Jeugdwerkloosheid EU blijft hoog tot 2017

De jeugdwerkloosheid in Europa blijft tot 2017 hoog, mits landen als Spanje en Griekenland maatregelen nemen om de economie te stimuleren.

Dat stelt de internationale arbeidsorganisatie ILO van de Verenigde Naties. De ILO voorspelt voor 2012 in de Europese Unie een jeugdwerkloosheid van 18 procent, vijf jaar gelden bedroeg dat percentage nog 12,5. Wereldwijd bedraagt de jeugdwerkloosheid 12,7 procent van de beroepsbevolking. Dat is een stijging van 0,1 procentpunt in vergelijking met 2011. Wereldwijd zijn er 75 miljoen jongeren werkloos. De ILO gaat daarbij uit van mensen tussen de 15 en 24 jaar.

De na de kredietcrisis al sterk gestegen wereldwijde jeugdwerkloosheid is eigenlijk nog hoger, stelt de ILO. Veel jongeren hebben het zoeken naar een baan tijdelijk opgegeven en zijn weer gaan studeren. Zij komen daardoor niet voor in de werkloosheidscijfers. De ILO verwacht dat de druk op de arbeidsmarkt nog groter wordt als deze jongeren weer op zoek moeten naar een baan. Volgens de ILO is het probleem vooral groot in de Europese Unie. Worden de schoolgaande jongeren meegerekend, dan scheelt dat 1,2 procentpunt onder jongens en een 0,5 procentpunt werkloosheid onder meisjes.

In Europa zijn Griekenland en Spanje de landen met de grootste problemen. Ekkehard Ernst, hoofd trendonderzoek bij de ILO, vindt dat deze landen hun economieën moeten stimuleren. „Dat lijkt mij logisch in landen waar de jeugdwerkloosheid stijgt boven de 50 procent”, zegt hij in de Financial Times. Hij pleit voor projecten in de infrastructuur die, volgens hem, erg veel banen kunnen opleveren. Een verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt is volgens hem niet de oplossing. In Spanje leverde dit bijvoorbeeld veel extra banen op voor jongeren, maar zij waren ook de groep die als eerste weer op straat kwamen te staan.