Argentijn bang voor peso-crisis

Cijfers over de wereldeconomie zijn er dagelijks. Het verhaal daar achter vertellen onze correspondenten, elke dinsdag vanuit een ander land. Vandaag Argentinië.

Elke valutacrisis kent behalve veel verliezers ook altijd een paar winnaars. Zo ook in Argentinië, waar de peso momenteel een nieuwe crisis doormaakt. Autohandelaren beleven er gouden tijden nu de nationale munt snel in waarde daalt en het burgers bijna onmogelijk is gemaakt legaal dollars te kopen. Argentijnen met spaargeld zien SUV’s en stationwagons als veilige belegging en autoverkopers spelen hier gretig op in.

Showrooms in de hoofdstad Buenos Aires bieden aan je auto in te ruilen voor een duurder model, meldde dagblad Clarín gisteren. Bij een bijbetaling in dollars hanteren ze daarbij een koers van 4,7 peso’s. Dit is weliswaar 20 cent boven de officiële koers. Maar wie in peso’s betaalt, is nog duurder uit.

Bovendien houden Argentijnen momenteel een heel andere wisselkoers in de gaten: die op de zwarte markt. In de clandestiene geldwisselkantoortjes kostte een dollar gisteren 5,71 peso’s: 27 procent hoger dan de officiële koers.

Dollars zijn gewild nu Argentijnen opnieuw een pesocrisis vrezen, ruim tien jaar na de vorige. Begin deze eeuw ging hun land failliet nadat het jarenlang de peso één-op-één had gehouden met de dollar. Het stelde de Argentijnen in staat te consumeren als ‘eerstewereldburgers’.

Maar eind 2001 bleek die pariteit niet langer houdbaar. De schuldencrisis en het staatsbankroet leidden tot een sterke devaluatie van de peso. Burgers mochten toen maar mondjesmaat geld opnemen. Machteloos zagen ze hun pensioenen en spaargeld op hun rekening wegsmelten. Een groot deel van de middenklasse raakte alles kwijt. Veel Argentijnen zijn hierdoor getraumatiseerd.

De vorige crisis bracht ook het politieke echtpaar Néstor en Cristina Kirchner aan de macht. Hij is inmiddels overleden, maar zij werd afgelopen jaar door een ruime meerderheid van de Argentijnen herkozen voor een tweede termijn. De economie groeit onder haar leiding, door de toegenomen wereldvraag naar graan, vlees, soja. Maar ook doordat de links-nationalistische Kirchner investeert in sociale politiek en infrastructuur.

De groei gaat hierdoor gepaard met een hoge inflatie van 20 à 30 procent. Deze geldontwaarding verklaart de stijgende binnenlandse vraag naar waardevaste dollars.

Kirchner gaat nu in de tegenaanval met een steeds striktere valutapolitiek. Buitenlandse deviezen zijn voor elke regering – maar zeker de hare – onmisbaar. Na het bankroet van 2001 besloot Buenos Aires een deel van de buitenlandse schuld niet af te betalen. Sindsdien is het land een paria op de internationale kapitaalmarkten.

In een poging de kapitaalvlucht te stoppen, stelde Kirchner de afgelopen maanden allerlei restricties in. Bedrijven die in het buitenland hun geld verdienen, moeten die omzet in Argentinië stallen. De belastingdienst probeert met inspecties en patrouilles de zwarte geldhandel op te rollen. Er zijn extra grenscontroles ingesteld. Burgers moeten bij de bank zoveel bureaucratische obstakels nemen om aan dollars te komen, dat het nagenoeg onmogelijk is geworden.

De restrictieve dollarpolitiek heeft schadelijke bijwerkingen, zoals op de woningmarkt, die de afgelopen jaren juist een belangrijke motor was. Voorheen was de aankoop van een huis een populaire manier om dollars veilig te beleggen. Huizenbezitters willen nu echter alleen verkopen tegen de zwarte dollarkoers. Nu die zo hoog ligt en dollars schaars zijn, is de huizenmarkt nagenoeg bevroren.

De economische groei, die vorig jaar nog 8,9 procent was, zal dit jaar waarschijnlijk terugvallen naar 3 procent. Dat deze afkoeling de honger naar dollars zal stillen, lijkt onwaarschijnlijk.

Merijn de Waal