Afghanistan-missie: geen 'stormloop naar de uitgang'

Op de NAVO-top is besloten dat de terugtrekking in 2014 uit Afghanistan ‘definitief’ is. Maar kán Afghanistan wel zonder NAVO-troepenmacht?

De Afghaanse president Karzai kreeg op de NAVO-top in Chicago gisteren niet alleen te horen wat hij allang wist: dat de internationale troepenmacht ISAF zich in 2014 terugtrekt uit zijn land. Hij kreeg er van de regeringsleiders van de 28 NAVO-landen ook meteen een stapel ongevraagde adviezen bij: er moest een eind worden gemaakt aan de corruptie, er moest dringend beter bestuur komen in Afghanistan en er was meer aandacht nodig voor mensenrechten, de rechtsstaat, onderwijs, gelijke kansen voor vrouwen.

De NAVO noemde de beslissing over het einde van ISAF „onomkeerbaar”. Demissionair premier Mark Rutte zei na de bijeenkomst dat Afghanistan nu eenmaal niet „eindeloos aan het infuus van het Westen” kon blijven liggen. Maar kan een land na tien jaar aan zo’n infuus dan opeens wel bereiken wat het mét dat infuus niet voor elkaar kreeg: corruptie bestrijden, mensenrechten beschermen en ook nog met succes vechten tegen de Talibaan?

Rutte zelf had over „die vreselijke papaverteelt” in Afghanistan nog gesproken met de Turkse president Gül. De opiumhandel, zei Rutte, moest worden „omgevormd tot een veel gezondere vorm van economie”.

Dat is al lang geprobeerd, maar Karzai beloofde gisteren alles wat de NAVO-landen wilden horen: hij zou zijn best doen van Afghanistan een stabiel en democratisch land te maken. En dat zal de regeringsleiders in hun eigen land weer helpen als ze hun parlementen om geld vragen voor de Afghaanse strijdkrachten.

Volgens de VS zal er jaarlijks zo’n 3,2 miljard euro nodig zijn om het Afghaanse leger en de politie te onderhouden. In Chicago bleek dat al veel landen toezeggingen hebben gedaan, het bedrag zou al bijna binnen zijn. Maar het is nog onduidelijk of elk land dat geld dan alléén aan de Afghaanse strijdkrachten geeft, zoals de Amerikanen willen. België bijvoorbeeld beloofde jaarlijks bijna 12 miljoen euro, maar dat is volgens de Belgische regering ook bedoeld voor ontwikkelingshulp. Nederland draagt jaarlijks dertig miljoen bij.

In Chicago gaven de regeringsleiders militaire planners de opdracht om de terugtocht uit Afghanistan voor te bereiden en een nieuwe missie te bedenken: die zal dan alleen nog bestaan uit trainers voor het Afghaanse leger en de politie.

Vanaf midden 2013 moet het Afghaanse leger in het hele land militair de leiding hebben. De NAVO komt dan elke vier maanden bijeen om de situatie te beoordelen.

De Amerikaanse president Obama zei na de top dat „het allerbeste moment om uit Afghanistan te vertrekken” er nooit zal komen en de Talibaan noemde hij een „sterke vijand”. Maar de Afghaanse militairen zouden volgens hem ook nooit weten of ze klaar zijn voor de strijd, als ze die niet helemaal zelf voeren.

En dan was er nog de „voetafdruk” van de Amerikanen in Afghanistan, die steeds groter werd. „We zijn er nu tien jaar. Dat is niet alleen zwaar en inspannend voor onze eigen mensen, maar ook voor de Afghanen, die natuurlijk gevoelig zijn als het om hun soevereiniteit gaat.” De ISAF-missie blijft nog twee jaar, zei Obama: er was nog tijd. „We kunnen bereiken dat Afghanistan stabiel wordt, al zal het niet perfect zijn.”

De aftocht moet volgens de politici van de NAVO-landen geen ‘stormloop naar de uitgang’ worden. „Ik hoop maar dat het ordelijk verloopt”, zei demissionair minister van Defensie Hans Hillen, „en dat het goed blijft gaan. Frankrijk is nu al haast aan het maken. En er moeten heel wat spullen terug.”

Juist ook daarvoor heeft de NAVO dringend de doorgangsroutes nodig die Pakistan in november vorig jaar sloot, nadat 24 Pakistaanse militairen waren omgekomen bij een Amerikaanse luchtaanval. De Pakistaanse president Asif Ali Zardari sprak in Chicago kort met Obama, maar een oplossing over de wegen kwam er nog niet. NAVO-secretaris generaal Rasmussen zei dat hij die wel verwacht: „In de zeer nabije toekomst.”