De Bovenbazen (14)

Tom Poes liep wat bedremmeld achter het tweetal aan, dat achter een hoge deur verdween.

‘Dit betekent vast weer narigheid’, sprak hij tot zichzelf. ‘Wat er aan de hand is, weet ik nog niet, maar het begon, toen ik die duit aan de heer Bommel gaf. Wat heeft die uitgestreken vreemdeling er trouwens mee te maken? Dat is toch de secretaris van aws?’

Daar had hij gelijk in, zoals we kunnen zien.

‘Hier is obb, aws’, zei de secretaris bij het binnentreden.

‘Mijn naam is Bommel’, verbeterde heer Ollie koel. ‘Olivier B. Bommel. Bent u…’

‘Ik ben Steinhacker’, riep de bankier uit. ‘President van de Aard-Bank. Gefeliciteerd, mijn jongen! Door je laatste zaak behoor je nu bij de Bovenste Tien.’

‘Mijn laatste zaak?’, herhaalde heer Ollie onthutst. ‘Ik doe geen zaken, hoor. Ik ben een heer van stand!’

‘Haha, heel goed!’, hernam de ander. ‘Ik bedoel je laatste manipulatie, obb! Uitstekend! Door je ragfijn spel ben je nu één van ons. Ga zitten. Sigaartje?’

Heer Bommel liet zich voorzichtig in een diepe fauteuil zinken. Een denkrimpel ontsierde zijn voorhoofd, want de zin van het gesprokene ontging hem. Maar omdat hij één van de Bovenste Tien genoemd was, dwong hij zich tot een glimlach.

‘Och’, sprak hij, ‘het was meer een weddenschapje met de jonge vriend, als u begrijpt wat ik bedoel. En toen ik gewonnen had begon dat rare gedoe. Wat is er eigenlijk aan de hand?’