De beste vriend van Afrika

De Chinezen staan bekend als de nieuwe roofkapitalisten van Afrika. Onterecht, zegt ontwikkelingsexpert Deborah Brautigam. Zes mythes over Chinezen in Afrika.

Toon Beemsterboer

Redacteur Afrika

China opereert in Afrika als een neokoloniale roofstaat. Dat is het heersende beeld in het Westen. In een meedogenloze jacht naar grondstoffen die nodig zijn voor zijn onstuimige economische groei heeft China lucratieve contracten met Afrikaanse landen gesloten. China bouwt een stadion hier en een paleis daar en zegt vervolgens: geef ons al je olie. Door deze zaken met schurkenstaten worden de westerse pogingen om democratie en mensenrechten te bevorderen ondermijnd.

Miljoenen Chinezen overspoelen Afrika om de landbouwgrond en de banen van de lokale bevolking in te pikken. De Afrikanen die wel aan het werk kunnen bij Chinese projecten, worden genadeloos uitgebuit.

Maar klopt het?

Nee, zegt de Amerikaanse ontwikkelingsexpert Deborah Brautigam. Het beeld komt voort uit luie journalistiek en gebrek aan kennis. Waarom zou China in Afrika dan bijna net zo populair zijn als Amerika? Waarom zouden de meer verlichte Afrikaanse leiders China’s opkomst juist omarmen?

Ze geeft het antwoord zelf: „Omdat de Chinezen Afrika zien als een continent van kansen. Daar kan het Westen nog wat van leren. Afrika wil gezien worden als een plek voor handel, niet voor hulp. Het Westen moet openstaan voor andere manieren van ontwikkeling. Het is niet per se: eerst democratie en dan ontwikkeling. Het kan ook andersom, zoals in Azië. China gebruikt zijn eigen ervaringen om zaken te doen in Afrika, zoals investeringsrisico’s afdekken met grondstoffen.”

Brautigam volgt de ontwikkelingen in China en Afrika al drie decennia. Ze adviseerde de Verenigde Naties en de Wereldbank en publiceerde het boek The Dragon’s Gift, waarin ze de westerse misvattingen onderuithaalt. Ditzelfde doet ze op haar blog China In Africa: The Real Story. Ze was onlangs in Nederland op uitnodiging van het Afrika Studie Centrum in Leiden. In een vraaggesprek ontkracht ze de zes grootste misvattingen.

1. China is een nieuwkomer

„Veel mensen denken dat China pas een jaar of tien actief is in Afrika, aangespoord door zijn economische groei. Maar de Chinese betrokkenheid begon al in de jaren vijftig, toen de eerste Afrikaanse landen onafhankelijk werden. China en Taiwan probeerden beide erkend te worden als het ‘ware China’, waardoor er een diplomatieke wedloop begon. Het gevolg was dat China in de jaren zeventig meer hulpprogramma’s in Afrika had dan de Verenigde Staten.”

2. Het is China alleen om de grondstoffen te doen

„De deals over grondstoffen domineren de krantenkoppen. Maar China is allereerst in Afrika om politieke redenen. China zoekt bondgenoten bij de Verenigde Naties (VN), de Wereldhandelsorganisatie en andere internationale fora. Afrika is belangrijk omdat het uit 54 landen bestaat die allemaal een stem hebben bij de VN. China heeft specifieke doelen, zoals voorkomen dat Taiwan diplomatieke erkenning krijgt en zorgen dat Tibet niet onafhankelijk wordt.

„De tweede reden is uiteraard handel en daartoe behoren ook grondstoffen. Afrika is een belangrijke bron van grondstoffen, maar het gaat verder dan dat. Chinese bouwbedrijven sluiten jaarlijks voor 40 miljard euro contracten af in Afrika. Op het hele continent doen de Chinezen kleine en middelgrote projecten waar Afrikaanse landen zelf voor betalen. Ook slepen ze het ene na het andere contract van de Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank binnen.

„De Chinese bedrijven winnen de aanbestedingen omdat ze goedkoop zijn. Ze zijn meestal onderdeel van een groter conglomeraat dat in veel landen actief is. In Afrika hebben ze een kleine winstmarge om voet aan de grond te krijgen, terwijl ze in andere landen meer geld verdienen. Ze zien Afrika als een continent met grote kansen omdat er zoveel infrastructuur moet worden gebouwd.”

3. De Chinese hulp aan Afrika is gigantisch

„In 2009 publiceerde het onderzoeksbureau van het Amerikaans Congres een rapport over Chinese hulp in Afrika: die zou in 2007 18 miljard dollar zijn geweest. Het probleem van dit bedrag was dat alle economische activiteiten waarbij de Chinese staat betrokken was bij elkaar op werden geteld. Geld dat naar Afrika gaat is hulp, denken wij. Maar dat is niet zo.

„Chinezen zien dat er veel kansen zijn in Afrika, maar dat het ontbreekt aan geld. Zij zetten meer financiële instrumenten in dan wij: exportkredieten, leningen, investeringen en hulp. Ze verminderen de investeringsrisico’s door export naar China als onderpand te gebruiken. Ze dekken het risico van de lening af met grondstoffen. Maar het is verkeerd om dit te zien als een uitruil tussen grondstoffen en infrastructuur. In Ghana wilden ze bijvoorbeeld een grote dam bouwen. Niemand in het Westen wilde dat project financieren. De Chinezen wel, maar Ghana had een lage kredietwaardigheid. Dus de Chinezen vroegen: hoe weten we dat jullie ons terugbetalen? Ze verzekerden de deal met cacao. Ze importeerden al cacao uit Ghana, dus dat was een zekere inkomstenbron die al bestond.

