'Bij Bayern hebben de fans niets te zeggen'

De Duitse Nederlander Rolf Leeser heeft al jaren een zeer speciale band met Bayern München. Hij mag de bestuurders van de club tot zijn intimi rekenen. „Ze komen er wel weer bovenop.”

Nederland, Amsterdam, 16-05-2012 Rolf Leeser is een voormalig voetballer en mode-ontwerper. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS

Rolf Leeser verliet zaterdagnacht niet lang na het laatste fluitsignaal de Allianz Arena in München. Na het dramatische verlies van Bayern had hij geen behoefte om, zoals de Süddeutsche Zeitung treffend schreef, als „ramptoerist in de eigen woonkamer” het feest van Chelsea mee te maken. Leeser zat gedurende de wedstrijd met zijn echtgenote naast de familie en vrienden van Karl-Heinz Rummenigge, de voorzitter van de club.

De volgende dag, op weg naar het vliegveld, was het „dood- en doodstil in de stad”. Over zijn vrienden Rummenigge en president Uli Hoeneß zegt hij: „Ze hebben een behoorlijke tik gehad, maar ze komen er wel weer bovenop. Het zijn sterke mensen die daar de leiding hebben.”

We zitten in zijn kantoor aan de Arenaboulevard, met uitzicht op de Heineken Music Hall. Het stadion van Ajax is om de hoek. Aan de muur tekeningen van de Spaanse kunstenaar Miro en oorkonden van Ajax, Feyenoord, Bayern München en Borussia Dortmund. In de boekenkast recente biografieën van de onlangs afgezwaaide doelman Edwin van der Sar en oud-trainer Rinus Michels, zijn overleden boezemvriend met wie hij begin jaren vijftig in de hoofdmacht van Ajax speelde en die later zijn buurman werd in een torenflat in Buitenveldert. Een derde biografie, van Johan Cruijff, is nog in cellofaan gewikkeld. Leeser is geen lezer; hij is bijna 83, maar heeft naar eigen zeggen nog de plannen en de werklust van een man in de bloei van zijn leven.

Hij omschrijft zichzelf als „een Hollander, geboren in Duitsland”. Hij prijst de „klasse” van München, die hij afzet tegen de „slordigheid” waar hij overigens „dol” op is van Amsterdam, de stad waar hij voor de oorlog neerstreek als kind van vluchtelingen uit Essen. Zijn vader was joods, zijn moeder katholiek. Een gemengd huwelijk, waardoor hij de oorlog overleefde. Twee broers van zijn vader, die met joodse vrouwen waren getrouwd, werden vermoord. Vlak na de oorlog overleed zijn vader aan een hartaanval. Met zijn moeder bouwde hij een bloeiend modebedrijf op, met winkels in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Venlo.

Eind 2006 deed hij ze van de hand en vestigde zich als consultant, gespecialiseerd in design. „Ik word hier niet stinkend rijk van. Grafische vormgeving brengt niet op wat je in de mode verdient. Misschien, als ik er om zou vechten, maar dat hoeft gelukkig niet. Ik ga hier niet de grote man uithangen.”

Een week voor de finale van de Champions League zat hij in het Olympisch Stadion in Berlijn, voor de bekerfinale tussen Bayern en Borussia Dortmund. De logo’s van beide clubs werden vóór de wedstrijd prominent op de grasmat geprojecteerd. Het rood-wit-blauw van Bayern en het geel-zwart van Dortmund; beide door hem ontworpen. Hij glom van trots: „En hoe.” Borussia was begin jaren negentig de eerste club die een ontwerp van hem overnam. Bayern volgde.

Leeser laat de logo’s zien. Van Bayern: de rode cirkel, symbool voor het verenigingstenue, met daarin verweven het geblokte blauw-witte motief, de stadskleuren van München. Van Dortmund: gele ring, zwarte cirkel, gele rand. Géén zwarte rand, want dat doet aan een rouwkaart denken. Van Ajax: elf lijnen, symbool voor de spelers, die tezamen de Griekse god zijn gezicht geven. „Het logo van Ajax vind ik dynamischer dan dat van Bayern, vanwege die lijnen.”

