Gif werkt generaties door

Ratten onder stress reageren brutaler wanneer hun overgrootmoeder ooit was blootgesteld aan een hormoonverstorend bestrijdingsmiddel.

Rotterdam. - Een eenmalige blootstelling aan het schimmelbestrijdingsmiddel vinchlozolin kan bij ratten tot in de achterkleinkinderen doorwerken in het gedrag. Het effect blijkt afhankelijk van de uitgangssituatie: leeft het nageslacht onder voortdurende stress dan zijn de dieren brutaler geworden van historische blootstelling aan vinchlozolin. Niet gestresste ratjes zijn juist angstiger. Dat concluderen Amerikaanse biologen onder leiding van Michael Skinner van de Washington State University, die al jaren onderzoek doet naar de zogeheten transgenerationele effecten van hormoonverstorende stoffen. De resultaten kwamen gisteren online in het wetenschappelijke blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

De effecten van een gifstof kunnen door ouders aan hun nageslacht worden door gegeven via de zogeheten epigenetische code. Dat zijn veranderingen aan het DNA, bijvoorbeeld het binden van methylgroepen, zonder dat de erfelijke code verandert. De epigenetische veranderingen beïnvloeden de werking van genen en kunnen van ouder op kind worden doorgegeven. Met verstrekkende gevolgen, blijkt nu.

Het in deze studie gebruikte middel vinchlozolin is een van de zogeheten hormoonverstoorders, stoffen die doordat zij chemisch lijken op natuurlijke hormonen effect hebben op de voortplanting van mens en dier. De stoffen met zulke eigenschappen zijn heel divers, met ondermeer bestrijdingsmiddelen (o.a. atrazine, DDT, lindaan), zware metalen (zoals cadmium en lood), vlamvertragers (broomverbindingen) en stoffen uit plastics (zoals bisphenol A). Ze zijn vaak vaak slecht afbreekbaar en blijven daardoor langdurig in het milieu en het lichaam.

„Deze Amerikaanse studie toont duidelijk aan dat niet is uit te sluiten dat blootstelling aan hormoonverstorende stoffen effecten hebben die worden doorgegeven aan de volgende generaties”, zegt Martin van den Berg, hoogleraar toxicologie aan de Universiteit Utrecht. „Dat kan misschien ook gevolgen hebben gehad voor de mens. In de jaren zeventig en tachtig waren de concentraties van dit soort stoffen in het milieu veel hoger dan nu. Dat heeft misschien de kinderen van toen beïnvloed in hun hersenontwikkeling, net als de ratten in de proef. Het geeft te denken over de problematiek die je nu ziet bij de jeugd, met veel meer concentratiestoornissen dan een generatie daarvoor.”

De dosis die de Amerikanen aan de rattenovergrootmoeder toedienden vindt Van den Berg echter hoog: „Het is niet waarschijnlijk is dat mensenmoeders ooit zo veel binnen kregen. Maar het gaat erom dat het mechanisme nu is aangetoond. Dat verandert onze hele manier van denken over de toxicologie. De vraag is nu wat de laagste dosis is die deze effecten kan veroorzaken.”

Begin dit jaar toonde Skinner al aan dat vinchlozolin tot in de derde generatie vruchtbaarheidsproblemen geeft. Ook dat schreef hij toe aan de epigenetische effecten.