Ceci n'est pas une peinture, Magritte!

Voor Track, de grote stads-tentoonstelling in Gent, maakten kunstenaars openluchtbibliotheken en zijn de belangrijke musea van de wereld bijgezet op een begraafplaats.

In de schaduw van de Gentse Sint-Pietersabdij, in een idyllische tuin, staat een groepje studenten voor een groene boekenkast. Ze bladeren en gniffelen want hebben tussen boeken van Nabokov en Thomas Mann een Snoecks-almanak vol halfnaakte vrouwen gevonden.

Alsof je een surrealistisch schilderij binnenwandelt, zo voelt de situatie die de Italiaanse kunstenaar Massimo Bartolini creëert op Track, de stadstentoonstelling van het S.M.A.K. (Stedelijk Museum voor Actuele Kunst) in Gent. Bartolini legde een openluchtbibliotheek aan in een wijngaard vlakbij de universiteit. Rekken met 33.000 afgedankte bibliotheekboeken verlengen de rijen wijnranken. Toeschouwers mogen boeken uitlenen, kopen of ruilen want, zo vindt Bartolini, goede boeken werken als wijn: geestverruimend.

Op de zomertentoonstelling van het S.M.A.K. tonen 41 internationale kunstenaars hun werk op uiteenlopende locaties in Gent. S.M.A.K. vroeg grote namen als John Bock en Pawel Althamer om Gent te verkennen. De kunstenaars kregen historische en sociologische informatie over verschillende stadsdelen en een carte blanche om aan de slag te gaan met wat ze zagen. In samenspraak werd een locatie gezocht waar hun werk tot zijn recht zou komen. Dit leidde tot zes ‘clusters’: buurten waar werken getoond worden die min of meer verbonden zijn door een stedelijke functie als cultuur, onderwijs en zorg.

Zo plaatst de Belg Leo Copers in de cultuurcluster rond het Citadelpark, het ‘museumpark’ van Gent, vraagtekens bij de mogelijkheden en popularisering van musea. Voor zijn Museakerkhof installeerde Copers in het park tientallen granieten zerken met de namen van beroemde musea. Inclusief eentje voor het S.M.A.K..

Iets verderop, rond de Blandijnberg in het hart van de stad, spelen handel en nijverheid een rol. De Turkse Ahmet Ögüt raakte tijdens zijn verkenning van Gent gefascineerd door de ‘Vooruit’-slogans die de gevels van veel negentiende-eeuwse gebouwen sieren en verdiepte zich in de socialistische geschiedenis van de stad. Vooruit was een coöperatie die arbeiders tegen een kleine bijdrage voorzag in basisbehoeftes zoals brood. De in Amsterdam werkende Ögüt plaatste een miniatuurversie van het bekendste Vooruit-gebouw, hun feest- en kunstencentrum, bovenop een reusachtige heliumballon en creëerde zo een driedimensionale remake van René Magrittes Le château des Pyrénées. De ballon zweeft vlakbij het oorspronkelijke Vooruit-gebouw. Volgens Ögüt is de samenspel van zijn werk, de illusie, en het origineel een paar meter verderop, belangrijk. Ögüt: „Het geeft de fascinerende combinatie van de coöperatie weer; dat utopische socialistische idee dat in iets praktisch werd omgezet.”

Spectaculair, dat zijn The Castle of Vooruit en Museakerkhof zeker in combinatie met de Middeleeuwse binnenstad. Maar de Trackcuratoren wilden ook het Gent achter de gerestaureerde gevels en kasseienstraatjes laten zien. Grootstedelijke problematiek als armoede, verval en geweld duikt geregeld op in Track. Expliciet zoals bij het Mexicaanse collectief Tercerunquinto, dat asielzoekers en immigranten passages uit de Belgische grondwet met de hand liet overschrijven en deze teksten op het stadhuis exposeert. Maar ook subtieler door het gebruik van rauwe en uitgeleefde expositieruimten in de clusters buiten het centrum. Zoals de leegstaande boksclub waar Peter Buggenhout een sculptuur uit bouwafval, verpakkingsmateriaal en gebroken caravans installeerde. Of de vergane glorie van de voormalige directeurswoning waarin Mark Manders aan zijn Zelfportret als gebouw werkt.

De ruwheid van stedelijk leven zie je ook bij Teresa Margolles. Zij trok naar de kolossale Rabottorens, sociale woningblokken in de stadsrand die binnenkort worden gesloopt. Ze sprak met bewoners over het verlies van hun woonplaats en plaatste deze fragmenten naast Mexicaanse getuigenissen over het begrip ‘thuis’. Vervolgens zette ze in de volkstuintjes bij het gebouw een betonnen tafel met twee stoelen. Voor het cement gebruikte ze vocht uit doeken waarmee het bloed van de straten werd weggeveegd na geweld in Mexicaanse steden.

Of Track, net als de twee voorgaande locatietentoonstellingen van het S.M.A.K. in de Gentse binnenstad, Chambres d’Amis uit 1986 en Over the Edges uit 2000, discussies zal veroorzaken in de straten, valt af te wachten. In 2000 veroorzaakte Jan Fabre een kleine rel door de zuilen van de universiteitsaula met ham te bekleden. Zulk omstreden werk lijkt er deze keer niet bij. Hoewel het werk van Tadashi Kawamata, net als dat van Fabre, waarschijnlijk het einde van de drie maand durende tentoonstelling niet haalt. De vleeszuilen moesten na zes weken verwijderd worden vanwege de stank. Kawamatas kunstmatige sloppenwijk stortte op de openingsdag al gedeeltelijk in door het slechte Belgische weer.