Het logo van Bayern werd midden jaren negentig zonder problemen ingevoerd, bij Ajax lagen de supporters aanvankelijk dwars. Leeser: „Bij Ajax hebben 90.000 fans een mening. Het kostte moeite ze ervan te overtuigen dat het oude logo zijn tijd had overleefd. Iedereen in de club heeft zich erover uitgesproken: de ledenraad, het bestuur, de algemene ledenvergadering. Ze zeiden: Rolf, we brengen dit langzaam.”

Hij zucht. „Bij Bayern hebben de supporters niets te zeggen.” Het klinkt alsof hij er niet rouwig om is. Met Ajax is het uiteindelijk goed gekomen: „Je hoort er niemand meer over.” Hij is even stil. Dan: „Coca Cola is van logo veranderd, KLM is van logo veranderd. Een logo heeft op een gegeven moment zijn tijd gehad. Je moet een bepaalde smaak hebben, een gevoel van: wat is de toekomst. Ik had dat ontwikkeld door mijn werk in de mode.”

Met Bayern heeft hij een uitgesproken hechte band die teruggaat tot een toevallige ontmoeting, eind jaren zeventig, op het strand in Sardinië met Rummenigge, destijds als spits voor de club actief. Leeser: „Wat mij opviel: hij praatte verstandig over zijn sport, toen al, als speler.” Wat maakt Rummenigge nu tot een goede voorzitter? Gedecideerd: „Hij heeft veel geld verdiend als voetballer en is daar niet dom mee omgegaan. Dat zegt al iets. Een tweede belangrijke eigenschap: Kalle (z’n bijnaam; red.) heeft een uitstraling van: ik leid hier de boel maar ik hoef er niet uit te zien als een leider. Hij is niet verwaand.”

Rummenigge is een geboren diplomaat, waar president Hoeneß verbaal nog wel eens uit de bocht vliegt. Dit seizoen, na beslissend verlies in de competitie tegen Dortmund, liet hij zich weer gaan. Hoeneß zette de landskampioen weg als een club van armoedzaaiers die op internationaal vlak ondermaats presteert. Om er dreigend aan toe te voegen: „We zullen ons elftal net zo lang versterken tot we weer alleen (aan de top) staan. En: we hebben daar het geld voor.”

Naast overeenkomsten tussen de topclubs Ajax en Bayern zijn er ook verschillen. Bayern maakte nooit de stap naar de beurs – dus in München geen aandeelhouders en commissarissen die als potentiële onruststokers meekijken. Op sportief gebied is Bayern minder complex dan Ajax: het behalen van titels staat centraal, niet hoe ze tot stand komen. Bayern draait om efficiëntie, niet om verzorgd voetbal. Er is geen ‘Bayern-school’, geen jeugdopleiding die spelers in een keurslijf dwingt. Hoeneß stelt trots dat zijn club een „koopvereniging” is, die sterren bij andere clubs weg plukt.

Leeser: „Bayern kan het zich veroorloven miljoenen uit te geven aan spelerssalarissen en een trainer vijf of zes miljoen per jaar te betalen. De kans om te groeien is er bij Ajax, zowel budgettair als sportief, maar ten opzichte van Duitsland ligt een vergelijking met clubs als Werder Bremen of HSV meer voor de hand. Bayern is de uitzondering, niet alleen in Duitsland maar ook internationaal. De grote clubs in Spanje en Engeland hebben torenhoge schulden, Bayern heeft een positief vermogen.”

En dan is er nog het eeuwige gerommel in de top bij de Amsterdamse club. „Bayern straalt stabiliteit uit. Bij Ajax melden zich personen waarvan je van tevoren weet dat ze zullen mislukken. Mensen zonder gevoel voor en verstand van voetbal.”