveau is niet te handhaven'

Jeugdtheater

Bij de jeugdtheatergroepen heerst onbegrip over het raadsadvies. Gezelschap De Toneelmakerij verliest mogelijk tweederde subsidie.

De grootste problemen van het raadsadvies voor het jeugdtheater? De Raad voor Cultuur maakt geen onderscheid naar grootte. En de raad dwingt spreiding van gezelschappen af, terwijl dat van de staatssecretaris niet hoeft. Gezelschappen in het jeugdtheater delen deze punten van kritiek.

De pijn manifesteert zich vooral bij het Amsterdamse gezelschap De Toneelmakerij, een groot, gerenommeerd gezelschap dat kwalitatief hoogwaardige producties maakt. Het „Toneelgroep Amsterdam van het jeugdtheater”, vindt zakelijk leider Erica van Eeghen.

Omdat voor acht rijksgesubsidieerde jeugdgezelschappen elk 5 ton per jaar beschikbaar is in de periode 2013-2016, raakt het gezelschap tweederde van zijn subsidie kwijt. Nu krijgt het 1,6 miljoen euro. Van Eeghen: „Eerder wilde de raad wél rekening houden met het feit dat wij een veel groter gezelschap zijn. Toen was er 5 ton extra beschikbaar voor grote zaalproducties.”

Het gezelschap vroeg daarom 1 miljoen euro aan, maar meer dan vijf ton zit er, volgens de nieuwe regeling, niet in. Van Eeghen: „Inhoudelijk krijgen we van de raad grote complimenten, maar dat niveau is niet te handhaven met vijf ton subsidie. Dit advies is van elke realiteitszin gespeend.”

De raad had vraagtekens bij de hoge loonkosten per productie bij de Toneelmakerij. Van Eeghen: „Als je grotezaalproducties maakt met veel, goede acteurs en mooie decors, zijn die duurder dan kleine producties.”

Doordat niet naar grootte wordt onderscheiden krijgen kleinere gezelschappen er juist een of twee ton bij. Terwijl de vraag naar jeugdtoneel in Amsterdam groter is dan in, zeg, Enschede. Bij het ‘volwassenen toneel’ wordt dat onderscheid wel gemaakt. Van Eeghen: „Waarom krijgen wij dat niet ook?”

Staatsecretaris Zijlstra legde de beperking op van één aanvraag per gemeente. De raad voert die spreiding verder door: hij wil één jeugdgezelschap in elk van de acht regio’s. In ‘oost’ viel van de twee aanvragers, Kwatta in Nijmegen en Sonnevanck in Enschede, de eerste af. Kwatta verliest zijn volledige rijkssubsidie van 7 ton. Artistiek leider Josee Hussaarts: „We zijn ontzet. Het gaat ontzettend goed met Kwatta, we halen hoge bezoekcijfers, hebben mooie recensies. Dus dit zagen we totaal niet aankomen. Naïef misschien, maar we dachten: ze kunnen toch niet om ons heen?”

Inhoudelijk ontlopen de beoordelingen van Kwatta en Sonnevanck elkaar niet veel. Maar de raad koos voor Sonnevanck wegens de geplande samenwerking met Toneelgroep Oostpool in Arnhem. Kwatta wilde ook met Oostpool werken, maar die plannen liepen spaak. Hussaarts: „Nu is het alsof Oostpool heeft bepaald wie van ons subsidie krijgt.”

Moeilijk nieuws was er ook voor Maas, een fusie van jeugdgezelschappen Max, Meekers en Siberia in Rotterdam. Kreeg Max in zijn eentje voorheen acht ton, nu moeten ze het met zijn drieën met vijf ton doen.

De Citadel in Groningen en Oorkaan in Amsterdam krijgen niets en de aanvraag die Nationale Toneel deed voor een nieuw op te richten jeugdtheaterafdeling, NT Jong, moet over. Artistiek leider Theu Boermans verwacht dat het met een aangescherpte aanvraag wel lukt.