Geoxideerde spiegels

In zijn lab met stopwatches, zwavellever en stickerfolie laat ontwerper Lex Pott de natuur ‘haar gang gaan’.

Naast de computermuis van Jeroen van Leur, productontwikkelaar en kantoorgenoot, ligt een gehoorbeschermer die je meestal op de bouwplaats ziet. „Niet dat Lex zo tekeer gaat in zijn werk, maar soms is hij aan het bellen en moet ik me concentreren.” Voor een ontwerper is het in de werkplaats van Lex Pott rustig. „Al ben ik weleens bang dat ik iets laat ontploffen”, zegt hij.

In zijn werkplaats op de NDSM-werf in Amsterdam ‘schildert’ Lex Pott met natuur. Zijn projecten lopen enorm uiteen, naast spiegels en metalen platen ook stellagekasten en muntstukken, maar zonder uitzondering zijn het allen experimenten met de natuur. „Ik probeer een natuurlijk proces te cultiveren. Aan elk object gaat maanden van onderzoek vooraf.”

De Transience Mirror is een van die projecten. Samen met ontwerper David Derksen maakte hij een ronde, een driehoekige en een rechthoekige spiegel die er op het eerste gezicht aangetast uitzien. „Ik merkte dat een spiegel na jaren begon te oxideren, de zijkanten werden een beetje bruinig. Dit proces wilde ik onder controle krijgen.” In de maanden die volgden experimenteerde Pott zich suf, samen met Derksen. Uiteindelijk lukte het de twee om de spiegels gericht en snel te bruinen in een badje met zwavellever en gedemineraliseerd water. „Door stickerfolie over bepaalde gedeeltes van de spiegel te plakken, kunnen we onderdelen meer of minder laten oxideren. Hierdoor kan ik hele strakke lijnen maken in iets wat normaal niet te sturen is.”

Voor de productie van de spiegels hebben ze een mobiel lab gemaakt. „Het wordt steeds professioneler. Er hangen tien stopwatches die aan elkaar zijn gekoppeld. De eerste stickerlaag gaat er na 4,5 minuut badderen af, de laatste laag na ongeveer een half uur. En we zijn in het badje een soort van vloerverwarming aan het maken zodat het water continu 30 graden blijft.” Zo ontstaat een gradiënt tot wel 10 kleuren, de buitenste rand is nog steeds de traditionele zilveren spiegel. „Daar doen we dan een glasheldere coating overheen die zorgt dat de spiegel niet verder oxideert. We zetten de tijd stil.” Een typisch Pott-ontwerp. „Ik bepaal de regels en de lijnen, daarbinnen mag de natuur haar gang gaan.” Dat maakt alle werken uniek: de natuur doet nooit twee keer hetzelfde.

Een scheikunde-nerd is hij nooit geweest. „Op de middelbare school heb ik het na de tweede klas laten vallen. Het is vooral de interesse in de materie geweest die mij weer naar scheikunde heeft getrokken.” Hij kijkt naar de plaatjes van zijn werk en spreekt verder met het enthousiasme van een vrolijke professor. „Dat is zo fantastisch. Je voegt niets toe aan het materiaal, maar het zijn de moleculen van het materiaal zelf die veranderen.”

Zo ook bij True Colours, zijn meest recente project. Door een plaat aluminium, staal, messing en koper in een badje met verschillende elementen te leggen, verandert de kleur. Van tevoren had Pott letterstickertjes geplakt, die de scheikundige samenstelling laten zien waardoor het plaatje verkleurd is. „De kleur van het materiaal zegt ook iets over de staat en waar het vandaan komt. Koper uit de mijnen is gifgroen, totaal anders dan het goudkleurig opgepoetste koper.”

Natuurlijke krachten als uitgangspunt is niet nieuw in de ontwerpwereld, veel ontwerpers laten zich leiden door natuurlijke vormen. De Israëlische ontwerpster Hilla Shamia goot verhit aluminium direct op een boomstam en vormde zo een bijzettafel. Jóran van der Wiel maakte zijn plastic grondstof magnetisch zodat een magneet een kruk vormde. Pott voelt zich verwant met ontwerpster Christien Meindertsma, die alleen maar grondstoffen gebruikt waarvan ze de oorsprong perfect kan traceren. Deze oorsprong gebruikt ze in haar werk, zoals een wollen trui met daarin het oormerk van het schaap geweven. „Maar wat mijn werk, denk ik, bijzonder maakt, is dat je het hele proces ook in het eindresultaat kan zien. Je vertelt een verhaal met een product.”

Zijn werk duikt op steeds meer plekken op. Op de Milaanse meubelbeurs Salone del Mobile exposeerde Pott vorige maand op vijf plekken. Op dit moment hangt hij onder andere in de Transnatural Galerie en The Frozen Fountain (beide in Amsterdam), het Centraal Museum in Utrecht en vanaf 2 juni op de modetentoonstelling Basic Instincts in Arnhem. Van over de hele wereld worden zijn spiegels besteld, door particulieren, galeries en voor fotoshoots, vertelt hij. De True Colours-werken zijn ondertussen uitverkocht. Voor de kunstblog foundbyjames.com maakte Pott True Colours Miniatures, een kleinere A5-versie voor een startersprijs, waar nog enkele van beschikbaar zijn.

Door de drukte die komt kijken bij het verkoopklaar maken van zijn vorige ontwerpen heeft hij even geen tijd om te experimenteren. „Dat hoort erbij.” Maar hij heeft zin om straks weer „dingen te laten mislukken”. „Het onderzoeken en het doen van testjes is het spannendste wat er bestaat.”

Zijn werken zitten tussen unieke exemplaren en massaproductie in. „Tussen enkele tientallen en een honderdtal.” En als de Ikea bij hem aanklopt? „Dat zou ik helemaal niet erg vinden, maar het moet wel iets zijn wat zich ervoor leent. Het spiegelproject is enorm arbeidsintensief, de Ikea zou er waarschijnlijk een sticker van maken. Als ik daarmee akkoord zou gaan, ben ik niet meer geloofwaardig.”