„Het is een financieringsmechanisme, dat ze geleerd hebben uit hun eigen verleden. Toen China zelf nog niet kredietwaardig was, stelde Japan eenzelfde regeling voor om te helpen de eerste infrastructuurprojecten op te bouwen.

„De Chinese hulp is niet erg omvangrijk, maar groeit wel met 20 procent per jaar. De leningen groeien sneller, met 50 procent. Verder geeft China 2 miljard dollar hulp. Dit is minder dan het Westen. De VS geven zo’n 8 miljard aan hulp per jaar en Europa nog veel meer. In 2010 gaven alle EU-landen 53,8 miljard uit aan hulp.”

4. China doet vooral zakenmet schurkenstaten en ondermijnt de democratie

„China is in alle Afrikaanse landen actief, niet alleen in autoritaire regimes. Het land waarin Chinezen het meest investeren en waar ze het meeste handel mee drijven is Zuid-Afrika. Ze zijn erg actief in Ghana en Mauritius, de best geregeerde landen van Afrika. Ze vinden die landen stabieler, waardoor er betere omstandigheden zijn om zaken te doen.

„Maar ze doen ook zaken met landen die wij politiek proberen te beïnvloeden met sancties, zoals Zimbabwe en Soedan. De Chinezen willen zich niet mengen in de binnenlandse aangelegenheden van landen, dat is een belangrijke pijler van hun buitenlandbeleid.

„Soedan is een interessant voorbeeld. China steunde het regime van president Bashir, diplomatiek en met wapens, ook toen het op brute wijze de opstand in Darfur neersloeg. Maar dat veranderde na 2007, toen China gezanten stuurde die samenwerkten met het Westen en Soedan ervan wisten te overtuigen een VN-vredesmacht te accepteren. China wordt steeds meer een behulpzame partner. Dit is een grote verandering in het Chinese buitenlandbeleid.

„Zimbabwe is het beste voorbeeld van een land met een verwerpelijk regime waar China zaken mee doet. Ik weet niet of dit de pogingen heeft geschaad om van het land weer een democratie te maken. Ten eerste omdat ze weinig geld hebben gestopt in Zimbabwe. De Chinezen houden president Robert Mugabe niet overeind. Ze hebben heel specifieke investeringen gedaan, bijvoorbeeld in landbouw. Dat geldt ook voor andere autoritaire landen waar Chinezen actief zijn.

„Het westerse verwijt is hypocriet: China heeft zelf problemen met mensenrechten en is geen democratie, toch is het Westen er zeer actief met zeer veel handel en investeringen.”

5. Chinese bedrijven nemen hun eigen arbeiders mee

„Chinese bedrijven zijn actief in alle landen van Afrika. In vier daarvan brengen ze veel eigen medewerkers mee: Algerije, Libië voor de oorlog, Soedan en Angola. Het zijn olierijke landen, waar de kosten van arbeid hoger zijn. Chinese bedrijven krijgen toestemming hun eigen mensen mee te nemen omdat dat goedkoper is.

„In de andere vijftig landen maken Chinese bedrijven voornamelijk gebruik van Afrikaanse arbeiders. Dat varieert per land van 50 tot 90 procent. Het hogere management en de technische staf is vaak Chinees, het lager geschoolde personeel Afrikaans. Hoe langer bedrijven in Afrika zijn, hoe meer ze op de kosten letten. Chinese arbeid is niet meer zo goedkoop. Als het duurder is om mensen uit China te halen en er zijn ter plekke genoeg mensen met dezelfde opleiding, dan huren ze hen lokaal in.”

6. China pikt Afrikaans landin en stuurt miljoenen boeren naar Afrika

Enkele jaren geleden schreef The Guardian: „Een miljoen Chinese boeren doen mee aan de stormloop naar Afrika, volgens een schatting, wat de bezorgdheid onderstreept dat er een ongehinderde ‘landjepik’ aan de gang is, dat sinds de negentiende eeuw niet meer is gezien.”

„Veel verhalen over grootschalige landaankopen zijn niet waar. Er zijn enkele bilaterale akkoorden gesloten en enkele concessies uitgegeven. Maar bijna niets is echt van de grond gekomen. Nogmaals: het is niet de Chinese regering die stukken land koopt. Het zijn Chinese bedrijven die zoeken naar investeringsmogelijkheden, net als in de bouw en in grondstoffen. Ze hebben projecten in veel landen, maar die zijn voor het overgrote deel bedoeld voor de lokale markt en niet zo heel groot.

„In een veel gevallen vragen Afrikanen zelf: wil je een partner van ons zijn? In Zambia bijvoorbeeld. Het werd gepresenteerd alsof China 2 miljoen hectare landbouwgrond wilde kopen. Maar het waren Zambiaanse ondernemers die een Chinees bedrijf vroegen te investeren. Overigens zorgt de Chinese aanwezigheid in Zambia, en ook in andere landen, soms wel voor frictie. En met reden: bij Chinese bedrijven zijn de arbeidsomstandigheden vaak slecht, evenals de communicatie. Hierdoor zijn ze doelwit geworden van politieke campagnes.

„En die miljoen Chinese boeren in Afrika? Ik moet achterhalen waar dit vandaan komt. Er zijn geen goede cijfers van het aantal Chinezen in Afrika. Het zijn zeker geen boeren, want die zijn minder goed opgeleid en wonen op het platteland. De meeste Chinezen die naar Afrika gaan zijn handelaren uit kustprovincies waar fabrieken dichtgaan omdat de arbeidskosten te hoog zijn. Ze gaan elders op zoek naar kansen.”