Niemand voelt zich nog veilig in afbrokkelend Mali

Betogers bestormden gisteren het paleis en sloegen interim-president Traoré in elkaar. Malinezen zijn wanhopig over de chaos in hun land. ‘Wie beschermt ons?’

Malinese betogers bestormden gisteren het presidentiële paleis in de hoofdstad Bamako en sloegen interim-president Traoré in elkaar. Hij had een hoofdwond en was buiten bewustzijn toen hij naar het ziekenhuis werd gebracht. Foto Reuters

Een groot uithangbord in de hoofdstad Bamako zet de verwarde situatie scherp neer: het doormidden geknipte Mali is pikzwart. In het door moslimextremisten en Toearegrebellen ingenomen noorden rollen tranen, in het zuiden staat een groot vraagteken. „We verwelkomden de militaire putsch in maart”, zegt Amadou, een jongen die telefoonkaarten verkoopt onder het affiche. „Maar er volgden plunderingen door boeven en militairen. Nu weten we niet meer wie Mali regeert.”

De befaamde zangeres Oumou Sangaré vult haar longen. „We hebben vrede nodig, om te kunnen eten, te zingen en te dansen”, zingt ze uit volle borst. Dan zegt ze: „Onze harten worden gepijnigd, Malinezen zijn bedroefd. Onze voorvaderen konden samenleven in dit land. Waarom is dat nu niet meer mogelijk? Nooit eerder hebben we zo’n oorlog en onzekerheid gekend.”

De staatsgreep die militairen onder leiding van Amadou Sanogo twee maanden geleden pleegden tegen de democratisch gekozen president Amadou Toumani Touré heeft Mali in chaos gestort. Veel jonge Malinezen steunden de coup, zoals gisteren weer bleek toen zij woedend naar het presidentiële paleis trokken en de interim-president Dioncounda Traoré een pak slaag gaven. Vermoed wordt dat militairen die de coup steunden, zich afzijdig hielden. Menig Malinees was voormalig president Touré, zijn medestander Traoré en de rest van de oude politieke klasse beu vanwege de enorme corruptie.

Maar de wereld keurde de coup af, want een democratie was om zeep geholpen. Het regionale samenwerkingsverband ECOWAS stelde sancties in, waarna juntaleider Sanogo door de knieën ging en een interim-regering liet vormen. Na het akkoord is de instabiliteit echter alleen maar toegenomen. Want Sanogo trekt achter de schermen nog altijd aan de touwtjes. „Niemand regeert nu in Mali”, zegt een diplomaat. „Sanogo vecht om aan de macht te blijven. Burgerpolitici in de regering durven geen besluiten te nemen en de politieke klasse is verlamd.”

Europa en Amerika trokken hun hulp aan Mali in na de coup. Ze schortten hun ontwikkelingshulp op, behalve geld voor de slachtoffers van de ernstige droogte in de Sahel en de Sahara. Ook vullen ze het begrotingstekort van de overheid niet meer aan. Ambtenaren ontvangen nog slechts de helft van hun salaris terwijl de droogte de voedselprijzen snel doet stijgen. „We leven al weken op een laag pitje”, zegt Bah Napo, een inwoner van de centraal gelegen stad Mopti. „Maar de vraag wat er in Bamako gebeurt en de verovering van het noorden doen ons nu de das om. Alles ligt op zijn gat en we hebben honger.”

Het leger van Mali stelde al niet veel voor. Maar na de serie nederlagen tegen de rebellen in het noorden en de arrestaties door Sanogo van tegenstanders binnen de strijdkrachten is het „een grap, niet meer dan een illusie”, zegt een diplomaat.

De grens van het rebellengebied in het noorden ligt in Mopti. Militairen op slippers hangen er rond onder bomen. Vorige week vermoordde een dronken militair twee collega’s. „Militairen vallen burgers lastig en pakken de meisjes van de tieners af”, vertelt een inwoner. „Boeven grijpen in het machtsvacuüm hun kans, niemand voelt zich meer veilig.”

Er zijn ook mensen die er anders over denken. „Hoe komt u erbij dat er een crisis is”, zegt Mariko Oumar in zijn rommelige partijkantoor met portretten van Marx en Engels aan de muur. „ECOWAS creëert een crisis in Mali. Malinezen kunnen zonder buitenlandse inmenging hun problemen oplossen. Wij moeten die huurlingen van ECOWAS niet.”

Mariko Oumar is boos want hij ziet een samenzwering van ECOWAS om „een revolutie in Mali voor een betere democratie” de kop in te drukken. Zijn kleine linkse partij Sadi was de enige die de staatsgreep van Sanogo steunde. „Laat Sanogo een jaar Mali leiden terwijl we op een nationale conventie van alle politieke partijen onze toekomst uitwerken.”

ECOWAS overweegt troepen te sturen om het noorden op de rebellen te heroveren. „Dat zal zelfmoord voor ECOWAS worden”, voorspelt een Malinese expert van het noorden. „Nigeriaanse en Ivoriaanse militairen uit het regenwoud die vechten in het zand van de Sahel en de Sahara, dat wordt een ramp.”

Een andere optie is om het Malinese leger te bewapenen om zelf het karwei in het noorden op te knappen. „Dan kan je net zo goed de wapens direct aan de rebellen geven”, voorspelt een westerse diplomaat die eerder betrokken was bij de training van het leger. „Want de opstandelingen in het noorden zijn vele malen sterker dan de militairen. Ze zullen die wapens snel buitmaken.” Waarna hij verzucht: „Niemand heeft meer een oplossing.”

De rebellen in het noorden profiteren van de verwarring in Bamako door hun positie te verstevigen. De moslimextremisten onder hen hebben al eerder terroristische aanslagen in de regio uitgevoerd en de kans groeit dat ze acties gaan uitvoeren in de Malinese hoofdstad.

Ousmane Cherif Haidara is de imam van de grote moskee in de wijk Banconi. Hij predikt tolerantie. „Onze levens lopen gevaar als de extremisten zuidwaarts komen. Want er is geen enkele autoriteit meer in Mali. Wie beschermt ons? We zijn bang voor aanslagen zoals de terreurgroep Boko Haram pleegt in Nigeria.” Denkt hij dat zijn eigen moskee doelwit wordt? „Nee”, lacht hij. „Die wordt beschermd door Allah.”