Geld en zeggenschap splijten FNV

Binnen de FNV is naast de ruzie over de zeggenschap een nieuwe bron voor conflict bovengekomen: geld. De kleine bonden krijgen nauwelijks zeggenschap maar moeten wel meebetalen aan de acties van Bondgenoten en Abvakabo. „Wij gaan onze contributie niet afstaan.”

„Het uur van de waarheid nadert”, voorspelt een bondsvoorzitter van de FNV. „De kans dat de top van de FNV volgende maand als één blok naar de oprichtingsvergadering van de nieuwe vakbeweging gaat, is inmiddels wel héél klein.”

Vanochtend hadden hij en de voorzitters van de 16 kleinere bij de FNV aangesloten bonden een vertrouwelijke bijeenkomst in Utrecht. De twee grootste bonden, FNV Bondgenoten en Abvakabo FNV, waren niet uitgenodigd. Logisch ook. Want op de agenda stond een gezamenlijke strategie tégen die twee grote broers. Ook op de agenda: de mogelijke scenario’s om zonder die twee door te gaan als vakcentrale.

De bijeenkomst is illustratief voor de interne verhoudingen. Want de FNV staat op scheuren. Nog voordat oud-staatssecretaris Jetta Klijnsma in juni haar definitieve plan voor een nieuwe vakbeweging presenteert, is duidelijk dat de zeventien bondsvoorzitters niet in staat zijn om onderling overeenstemming te bereiken over de contouren van die nieuwe vakbeweging.

De twee grootste bonden, FNV Bondgenoten en Abvakabo FNV, staan lijnrecht tegenover de meeste kleinere bonden. Maar daarbij gaat het niet alleen om de zeggenschap in de top van de nieuwe vakbeweging. Er is ook onenigheid over de verdeling van de contributiegelden die de leden van FNV met elkaar opbrengen. Dat conflict is voor de kleinere bonden alleen al een breekpunt. Houden zij zeggenschap over hun eigen contributiegelden, of moet een groot deel daarvan verplicht worden overgemaakt naar de overkoepelende vakcentrale, zoals Bondgenoten en Abvakabo willen.

Vorig jaar balanceerde de FNV al langs de rand van de afgrond, nadat Bondgenoten en Abvakabo het vertrouwen in voorzitter Agnes Jongerius hadden opgezegd. In december besloten de negentien bondsvoorzitters om de FNV op te heffen en een nieuwe vakcentrale op te richten. Oud-staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA) kreeg vervolgens de opdracht om die nieuwe vakbeweging van de grond te tillen.

Op 1 mei presenteerde Klijnsma haar eerste ‘contourenschets’: de omvorming van de FNV tot een vakbeweging waarin de leden het voor het zeggen hebben: met een direct gekozen voorzitter en een ledenparlement waaraan die voorzitter verantwoording aflegt. Bondgenoten en Abvakabo moeten zich opsplitsen om te voorkomen dat zij als twee machtsblokken de stemverhouding in dat parlement domineren.

Maar haar voorstellen zijn een brug te ver. Bondgenoten en Abvakabo zijn vooralsnog niet bereid om zichzelf op te splitsen in kleinere bonden. Daarnaast willen beide bonden dat de kleinere bonden financieel fors bijdragen aan een centrale stakingskas en fondsen voor campagneactiviteiten om nieuwe leden te werven.

Morgen moeten alle bondsvoorzitters tijdens een ingelaste vergadering van de federatieraad aangeven of zij instemmen met de plannen van Klijnsma. Maar de kans op consensus over die voorstellen is klein. Zo ligt er een voorstel op tafel van Leo Hartveld, lid van het federatiebestuur, dat haaks staat op Klijnsma’s voorstellen. Hartveld gaat uit van een vakcentrale waarin Bondgenoten, Abvakabo en FNV Bouw de kern vormen. De overige bonden kunnen zich daarbij aansluiten.

De verdeeldheid gaat niet alleen om de macht in de top, maar ook over geld. Bondgenoten en Abvakabo eisen dat alle bonden geld afdragen voor ledenwerving en campagnes. Daarbij moet het volgens Bondgenoten gaan om substantiële bijdragen. „We vragen om commitment van alle aan te sluiten vakorganisaties om deze substantiële afdracht te doen”, aldus het hoofdbestuur van Bondgenoten in een schriftelijke reactie op Klijnsma’s contourennota. Voor een aantal kleine bonden is alleen al die eis een breekpunt.

Maar voor Abvakabo en Bondgenoten is een goed gevulde stakings- en wervingskas noodzaak. Vorig jaar, het jaar waarin de FNV scheurde over het pensioenakkoord, zegden 37.653 leden van Bondgenoten hun lidmaatschap op. Bij Abvakabo ging het om 29.324 opzeggingen. Dat verlies werd weliswaar gecompenseerd door de instroom van nieuwe leden. Maar het kostte beide bonden enorm veel geld aan campagnes en stuntaanbiedingen om die nieuwe leden aan zich te binden. Bij Bondgenoten ging het om 31.010 nieuwe leden, bij Abvakabo om 25.852 leden. Zo kon het nettoverlies beperkt blijven tot respectievelijk 6.643 en 3.363 leden.

Dat afkalvend ledenbestand is opmerkelijk. Andere FNV-bonden, zoals de onderwijsbond AOB, de politiebond NPB en de ouderenbond ANBO – alledrie voorstanders van het pensioenakkoord – zagen hun ledental juist groeien.

Abvakabo en Bondgenoten kampen daarnaast met een dalende organisatiegraad, het percentage werknemers in een bedrijf of branche dat lid is van een bond. Landelijk is die organisatiegraad zo’n 21 procent. Maar Abvakabo kampt met een lagere organisatiegraad. In de kinderopvangbranche, is dat 14,4 procent. Bij gemeenteambtenaren daalde dat percentage van 31,8 procent in 2002, naar 24,9 procent in 2011. En in de ziekenhuisbranche is nog maar 8,8 procent van het personeel lid van de Abvakabo.

Bij Bondgenoten is de situatie nog slechter. De organisatiegraad is daar gedaald naar 7,7 procent. In de industriële sector scoort Bondgenoten nog 19 procent, maar in de diensten- en handelssector minder dan 4 procent.

Abvakabo en Bondgenoten slagen er niet meer in om kader op de werkvloer aan zich te binden en dat schaadt de positie van de bond bij, bijvoorbeeld cao-onderhandelingen.

Pijnlijk voor beide bonden is dat een dalend ledental niet automatisch een dalende organisatiegraad betekent. FNV Bouw, bijvoorbeeld, dat vorig jaar het ledental weliswaar met 3 procent zag dalen van 122.179 naar 117.813 leden, wist de organisatiegraad op de werkvloer juist op te krikken naar meer dan 50 procent.

Bondgenoten en Abvakabo hebben vorig jaar tonnen geïnvesteerd in wervingsacties in onder meer de schoonmaakbranche en het onderwijs. „Wij gaan onze contributie niet afstaan om campagnes van Bondgenoten of Abvakabo te financieren”, aldus een van de voorzitters. „Dat geld hebben we zelf nodig.”