Geen grip op asielzoekers

Gerd Leers zegt dat hij niet strenger is dan zijn voorgangers. Vijf redenen waarom ministers nauwelijks invloed hebben op het asielbeleid.

Migratiehistoricus

Vorige week was het weer raak. Voor de zoveelste keer zochten uitgeprocedeerde asielzoekers de media op en stelden zo de vermeende hardheid van het Nederlandse asielbeleid ter discussie. In Ter Apel vroegen Irakezen om steun na jarenlang tevergeefs wachten in Nederland. Gerd Leers (Immigratie en Asiel, CDA) gaf aan dat hij niet strenger was dan zijn voorgangers. Duidelijk is dat hij niet het verwijt wil krijgen inhumaan te zijn. Het zijn terugkerende thema’s in debatten over asielzoekers: Nederland is te streng – of juist te slap, de procedure duurt te lang en voor deze ene asielzoeker moeten we een uitzondering maken. Strengheid lijkt ook meetbaar te zijn. In de next.checkt van 21 mei werd de bewering dat het asielbeleid onder Leers niet strenger was geworden als ‘half waar’ beoordeeld.

Maar kan een minister wel sneller en strenger beleid invoeren? Uit mijn promotieonderzoek over vijftig jaar asielbeleid blijkt dat de voorgangers van Leers afwisselend streng en mild beleid beoogden, maar dat hun invloed in de praktijk beperkt was. Sinds de Tweede Wereldoorlog koesteren politici en beleidsmakers het idee dat het mogelijk is om humaan beleid te combineren met streng beleid, en echte asielzoekers te onderscheiden van onechte. Het idee is dat streng beleid voor een daling van het aantal asielzoekers leidt. Potentiële asielzoekers raken ontmoedigd en de populariteit van Nederland als asielland daalt. Veel maatregelen zijn echter niet zo nieuw als ze worden voorgesteld. Ik zie vijf problemen waarom het moeilijk is om asielbeleid te veranderen.

1Het beleid is moeilijk te veranderen, omdat Nederland is gebonden aan wetgeving en aan internationale verdragen.

Nederland heeft het Vluchtelingenverdrag ondertekend en dat verbiedt het uitzetten van mensen naar landen waar zij gegronde vrees voor vervolging hebben. In het debat over het ‘kinderpardon’ gaat het ook over de Rechten van het Kind. De marges waarbinnen politici zich kunnen bewegen zijn heel klein.

2Het maken van onderscheid tussen echte en onechte vluchtelingen is moeilijk.

In het regeerakkoord van dit toch bepaald niet als gastvrij bekend staande (demissionaire) kabinet staat dat Nederland vluchtelingen zal blijven beschermen. Dit geldt echter niet voor asielzoekers die economische migranten – gelukszoekers! – blijken te zijn. Het uitgangspunt is dat de ambtenaren van de IND in staat zijn om, na nauwkeurige toetsing, een onderscheid te maken tussen politieke vluchtelingen en ‘economische’ vluchtelingen. Asielzoekers verlaten hun land in de praktijk echter om economische en politieke redenen. Wat is het motief van iemand die vanwege zijn of haar geloof geen werk kan krijgen en na jarenlang hongerlijden vlucht? Al sinds de jaren vijftig wijzen ijverige Nederlandse ambtenaren asielzoekers af, omdat zij om economische redenen vluchtten. Deze afwijzingen worden lang niet altijd gevolgd door vertrek van de asielzoeker, zoals ook de huidige situatie met de Irakezen ons laat zien. Wanneer asielzoekers doorprocederen, krijgen zij dikwijls alsnog een status. Hieruit blijkt dat de grenzen tussen echte en onechte vluchtelingen bij verschillende ambtenaren en rechters anders liggen.

3Asielzoekers met een lange adem en een groot netwerk maken meer kans om uiteindelijk toch te mogen blijven.

Politici bepleiten en beloven herhaaldelijk een kortere asielprocedure, maar in de praktijk blijkt dit onmogelijk. Het snel toelaten van een asielzoeker is geen probleem, maar snel uitzetten is dat wel, want hoe bewijs je dat een asielzoeker niet is vervolgd? Gedurende de procedure komt de maatschappelijke lobby op gang. Sinds 1945 ontvingen beslisambtenaren duizenden brieven van Nederlanders waarin het failliet van het humane Nederland werd vastgesteld en ambtenaren voor fascisten werden uitgemaakt. Briefschrijvers hadden asielzoekers ontmoet op straat, in de kerk, op school, in een asielzoekerscentrum of in de kroeg. Het zoeken naar aandacht van de media blijkt verrassend effectief, vooral als het gepaard gaat met demonstraties, organiseren van hongerstakingen, bestoken van (lokale) politici en bestuurders met petities en het verzamelen van kindertekeningen.

4Nederland is traditioneel een gastvrij land voor vervolgden.

De zeventiende-eeuwse Hugenoten en de naoorlogse Hongaarse, Chileense en Vietnamese vluchtelingen kregen een hartelijk ontvangst. Een veelgehoord argument: wanneer deze ene asielzoeker of groep asielzoekers wordt uitgezet, is het afgelopen met deze traditie. Of: Nederland, internationaal voorvechter van de mensenrechten, lapt de rechten van asielzoekers aan zijn laars. Deze traditie behoort bij de beroemde Nederlandse christelijke normen en waarden, zo werd veelvuldig gesteld. Dit soort betogen staan meestal bol van verwijzingen naar de Bijbel; er ‘is nog genoeg plaats in de Nederlandse herberg’.

5Uitzonderlijkheid als strategie.

Tot slot zijn politici en ambtenaren bang voor te veel asielzoekers. Zij reppen in hun nota’s over ‘vloedstromen’, ‘invasies’ en over ‘duizenden anderen’ die op een teken wachten om te komen. Zij die pleiten voor het toelaten van asielzoekers noemen exacte aantallen om deze angst weg te nemen (er verblijven 279 Irakezen in tenten in Ter Apel). Vervolgens worden afgewezen asielzoekers uitzonderlijk gemaakt in een campagne. Door erop te wijzen dat het slechts om een enkeling gaat, wordt de dreiging van aanzuigende werking weggenomen. Een Amerikaanse deserteur in 1971, een Tamil in de jaren 80, Mauro, Sahar en de Irakezen van vorige week woensdag krijgen een gezicht. Zij worden menselijk door een gedetailleerde beschrijving van wat hen overkwam in hun herkomstland en in Nederland. Deze strategie werkt, want de vrees voor de komst van asielzoekers met een identiek verhaal verdwijnt. Analyse van vijftig jaar asielprocedure laat zien dat deze volhouders niet altijd de vluchtelingstatus krijgen, maar vaak mogen blijven op humanitaire of economische gronden. Uitgeprocedeerde asielzoekers mogen na jaren wachten blijven, omdat ze werken of studeren, getraumatiseerd zijn en medicijnen gebruiken of zijn verwesterd. Zij worden toegelaten, omdat er simpelweg geen andere oplossing is.

Ondanks verwoede pogingen om snel en streng te zijn, blijkt de speelruimte voor ministers beperkt. Het idee dat in de toekomst alle uitgeprocedeerde asielzoekers Nederland zullen verlaten lijkt een illusie. Milde of strenge voornemens, in de praktijk maakt het allemaal weinig uit.