DSM investeert 100 miljoen euro in onderzoekscentra

Biotechnologiebedrijf DSM investeert in laboratoria in Delft en Sittard-Geleen. ‘Dit land moet het hebben van ondernemingszin en vernuft’ vindt DSM-topman Nicolaï.

De koffie en thee worden in de bestuurskamers van DSM niet geschonken in kopjes maar in bekertjes. Plastic? Nee. Gemaakt met maïs en composteerbaar. De nieuwe research and development-laboratoria in Sittard-Geleen en Delft zullen volgens Atzo Nicolaï, directeur van DSM Nederland, alleen maar meer van dit soort producten gaan opleveren. Welke precies valt onmogelijk te voorspellen. „Maar de nieuwe materialen zullen nog hoogwaardiger zijn, bijvoorbeeld hittebestendiger. Tegelijkertijd zullen ook stappen worden gezet in de maakprocessen, simpelweg omdat de fossiele brandstoffen opraken. Grote veranderingen staan op til in de biomedische wereld: zogenoemde zelfdenkende pillen, zelfgenererend bot.”

Sinds 1 juni van het vorig jaar mag Atzo Nicolaï zich directeur van DSM Nederland noemen. De VVD’er was staatssecretaris van Europese Zaken in de kabinetten Balkenende I en II (van 2002 tot en met 2006) en iets van de daar aangeleerde diplomatieke mores is blijven hangen. Gevraagd naar zijn belangrijkste inzichten, na bijna een jaar ervaring in het bedrijfsleven, komt hij – zeer op zijn hoede – met constateringen van anderen. „Als hier politici op bezoek komen, hoor ik ze zeggen dat wij als onderneming eigenlijk veel verder kijken dan Den Haag. De horizon reikt hier ook decennia ver. De beweging naar een biobased economy, een economie met een centrale rol voor groene grondstoffen, vergt jaren.”

Nog andere verschillen tussen Binnenhof en bedrijfsleven?

„Het voor mij nieuwe inzicht dat de verschillen tussen publiek en privaat belang minder groot zijn dan ik vermoedde. Publiek belang is ook het belang van DSM. Strengere milieu- en veiligheidsnormen stimuleren vaak innovatie. Als ze in Europees verband worden afgesproken, kun je mondiaal voorop lopen.”

Heeft overheidssteun ertoe bijgedragen dat de nieuwe laboratoria in Sittard-Geleen en Delft komen en niet elders in de wereld?

„Bij zulke investeringen speelt een complex van factoren. Dat Nederland het qua concurrentievermogen op het gebied van loonkosten aflegt tegen anderen, moge duidelijk zijn. Dit land moet het hebben van de kwaliteit van mensen, hun vernuft en ondernemingszin. De rol van de overheid is heel wezenlijk.”

Voldoet het huidige Nederlandse innovatiebeleid?

„Het topsectorenbeleid is de juiste keuze. Niet beter proberen te worden in zaken waar Nederland nog zwak in is, maar de duidelijke groeimotoren nog beter maken. Die lijn moet ook bij de bezuinigingsslag van dit moment worden vastgehouden, want uiteindelijk is dit een verdienmodel voor Nederland.”

DSM krijgt wel eens kritiek: in het geval van research and development-labs kiest de onderneming mede vanwege overheidssteun voor Nederland en tegelijkertijd verhuist de boekhouding naar India?

„We zijn door onze fascinerende geschiedenis verbonden met Nederland en zullen dat blijven. Activiteiten elders zijn niet per se nadelig voor activiteiten hier. Doordat DSM elders in de wereld de vleugels uitslaat, groeien we ook in Nederland. Maar als bepaalde bedrijfsonderdelen evident beter en goedkoper elders kunnen functioneren, laat je ze naar daar verhuizen.”

Zijn voor die nieuwe laboratoria in Nederland wel de juiste mensen te krijgen?

„De komende jaren zeker. Op termijn ontstaat wel een probleem. Alleen al bij DSM is de leeftijdsopbouw van het personeel dusdanig dat binnen tien jaar 50 procent van het personeel uitstroomt. Werken bij ondernemingen als DSM moet meer gaan aanspreken.

„Voor DSM betekent dat zichtbaar worden en voorbeelden laten zien van wat je allemaal doet. De kern van het probleem zit niet zozeer bij de jongeren zelf als in omgeving. Bij ouders en leraren ijlen de jaren zeventig nog na, toen bèta en chemie bijna letterlijk in een kwade reuk kwamen te staan. Bij jonge mensen, vooral uit andere delen van de wereld, zien we overigens dat ons duurzaamheidsbeleid al wervend werkt. Die maken een afweging: hoe ziet de economie van de nabije toekomst eruit en waar kan ik op dat gebied het meeste leren.”