Het verschil tussen Sap en Dibi zit niet in de inhoud maar in de stijl

Realistisch links en dus gaan voor resultaat boeken? Sap. Of dwars denken, activisme en begeestering? Dibi.

Jolande Sap en Tofik Dibi, de kandidaat-lijsttrekkers voor GroenLinks voor de komende verkiezingen, gingen gisteravond voor het eerst met elkaar in debat, in De Rode Hoed in Amsterdam.

Eindelijk mocht het dus over de inhoud gaan. Maar de pijn, de gêne en het ongemak van het afgelopen weekend, over de ophef rond de kandidatuur van Tofik Dibi, waren voor het debat begon nog bepaald niet weggeëbd bij de partijleden. Ze waren nog steeds boos. En dat hadden partijvoorzitter Heleen Weening en campagneleider Jesse Klaver goed begrepen. Weening zei dat ze „echt heel erg baalde” van al het gedoe en nodigde de leden uit haar te bellen om te vertellen hoe zij vonden dat de procedures verbeterd moesten worden. En Klaver vertelde hoe „klote” hij zich had gevoeld, afgelopen weekend.

Na deze publiekelijke boetedoening waren Sap en Dibi zelf aan de beurt. Sap probeerde vooral haar resultaten als onderhandelaar van het Lenteakkoord uit te buiten. Natuurlijk is dat Lenteakkoord niet „the World according to GroenLinks”, gaf ze toe. Maar „we hebben wel de tien pijnlijkste bezuinigingen van het kabinet-Rutte van tafel gekregen”.

Dibi op zijn beurt buitte juist de aandacht voor zijn betwiste geschiktheid als partijleider uit in zijn eerste toespraak. Autonoom denken, durven schuren en de barricade op, dat vindt hij belangrijk. En: „Als ik leider ben, hoeven Kamerleden niet mij te gehoorzamen, maar mogen ze met hun eigen ideeën en bravoure komen.”

Tot een inhoudelijk debat kwam het maar moeizaam. Het leek alsof Dibi en Sap waren voorbereid op de stellingen die de ander voor ze had. Hun reacties kwamen net iets té gemaakt over. En net zoals de kandidaten bij de lijsttrekkersverkiezingen van andere partijen deden, afgelopen weken bij het CDA en daarvoor al bij de PvdA, bleven ook Jolande Sap en Tofik Dibi in het eerste debat vriendelijk tegen elkaar. Dibi gaf Sap wat credits, bijvoorbeeld toen het over zorg ging: „Ja, zij heeft voortreffelijk werk geleverd.” En over onderwijs zei Sap dat Dibi natúúrlijk gelijk heeft als hij zegt dat GroenLinks een onderwijspartij moet zijn.

De belangrijkste verschillen waren dus niet in de inhoud te vinden, maar vooral in debatstijl. Tofik Dibi was vooral snel en had de lachers op zijn hand. „Het beeld dat GroenLinks bestaat uit allochtonenknuffelaars, dat is nu toch wel van de baan. En daar heb ik hard mijn best voor gedaan.” Sap kwam minder snel uit de hoek, maar had wel haar feiten op een rij.

GroenLinksers hebben nu de keuze tussen twee totaal verschillende persoonlijkheden. Sap maakte gisteravond van elke gelegenheid gebruik om te laten zien dat zij dienstbaar is en het beste voorheeft met GroenLinks. Op de vraag of ze in het kabinet zou gaan, of in de Kamer zou blijven als GroenLinks dan eindelijk aan een regering zou deelnemen? „Ik ben daar waar de partij me nodig heeft.”

Dibi was juist meer op zichzelf gericht. Hij versprak zich, tot hilariteit van de zaal: „Ik dacht na: wát is de plek waar alle waarden van GroenLinks samenkomen? En toen dacht ik aan mezelf.” Maar een paar minuten daarvoor zei hij veel subtieler waarom hij eigenlijk leider wil worden en toen lachte niemand: „Ik wil bewijzen dat iemand als ik in staat is om met deze partij tot oplossingen te komen.”