Ken uw gasten en, vooral, praat met ze!

Illustraties Paul Steenhuis

Kookt u graag? Dikke kans dat u dan ook foto’s maakt als u met een groep op pad bent. Koks en fotografen zijn duikers, en dat bedoel ik niet onaardig. Heus niet. Ik ben er zelf ook een. Door in pannen te roeren, borden te serveren of uw gezicht achter een schermpje te verbergen kunt u zich onttrekken aan een gezelschap. U hoeft niet mee te praten. U doet al wat.

Toch komt op gezette tijden de gedachte op: ‘We moeten die en die weer uitnodigen om te komen eten.’ Dat is gezellig. En leuk. Maar nog los van de vraag wat u dan in hemelsnaam op tafel zet, moet u ook bedenken welke invloed u kunt uitoefenen op het slagen van zo’n avond. U kunt wel met uw rug naar uw vrienden of familie toe eindeloos met de pollepel rondjes draaien in de pan, uiteindelijk moet u het ook gezellig maken. Zes tips en één tip voor de disgenoten.

1Ken uw gasten. Dat is meteen het grootste probleem, want meestal nodigt u juist dat ene stel of die groep mensen uit om hen te leren kennen. Een goede vriend is vertrouwd. Die eet gewoon mee met de pasta-voor-de-kinderen-met-saus-uit-een-potje, terwijl u hem vroeger wellicht driegangendiners voorzette. Goed, als u uw gasten niet goed kent: vraag wat ze lusten. Dat is altijd een beetje knullig om te doen, maar het moet. Niets is vervelender dan een exotische tuinbonensalade neer te zetten voor iemand die ervan walgt. En weliswaar weten vegetariërs een goed creatief etentje vaak in één klap in te perken tot drie schrale opties, maar wéét het als iemand geen vlees of vis eet. De vraag ‘er is toevallig toch geen vleesbouillon gebruikt bij deze artisjokkensoep?’ wilt u vermijden.

2Laat de visite binnen. De eerste vijf minuten zijn van groot belang. Hoe doet u de deur open? Met z’n tweeën, wat een beetje overenthousiast lijkt maar wel gezellig is, of alleen? Laat u de jassen op het bed gooien of neemt u ze restaurant-like aan? Staat u klaar met een drankje? Bedenk, de eerste minuten zijn sfeerbepalend.

3Geef iets te drinken. In een cocktailperiode serveerde ik als welkomstdrankje eens pisco sours. De avond kon niet meer stuk. Iedereen was meteen licht beschonken. Toch kan dit ook misgaan. Bij gasten die geen cocktails lusten, geen bubbels, of geen alcohol. Vaak voelen zij zich dan verplicht om het toch op te drinken. Gasten zijn namelijk ook onzeker. U bent niet de enige.

4Geen parels voor de zwijnen. Geef te eten, maar pas op. Serveer geen oesters aan pizzaboeren, geen wijngaardslak aan viesneuzen. Dat maakt ongemakkelijk. Bedenk bijvoorbeeld dat een traditioneel Italiaans etentje – u weet wel: een primi piatti (bijvoorbeeld pasta alle vongole) en een secondi piatti (zeg, gegrilde tonijn met paprikasaus) – lastig is. Uw gasten kunnen zomaar vragen of u ook ketchup heeft, voor bij de pasta.

5Laat los. Sommigen willen een tafelschikking, anderen willen zelfs de gasten tussen de gangen van stoel laten wisselen. Doe het niet, om dezelfde reden als hierboven: het maakt iedereen ongemakkelijk.

6Houd controle. U moet praten, kok. Soms ziet u stellen met een verdeelsleutel: ik kook, jij vermaakt de gasten. Probeer dat te vermijden, het is uiteindelijk onbevredigend. Waar u wel op let: de samenstelling van het gezelschap. Pas op met mensen die elkaar niet kennen. In gedachten kan het ideaal lijken om die en die eens met elkaar in contact te brengen. In uw mijmering worden ze op slag vrienden, of verliefd. In werkelijkheid kan het zomaar zijn dat iedereen zich zo opgesloten voelt als vreemden in een ingesneeuwd chalet. En check bij gezelschappen die elkaar wél kennen of er onderling geen spanningen zijn. Als dat zo is, geef dan liever een borrel of feest (of niets), dan hoeven ze niet een hele avond en groupe met elkaar te praten.

7Tip voor de gasten: zeg dat het lekker is.

De rubriek ‘Spoedcursus’ biedt hulp bij alledaagse bezigheden en problemen.