Oneindig en toch zo dichtbij

Leyla Çakir is voorzitter van de MoslimvrouwenorganisatieAl Nisa.

Zij beveelt aan: Hallo Meneer God... Met Anna (1974) door Fynn.

„Ik hoorde twintig jaar geleden mijn oudere broer over dit boek praten, ging het lezen en was direct gegrepen. Ik zat op de havo, later zette ik het ook op mijn lijst voor Engels. Sindsdien kennen veel mensen die ik ken dit boek. Ik noem het vaak in gesprekken. Ik lees het voor, vertel erover. Over één alinea kan ik nachtenlang napraten met vrienden.

„Het gaat over een meisje, Anna, dat door de schrijver van het boek, ‘Fynn’, wordt gevonden. Zijn echte naam geeft hij niet. Vijf jaar is ze, en van huis weggelopen omdat haar vader alcoholist is en haar moeder een kreng. Twee jaar lang wordt ze opgenomen in het huis van Fynn. Ze is zó wijs. Het boek gaat vooral over Godsbesef. Wat ze daarover allemaal zegt! En dan, dan sterft ze ineens, omdat ze uit een boom valt waarin ze geklommen is om een poesje te redden. Toen ik het voor het eerst las, heb ik gehuild! Nee, wat een einde! En ze had het al zien aankomen. ‘Ik voel mijn binnenste naar buiten komen’, had ze gezegd.

„Dat kinderlijke besef van wijsheid, alles zo eenvoudig vertellen en alles zo waar. Ze is altijd in de weer met experimenten. Bijvoorbeeld met spiegels, die weer worden omgeven door spiegels. Dan ben je op hetzelfde moment overal aanwezig. Zo is God ook, zonder eigen gezichtspunt. Moeilijke dingen, en dat voor die leeftijd. Anna maakt het begrijpelijk voor iedereen. Wat is het verschil tussen een engel en een mens? Een engel kijkt naar het binnenste, en een mens naar de buitenkant. En ze zegt: het cijfer 1 is het belangrijkste van alle getallen want dat draagt alle andere getallen. En zo draagt ook het woord God alle andere woorden. Zo simpel.

„Ik denk wel dat Anna echt heeft bestaan, daar ben ik ook altijd van uitgegaan. Dat soort kinderen bestaat gewoon wel eens. Fynn heeft ook geen andere boeken geschreven. Hij noemt zich alleen Fynn, hij is het doorgeefluik voor Anna.

„Het staat los van een religie. Anna wil ons twee dingen vertellen. God is heel groot en allesomvattend, zo immens! En God is heel dicht bij ons, hij zit in ieder van ons. Het boek gaat erover dat veel mensen God klein willen maken, dat immense willen afnemen. Daarom maakt Anna ook ruzie op de zondagsschool.”