'De 65-plusser bezit gemiddeld 245.000 euro'

Aanleiding

Het is fijn om oud te mogen worden, stelde Henk Kamp, demissionair minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, onlangs in ANBO Magazine van ouderenbond ANBO. „Het gemiddelde vermogen van de Nederlandse 65-plusser is 245.000 euro”, aldus Kamp in het interview. In december noemde hij hetzelfde cijfer in een brief aan de Tweede Kamer. Nico Tilstra, „nrc.next-lezer en 65-minner”, vroeg next.checkt om de uitspraak op waarheid te controleren.

Hoe is er gemeten?

Volgens de woordvoerder van Henk Kamp baseert de minister zich in het interview op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat deze gegevens als enige instantie in Nederland bijhoudt. In een brief uit december aan de Tweede Kamer stelde Kamp dat het gemiddelde vermogen van de Nederlandse 65-plusser „in 2010” 245.000 euro is. We kunnen er dus van uitgaan dat Kamp zich bij het interview met ANBO heeft gebaseerd op de cijfers over 2010.

Interpretaties

Het CBS publiceert zijn vermogensstatistieken uitsluitend als ‘gemiddelde per huishouden’. Dit komt omdat bij paren vaak niet duidelijk is wie van de twee eigenaar van het vermogen is, of omdat ze allebei mede-eigenaar zijn. Het CBS telt daarom het gezamenlijke vermogen van alle personen in een huishouden bij elkaar op. De enige bekende cijfers vormen dus het gemiddelde per huishouden en niet het gemiddelde per persoon.

Van deze vermogensstatistieken maakt het CBS een onderverdeling naar leeftijd van de hoofdkostwinner. Bij gebrek aan individuele cijfers kijken we naar het gemiddelde vermogen in Nederland van een huishouden met een hoofdkostwinner van 65 jaar of ouder.

‘Vermogen’ wordt door het CBS als volgt gedefinieerd: „Bezittingen minus schulden.” Bezittingen omvatten onder meer bank- en spaartegoeden, effecten (zoals aandelen) en de eigen woning. Schulden bestaan uit de hypotheekschuld en overige schulden.

65-plussers die permanent in een zorginstelling of tehuis verblijven worden niet in de cijfers meegenomen, omdat vaak onbekend is in hoeverre zij nog over vermogen beschikken. Volgens het CBS is die groep echter dusdanig klein dat dit geen significante invloed heeft op de betrouwbaarheid van het gemiddelde.

En, klopt het?

Het CBS telde in 2010 ongeveer 1,7 miljoen huishoudens waarvan de hoofdkostwinner 65 jaar of ouder was. Het gemiddelde vermogen van deze 65-plushuishoudens bedroeg over 2010 ongeveer 247.000 euro. Dat ligt in de buurt van het door Kamp aangehaalde bedrag van 245.000 euro.

De mediaan lag in 2010 op 104.000 euro. Dat wil zeggen dat 50 procent van de huishoudens beschikte over een vermogen van 104.000 euro of minder.

Het klopt dat 65-plussers gemiddeld een groter vermogen hebben dan mensen uit een lagere leeftijdscategorie. Volgens het rapport Armoedesignalement 2011 van het Centraal Planbureau (CPB) zijn in Nederland „van alle leeftijdsgroepen 65-plussers het minst vaak arm”. Een verklaring voor het feit dat het vermogen van 65-plussers relatief hoog is, kan volgens het CBS worden gevonden in de hypotheekschuld. Of liever: het gebrek daaraan. Voor de meeste mensen is het eigenwoningbezit het leeuwendeel van hun vermogen en 65-plussers hebben de hypotheek op hun huis vaker afbetaald dan mensen uit andere leeftijdscategorieën.

Echter, Kamp sprak van „het gemiddelde vermogen van een 65-plusser”, niet van het huishouden van een 65-plusser. Dat is nogal een verschil, want het totale vermogen van een huishouden (met meerdere personen) zal altijd hoger liggen dan dat van de individuen binnen het huishouden. Huishoudens met een hoofdkostwinner van 65 jaar of ouder bestaan gemiddeld uit 1,6 personen. Het gemiddelde vermogen van individuele 65-plussers in Nederland zal dus aanzienlijk lager uitvallen dan Kamps 245.000 euro. Door het ontbreken van individuele cijfers is het precieze gemiddelde vermogen van één 65-plusser echter niet te berekenen, aldus econoom Peter Hein van Mulligen van het CBS.

Strikt genomen klopt de uitspraak van Kamp dus niet. In veel 65-plushuishoudens zal het persoonlijke kapitaal echter niet worden onderscheiden van het gezamenlijke vermogen. De huishoudens worden, ook door het CBS, gezien als een economische eenheid. Daarom is er ook wel iets te zeggen voor de formulering van Kamp.

Conclusie

„Het gemiddelde vermogen van de Nederlandse 65-plusser is 245.000 euro”, stelde minister Henk Kamp. Dat cijfer is gebaseerd op CBS-statistieken over het jaar 2010: het gemiddelde vermogen van huishoudens met een kostwinner van 65 jaar of ouder was toen 247.000 euro – iets meer dan Kamps 245.000. Maar dit is het gemiddelde vermogen van huishoudens, niet van individuele 65-plussers. Nu kan je huishoudens ook als ‘economische eenheid’ zien. Maar aangezien het gemiddelde 65-plushuishouden uit 1,6 personen bestaat, is het misleidend te stellen dat ‘de Nederlandse 65-plusser’ gemiddeld 245.000 euro bezit: per persoon ligt het vermogen aanzienlijk lager. Alles afwegende beoordeelt next.checkt de bewering daarom als grotendeels onwaar.